Achtergrond Waarom het aantal werklozen nog wel even blijft stijgen

verslaggever

Het kwam al niet meer als een verrassing gisteren. De werkloosheid is toegenomen tot 8,5 procent van de beroepsbevolking. In een half jaar tijd kwamen er ruim 100.000 werklozen bij. Eerder had het Centraal Planbureau al voorspeld dat de werkloosheid in ieder geval tot in 2014 zal oplopen, dus niemand reageerde verbaasd. Het Malieveld blijft leeg, Nederland laat de crisis gelaten over zich heen komen. De meeste Nederlanders hebben ook geen idee waartegen ze precies zouden moeten demonstreren.

De duur van de economische teruggang dreigt die van de jaren dertig ondertussen te overstijgen. Natuurlijk, toen was Nederland armer en hakte de crisis er veel harder in. Bovendien was de economische krimp destijds groter en piekte de werkloosheid in 1935 op een record van 19,4 procent. Dat zal nu niet snel gebeuren. Maar in 1936 was het bruto binnenlands product (bbp) alweer groter dan aan het begin van de crisis in 1929. De werkloosheid begon vanaf dat moment ook weer te dalen. Nederland zit nu in het vijfde jaar van de crisis en het bbp van volgend jaar zal dat van 2008 niet overstijgen. Op een tijdelijke daling rond 2010 na stijgt de werkloosheid al sinds 2008. Daarmee is de crisis op de arbeidsmarkt qua duur ernstiger dan in de jaren tachtig. Toen steeg de werkloosheid tussen 1980 en 1983 snel naar een piek van 10,7 procent, daarna zette de daling weer in.

De jeugdwerkloosheid, het grootste issue van die tijd, lag op het hoogtepunt in 1983 op 17,9 procent. Nu bedraagt de werkloosheid in de leeftijdsgroep 15 tot 25 jaar stiekem ook al 16,3 procent.

Zoals altijd tijdens een economische crisis worden de jongeren het hardst geraakt. Instromers op de arbeidsmarkt vinden geen baan. De jonge gelukkigen mét een baan hebben vaak geen vast contract en zijn dus makkelijk te ontslaan. Dat we nu minder horen over jonge werklozen dan in de jaren tachtig is deels te verklaren doordat ze een minder groot aandeel van de beroepsbevolking uitmaken dan destijds. Ook bleek de vrees voor een ‘verloren generatie’ toen ongegrond. De no-future-jongeren kwamen later meestal prima terecht.

Het zijn ook al lang niet meer alleen de jongeren die worden geraakt, in alle leeftijdsgroepen loopt de werkloosheid op. Onder 35- tot 45-jarigen lag het werkloosheidspercentage in het tweede kwartaal van 2011 op 3,8 procent. In het eerste kwartaal van dit jaar was dat al 6,6 procent. Dat zijn vaak de mensen met kinderen en hoge hypotheken voor wie langdurige werkloosheid rampzalig kan uitpakken.

Zicht op herstel is er nog niet

Dat de werkloosheid in 2008 en 2009 aanvankelijk vrij langzaam opliep, kwam doordat bedrijven de eerdere krapte op de arbeidsmarkt nog in het achterhoofd hadden. Werknemers die ze met veel pijn en moeite hadden binnengehaald, lieten ze nu niet zomaar gaan. Die zouden hard nodig zijn als de economie weer zou aantrekken. Die luxe is er nu niet meer. De financiële reserves zijn uitgeput, zicht op herstel is er nog niet, dus worden er mensen ontslagen. Bij faillissement zijn alle leeftijdsgroepen de klos, dus ook de oudere werknemers met een vast contract. Het aantal werkzoekenden boven de 45 jaar stijgt momenteel het hardst.

Voor hen is het vervolgens ook het lastigst om weer aan de bak te komen. In de groep langdurig werklozen, die langer dan een jaar zoeken, zijn ze oververtegenwoordigd.

Lichtpuntjes zijn er weinig. Wel ligt de Nederlandse werkloosheid nog onder het Europese gemiddelde.

Opvallend is dat tegelijk met de toename van de werkloosheid onder 45-plussers het aantal werkende mensen in deze groep groeit. Dit valt vooral te verklaren doordat sinds de jaren negentig de arbeidsparticipatie van vrouwen flink is toegenomen. Daardoor wordt de groep werkenden aan de onderkant van de groep 45-plussers groter. Als een van beide partners zijn of haar baan verliest, vangt de ander dit vaak deels op.

Dat is maar goed ook, want de krapte op de arbeidsmarkt van voor 2008 keert voorlopig waarschijnlijk niet meer terug. Economische voorspellingen hebben meestal weinig waarde. Zeker is wel dat het na de crisis van begin jaren tachtig nog tot 1999 duurde voordat de werkloosheid, met 4,8 procent, weer was gedaald tot het niveau van 1980.