Yeah Yeah Yeahs gillen, piepen en vloeken als de stad zelf

Yeah Yeah Yeahs. 17/7 Paradiso, Amsterdam. Herhaling 18/7 Dour Festival, België.

Hoe zou ze er nu weer uitzien? De opwinding bij een concert van de New Yorkse rockgroep Yeah Yeah Yeahs bestaat voor een belangrijk deel uit de verschijning van zangeres Karen O. Bij haar debuut op de internationale rockpodia tien jaar geleden werd ze een stijlicoon voor liefhebbers van buitenissige punkmode, met kleurige outfits die haar elke keer opnieuw tot een bezienswaardigheid maakten.

Opzichtig was ze altijd, maar gisteren in een uitverkocht Paradiso deed haar glitterensemble met hotpants en kerstslingers pijn aan de ogen. Een stilist uit de hel gaf haar een knalgeel T-shirt onder uitgegroeid geblondeerd haar en kousen in vloekende kleuren.

Een seksbom als Debbie Harry of Lana Del Rey zal ze nooit worden, maar Karen Orzolek kan een keel opzetten die Iggy Pop de gordijnen in jaagt. Ze lacht er onophoudelijk bij, gemeend of niet.

Na de betrekkelijk gladde discorock van het voorlaatste It’s Blitz! is hun vierde album Mosquito een terugkeer naar de basis van dampende, pulserende rock. Met de hoekige swing van drummer Brian Chase en de scherpe gitaarpatronen van Nick Zinner kunnen de Yeah Yeah Yeahs live een flinke aardverschuiving veroorzaken. Brave, herkenbare liedjes hebben ze nauwelijks. In plaats daarvan rocken ze de pannen van het dak in het confronterende Sacrilege en zingt Karen O een innige ballad met haar toetsenman op het gesamplede ritme van de New Yorkse metro. Ze gilt, piept en vloekt met haar omgeving, net als het echte stadse leven.