Utrecht halveert lastige jeugdgroepen

Het aantal ‘problematische jeugdgroepen’ in Utrecht is de laatste vier jaar meer dan gehalveerd. Dit schrijft burgemeester Aleid Wolfsen (PvdA) vandaag aan de gemeenteraad. In 2009 waren er 49 jeugdgroepen in de stad; nu zijn er 21. Het aantal jongeren dat is aangesloten bij een hinderlijke, overlastgevende of criminele jeugdgroep, is vooral afgelopen jaar gedaald. De politie telde er een jaar eerder 640, nu 288.

Wolfsen merkt op dat deze cijfers contrasteren met de uitkomsten van de Inwonersenquête die 3.500 Utrechters vorig jaar invulden. Daaruit blijkt dat de ervaren jongerenoverlast licht gestegen is. Wolfsen kan niet verklaren waarom de bewoners vinden dat de overlast is toegenomen.

De gemeente Utrecht is vorig jaar intensiever opgetreden tegen problematische jeugdgroepen. In plaats van een beperkt aantal besloot de gemeente ze allemaal aan te pakken. Ook werd de ‘kopstukkenaanpak’ geïntroduceerd. Rechercheurs zoeken daarbij gericht naar strafbare feiten van leidende figuren in een jeugdgroep, die dan berecht worden op speciale kopstukkenzittingen. De veroordeelde wordt vervolgens begeleid naar een studie of werk.

Volgens Wolfsen heeft de nieuwe aanpak bijgedragen aan de recente daling van het aantal problematische jeugdgroepen. Vorig jaar maart waren er nog veertig. Ruim driehonderd jongeren hebben de groepen verlaten. De gemeente schrijft die ontwikkeling ook toe aan betere informatie aan ouders over het gedrag van hun kinderen.

De daling van het aantal probleemjongeren is deels negatief: enkelen zijn actief geworden in het ‘echte’ criminele circuit. Daarmee vallen ze volgens Wolfsen buiten de aanpak voor de jeugdgroepen. Politie en justitie houden de betrokkenen wel in de gaten.