De rafelranden zijn goed weggepoetst

Ook de toeristische trekpleisters die iedereen kent, hebben verborgen kanten Zeven correspondenten brengen deze zomer een hele dag door op zo’n plek Wat treffen ze aan? Deze week: Times Square

illustratie roel venderbosch

Correspondent New York

Als het plots begint te regenen op 45th Street, toont het kapitalisme, zeg maar de infanterievariant daarvan, zich van zijn effectiefste zijde. De tientallen straatventers schuiven rap hun aanbod van flesjes water, honkbalpetjes en goedkope zonnebrillen terzijde om paraplu’s aan de man te brengen.

Vooral onder de lange rij wachtenden voor het Broadway-theater, waar vanmiddag en vanavond de musical The Lion King speelt, doen de venters goede zaken – 10, soms wel 15 dollar per stuk betalen de toeristen voor de ongetwijfeld made-in-China-paraplu’s, vijf keer zoveel als de gemiddelde New Yorker er onder protest voor neerlegt. Na de korte regenbui verdwijnen de paraplu’s uit het zicht en stallen de venters hun zomerwaren weer uit. De stroom toeristen – uit de hele wereld, dus ook uit eigen land – zet zich weer in beweging.

Waarvoor en waarheen eigenlijk?

Attracties op en rondom Times Square zijn behalve de al genoemde Broadway-theaters de tv-studio’s van ABC, waar elke ochtend Good Morning America voor een livepubliek wordt uitgezonden, of de CBS-studio, waar mensen in de rij staan voor de opnames van The Late Show with Dave Letterman. Er is het Hard Rock Cafe en Planet Hollywood Restaurant en winkelketens als Toys "R" Us (speelgoed), Hershey’s (chocola) en M&M’s hebben er hun vlaggenschipvestiging.

Straatartiesten, zoals de fameuze, bijna-blote countryzanger The Naked Cowboy, zorgen voor vermaak op de trottoirs. Kortom, naar Times Square ga je voor het beste en subtielste van wat Amerika te bieden heeft – en dat alles in een omgeving die te allen tijde, weer of geen weer, hel verlicht is door de vele joekels van reclameborden die dit deel van New York één groot Las Vegas doen lijken.

Limousines vol mooie vrouwen

Times Square trekt niet alleen toeristen. Zo huizen in de met neonlichten behangen wolkenkrabbers bedrijven uit de financiële sector, juridische dienstverlening, consultancy en de media- en uitgeefwereld. Tot die laatste categorie behoort Condé Nast, de uitgever van wereldberoemde tijdschriften als Vogue, Vanity Fair en The New Yorker. Sinds de film The Devil Wears Prada is ook het gebouw van Condé Nast een bestemming geworden voor toeristen die met eigen ogen willen zien of het beeld van af- en aanrijdende limousines vol mooie, jonge vrouwen klopt (het klopt), of die een glimp van Vogue-hoofdredacteur Anna Wintour hopen op te vangen (dat gebeurt).

Deze luidruchtige stamppot van uitbundige commercie, platte consumptie, musical- en straattheater, professionele dienstverlening en glamour wordt gecomplementeerd door een leger bedelaars. Op Times Square houden veteranen uit twee oorlogen (Vietnam, War on Terror) gebroederlijk de pet op. Intens droef kijkende vrouwen, bij voorkeur met kind op de arm, vragen voorbijgangers om geld en voedsel. Een grote vent van middelbare leeftijd pakt het ludieker aan: op zijn bij de schouders afgeknipte T-shirt heeft hij met stift gekalkt I just want to get high. Dat vinden de mensen hilarisch – „Can I take a photo with you for a dollar?

Al met al is de sfeer braaf en gemoedelijk. Wat helpt is dat Broadway, de slagader van Times Square, sinds februari 2009 autovrij is. Dat maakt het nog verlokkelijker voor toeristen om te pas en te onpas halt te houden en eens goed deze prachtig-lelijke omgeving in zich op te nemen. En dat doen ze. Fietsers mijden om die reden Times Square: veel te gevaarlijk.

New Yorkse loopbruggen

Wie goed kijkt, ziet dat de straten van Times Square wel degelijk gebruikt worden door voorbijsnellende forensen en dat New Yorkers hier ook wonen en werken. Uit die hoek komen regelmatig voorstellen om toeristen extra te belasten vanwege het ongemak dat ze de lokale bevolking bezorgen. Een ander serieus voorstel, dat echter nooit door het stadsbestuur van New York is opgepakt: loopbruggen en voetpaden aanleggen die alleen toegankelijk zijn voor New Yorkers en forensen met speciale pasjes.

Gelet op de geschiedenis van Times Square zijn dergelijke voorstellen niet eens zo onredelijk. Het huidige Times Square kreeg pas in de jaren negentig gestalte. In de negentiende eeuw, toen het plein nog Longacre Square heette, was het vooral een industrieel gebied, gedomineerd door fabrieken die koetsen bouwden.

Toen de New York Times zich er vestigde in 1904, en de huidige naam werd aangenomen, transformeerde de buurt tot een culturele bestemming voor theaters, muziekhallen en chique hotels. New York groeide hard in die dagen en Times Square werd de plek waar grote momenten gevierd werden: landskampioenschappen van honkbalteams, uitslagen van presidentsverkiezingen, het einde van twee wereldoorlogen. Dit was ook de periode waarin de buurt in de ban raakte van misdaad, corruptie, gokken en prostitutie. Times Square werd een ruige buurt en zou dat blijven tot burgemeester Rudolph Guiliani (1994-2001) zich aan een grote schoonmaak van het gebied zette.

Toch kijken veel oudere New Yorkers met nostalgie naar juist de ranzigste periode, de jaren zeventig en tachtig, toen de rafelranden van de in verval zijnde stad het meest zichtbaar waren rondom Times Square: in de vorm van seksshops, bordelen, straatcriminaliteit, dive bars, pornobioscopen en drugshandel. Het was ook de tijd dat de crew van het satirische tv-programma Saturday Night Live na de uitzending, vaak, onder aanvoering van John Belushi en Bill Murray, te vinden was in de aftandse doorzaktenten van Times Square.

Een van de laatste overblijfselen uit die tijd is Jimmy’s Corner, een pijpenla van een kroeg die sinds 1972 op 44th Street zit. Eigenaar Jimmy Glenn was ooit ringverzorger van Mohammed Ali, die fotografisch dan ook zeer aanwezig is in het café. Barvrouw Swannie, tevens echtgenote van Jimmy, is niet te spreken over het huidige Times Square, dat ze „totaal schoon geschrobd” en „gehomogeniseerd” noemt. Vroeger was het tenminste interessant en als gevaarlijk heeft ze het nooit ervaren. „Zo’n beetje iedereen die hier werkte was een bokser of ex-bokser”, herinnert ze, „dus als klant bedacht je je wel een paar keer voor je problemen maakte”.

De formule is nog steeds hetzelfde: goedkope drank, elke dag een happy hour en na achten meisjes in korte rokjes achter de bar (ook oudere meisjes in korte rokjes). „We krijgen misschien geen hoeren, junkies, pooiers, freaks en andere schavuiten meer over de vloer”, zegt Swannie, „maar het is wel nog altijd een gemengd publiek. We schenken aan mediafiguren, advocaten, bouwvakkers, buurtbewoners en toeristen.”

Kortom, het gaat goed met de zaken. „Wij zijn de laatste echte dive”, zegt Swannie. „Dat weten onze vaste klanten. Want uiteindelijk is dit ook gewoon een buurt in New York. De mensen moeten toch ergens terecht.”