Alweer een tegenvaller voor fans van Assange

Een documentaire over WikiLeaks-oprichter Julian Assange toont vooral zijn onaangename kanten. Het beeld is te eenzijdig, zeggen critici.

Julian Assange in de documentaire We steal secrets: The story of WikiLeaks. Foto Focus World

Klokkenluiders: een realitysoap waar we geen genoeg van lijken te krijgen. Filmmakers spelen hier goed op in. De laatste van een reeks producties over de Australische WikiLeaks-oprichter Julian Assange is gemaakt door de gerenommeerde Amerikaanse documentaireregisseur Alex Gibney.

In We steal secrets: The story of WikiLeaks worden zowel de organisatie als de mensen die erbij betrokken zijn belicht. De film bestrijkt enkele tientallen jaren, en omvat ook de periode voor de oprichting van WikiLeaks, toen Assange actief was als hacker. De documentaire kwam in Amerika op 24 mei in de bioscoop. Sinds vorige week is We steal secrets ook in Groot-Brittannië en Duitsland te zien. Uitbreng in Nederland is nog onzeker.

WikiLeaks is niet blij met de extra media-aandacht. „Onverantwoordelijk en verzonnen”, noemt de organisatie de film in een verklaring. In passende stijl lekte WikiLeaks, één dag voor de Amerikaanse bioscooppremière, het scenario. Scène voor scène wordt de film besproken en bekritiseerd, beginnende bij de titel.

Die kan gemakkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd: „Het impliceert dat WikiLeaks geheimen steelt. De opmerking wordt echter gemaakt door de voormalige CIA/NSA-directeur Michael Hayden met betrekking tot activiteiten van Amerikaanse spionnen”, aldus WikiLeaks. Bovendien, zo staat in de reactie, kloppen details niet, zijn uitspraken ongenuanceerd en scènes uit de context gerukt. „Misschien komt dit doordat Alex Gibney geen interview met Jullian Assange kon regelen.”

Een interview met Assange was wel gepland. In een recent gesprek met de Britse krant The Guardian vertelt Gibney dat hij al een jaar in gesprek was met Assange, hij was zelfs aanwezig bij zijn veertigste verjaardag. De onderhandelingen zouden pas zijn opgehouden toen de Australiër 1 miljoen dollar vroeg voor een interview. „Hij kwam toen met een belachelijk idee op de proppen waarbij ik andere geïnterviewden zou bespioneren en de informatie aan hem zou doorspelen. Ik vertelde hem dat ik dat niet kon doen. Assange zei daarop dat hij dan ook niet voor mij kon werken”, aldus Gibney. WikiLeaks ontkent: „Julian Assange zei niet dat een interview 1 miljoen dollar zou kosten en Alex Gibney heeft dit dus ook niet geweigerd”.

Gibney verwierf faam met documentaires als Enron: The smartest guys in the room, over de financiële wantoestanden binnen energiebedrijf Enron en Taxi to the dark side, waarin martelpraktijken door het Amerikaanse leger in Afghanistan werden onthuld. Voor die laatste film ontving Gibney in 2007 een Oscar. Mensen die meewerken hoeven niet per se op Gibney’s sympathie te rekenen, zo blijkt uit zijn eerdere werk.

Bij gebrek aan beter heeft Gibney gebruikgemaakt van archiefmateriaal waarin Assange wordt geïnterviewd door een andere documentairemaker, Mark Davis. Gibney kon voor zijn film wel andere getuigenissen opnemen, onder meer van voormalig WikiLeaks-medewerker Daniel Domscheit-Berg, nu één van de voornaamste critici van Assange. Ook sprak Gibney met hacker Adrian Lamo, die de Amerikaanse soldaat Bradley Manning bij de CIA aangaf. Manning, die wordt verdacht van het lekken van honderdduizenden overheidsdocumenten aan WikiLeaks, werd in 2010 gearresteerd. Het proces tegen hem loopt nog.

In de documentaire worden de chats tussen Lamo en Manning, die uiteindelijk tot de ontmaskering van Manning leidden, groot afgebeeld. De militair wilde iemand om mee te praten, onder meer over zijn seksuele identiteit, maar geeft uiteindelijk meer informatie dan hem lief is: „I can’t believe what I’m confessing to you”. Lamo stelt hem gerust: „I told you, none of this is for print”. Het aangeven van Manning door Lamo verliep dan ook niet via de media, maar via de overheid.

Hoewel de motieven van een klokkenluider wettelijk gezien irrelevant zijn, zegt Gibney dat hij juist daarin is geïnteresseerd. „Bradley Manning roept grote vragen op over wie klokkenluiders zijn. Het gaat om vervreemde mensen die niet kunnen opschieten met de mensen om hen heen. Dit motiveert hen om met hun geheimen naar buiten te komen.” Over klokkenluider Edward Snowden zijn vergelijkbare dingen geschreven en gesuggereerd. Ook hij zou sociaal onthecht zijn.

We steal secrets is niet zozeer een verhaal over WikiLeaks, de mogelijke idealistische beweegredenen van de betrokken personen en de belangrijke gevolgen van hun acties. Veel meer is het een karakterschets van Assange en Manning, die volgens Gibney slachtoffer werd van WikiLeaks. In een interview met The New York Times zegt Gibney dat Manning daarom medeleven verdient.

Assange moet het daarentegen ontgelden in de documentaire. Filmrecensenten van The New York Times, The Guardian en Der Spiegel zijn hierover het meest kritisch. Jesselyn Radack noemt de film in The Guardian een soort karikatuur: „Het varieert van kleine aanvallen (Assange is geobsedeerd door zijn nieuwe rocksterstatus) tot bizarre aantijgingen (Assange is erop uit onwetende vrouwen te bevruchten en zijn zaad over de hele planeet te verspreiden).”

Ook de verkrachtingszaak ontbreekt niet. Een van de vrouwen die Assange in Zweden heeft aangeklaagd voor verkrachting, wordt in de film, met gedeeltelijk verborgen gezicht, getoond. Gibney vertelt dan dat Assange bij verschillende vrouwen in verschillende landen vier kinderen heeft verwekt. Volgens Nicolas Rapold, filmrecensent voor The New York Times, is de documentaire hier „simplistisch”. Der Spiegel noemt het „vuil spel” van Gibney.

Aan het einde van de twee uur durende film brengt het lot Manning en Assange – in de ogen van Gibney slachtoffer en dader – samen. Beiden zitten vast. Manning in een cel, Assange in een kamer van de Ecuadoriaanse ambassade in Londen. Beide mannen wachten op een oordeel van de buitenwereld.