Bauke, mag ik je heel even wat vragen

Screenshot NOS

Bauke Mollema hing over zijn fiets, keek om zich heen. Hij voelde de camera van de NOS nerveus naderen, als een aarzelende versierpoging van iemand die weet dat hij afgewezen gaat worden. De renner negeerde het.

‘Bauke, mag ik je heel even wat vragen? De stem van de interviewer.

Niet eerder hoorde ik iemand toestemming vragen aan de Nederlander. Per dag zagen we zo’n zeven interviews met hem: bij de start, aan de finish, ‘s avonds, aan tafel bij Smeets, in de tuin van het hotel, tijdens een oefenrondje op de rustdag. Mollema zat er, altijd. Hij gaf nuchter en gereserveerd antwoord op steeds een andere variant van dezelfde vraag - hoe gaat het?

Mollema leek nu zijn fiets te inspecteren, weigerde de journalist aan te kijken. Die kuchte opzichtig. De camera had inmiddels zijn hoofd groot in beeld. De groene helm, de grote zonnebril.

Toen de vraag. Kwetsbaar gesteld, door dat ‘heel even’.

Mollema zei: ‘Nee’.

‘Nee? Oké. Oké.’

En terwijl de camera uitzoomde en de journalist afdroop, werd het duidelijk. Er valt niets meer te zeggen. Zesde of achtste of negende, het maakt niet meer uit. Het is mooi geweest, mooier dan we hadden verwacht, maar nu is het over. U mag met vakantie.