Alpe d’Huez is weer van Frankrijk

Christophe Riblon won de koninginnenrit in de Tour naar Alpe d’Huez Het is voor de Fransen de eerste ritzege in de 100ste Tour de France Het land smacht naar nieuw wielersucces

Christophe Riblon won op Alpe d’Huez voor de tweede keer in zijn carrière een rit in de Tour de France. Foto AP

Sportredacteur

Voor Frankrijk dreigde de honderdste Tour uit te lopen op een Ronde van de rest van Europa. De afgelopen drie weken waren er vijf Engelse etappezeges en vijf Duitse; Portugezen juichten, Italië vierde feest, net als Ierland, Slowakije en België. Zo mistroostig was de sfeer rond de Franse coureurs dat hun fans zelfs op de deinende kermis van hun eigen Alpe d’Huez gisteren een minderheid vormden.

Met één verwoestende beklimming, tijdens de tweede omloop naar Alpe d’Huez, verdreef Christophe Riblon (32), op drie dagen van Parijs, de boze droom van een Tour zonder Franse zeges, zoals in 1999 voor het laatst was gebeurd. Vlak voor de finish van de historische, loodzware achttiende etappe, met voor het eerst twee beklimmingen van Alpe d’Huez, achterhaalde de Fransman de moegestreden Amerikaan Tejay van Garderen, wiens dappere vluchtpoging, al vanaf de eerste beklimming van de berg, misschien een beter lot had verdiend.

Maar aan het eind van de etappe was Alpe d’Huez weer een Franse berg. Dagen tevoren was de route naar het skioord al ingenomen door honderdduizenden wielerfans uit alle hoeken van de wereld, maar opvallend weinig droegen de Franse vlag bij zich. Alleen de grootste optimisten geloofden nog in een zege van Sylvain Chavanel, Thomas Voeckler of Pierre Rolland.

Frankrijk smacht al decennia naar een nieuwe Tourheld. Een hele generatie Fransen weet niet beter of hun fietsende landgenoten pikken af en toe de kruimels op, zoals die twee etappes van Voeckler vorig jaar, of de zeges van Rolland, Thibaut Pinot en Pierrick Fédrigo.

Schitterende zeges, heroïsch. Het Franse wielrennen leek weer klaar voor een gooi naar het geel. Want de fans wachten al jaren op een waardige opvolger van hun laatste Tourwinnaar, Bernard Hinault, die tussen 1978 en 1985 vijf keer de sterkste was. Achtentwintig jaar is langer dan goed is voor het Franse wielrennen.

Terwijl Le Patron uit Bretagne, inmiddels 58 jaar oud, zich nog dagelijks met een grote grijns laat fêteren bij de finish, zijn de eindzeges voor de rest van de wereld. Het waren vooral Spanjaarden en een Amerikaan die de Fransen dwarszaten, maar de kwelgeesten kwamen ook uit Ierland, Denemarken, Luxemburg en Australië. Inmiddels domineren zelfs de Engelsen, die tot voor kort alleen in het rugby wat te vertellen hadden in Frankrijk.

De beste Fransman in het algemeen klassement, Romain Bardet, deed over de eerste achttien etappes ruim een half uur langer dan geletruidrager Chris Froome. En dat terwijl de Fransen, met 36 van de 175 overgebleven renners, met afstand de belangrijkste nationaliteit vormen in het Tourpeloton. Ter vergelijking: er doen nog 24 Spanjaarden mee, maar van hen staan er liefst zes hoger in het klassement dan de eerste Fransman.

Niet dat er geen Franse hoop was. Met name Voeckler werd naar het geel geschreeuwd door Franse fans, en vorig jaar brak ineens de jonge Pinot door met een tiende plaats in het eindklassement. Maar dit jaar stapte hij na de Pyreneeën af; hij bleek zo veel angst te hebben in de afdalingen dat hij niet meer verder durfde.

In het tijdperk van Lance Armstrong kwamen de Fransen er al niet meer aan te pas in hun eigen ronde. Veel van hun frustraties over die teloorgang werden uitgelegd met de term cyclisme à deux vitesses: buitenlandse renners leverden hun prestaties met doping, zij niet. Ook in andere traditionele wielerlanden als Nederland en België werd dat argument vaak gebruikt om het uitblijven van successen te verklaren.

De frustraties over de marginalisering van het Franse wielrennen verklaarde het spontane volksfeest dat gistermiddag uitbrak toen Riblon gisteren Van Garderen passeerde alsof hij stilstond: een Bretonse held die juichend de finish passeert. „Om in Alpe d’Huez met je armen omhoog binnen te komen is ongelooflijk”, stamelde Riblon, die opvolger werd van Pierre Rolland, in 2011 de laatste (Franse) winnaar in het toeristenoord.

De rit had ook fataal kunnen aflopen voor Riblon. In de levensgevaarlijke afdaling van de Col de Sarenne, na de eerste klim naar Alpe d’Huez, had hij een bocht gemist, waardoor hij in een greppel terechtkwam. In elke andere bocht had dat ook een ravijn kunnen zijn. „Ik heb een engeltje op mijn schouder”, glimlachte de Fransman naderhand.

Hij was één van de weinige renners die op de gevreesde, steile bergweg in de problemen kwamen, vooral omdat de voorspelde onweersbuien het gebied pas na de race bereikten.

De mooiste zege uit Riblons carrière, op de kop af twee jaar na zijn enige andere Tourzege, een zware bergetappe naar Ax-3 Domaines, redde in elk geval de eer voor Frankrijk.