Rustdag deel 2

M ijn vorige stukje ging over het fenomeen rustdag, over het probleem rustdag. Ik ga daar nog even op door.

De rustdagen zijn even welkom als noodzakelijk voor de renners. Tegelijkertijd komen er maar weinigen ongeschonden uit tevoorschijn. Rustdagen zijn curieuze etappes waarin alleen natuurtalenten excelleren. Een rustdag ontregelt meestal.

Persoonlijke observaties in het verleden hebben me geleerd dat het fysieke metabolisme voortraast op de rustdag. Ook al leg je jezelf neder op een hotelbed, het lichaam blijft de stomme slaaf der gewoonte. Op celniveau treden verstoppingen op omdat simpel gezegd de tank niet meer wordt leeggereden. Rusten kan niet zonder inspanning. Maar hoeveel inspanning is nodig voor een effectieve rust? Het is bijna een to be or not to be.

Het zou me verbazen als Team Sky met haar wetenschappelijk gemotiveerde Sturm und Drang de rustdag niet getackeld heeft, en zij de gouden, individueel toegesneden rustdagrecepturen hebben ontwikkeld. Uit strategische overwegingen geven ze natuurlijk niks prijs, maar ik kan me voorstellen dat, na bestudering van diens wattageregistraties van de voorafgaande dagen, Chris Froome een gedetailleerd dagschema voorgeschoteld krijgt waarop naast het precieze aantal lostrapminuten de in te nemen grammen koolhydraten en proteïnen vermeld staan. Verder relevante aanbevelingen als: copuleren met vriendin, indien aanwezig, mag zolang het maar voor negen uur in de ochtend gebeurt en op voorwaarde dat het de focus op de koers niet vertroebelt; masturberen liever niet zonder toezicht van de chiropractor. Een elektronische remix van Mozart in de oordopjes valt te verkiezen boven een klassieke interpretatie.

Rustdagen zijn de meest mysterieuze dagen in de Tour. Maar het is vooral op de tweede rustdag dat onmerkbaar de dingen verschuiven. Zelfobservatie in het verleden heeft me geleerd dat een wielrenner niet uit een stuk is. Er zijn wel honderd ikken en ikjes die hem sturen. De vraag is alleen: wie heeft de regie? Ach, het zijn de onnozele engelen die hem vlam doen vatten, en het zijn de dwingende duivels die hem doen dansen op houtskool. De Tour is een navrant feest dat net onder de bewustzijnsdrempel wordt gevierd.

De tweede rustdag in de Tour is een ijkpunt. Betere nog, het is een verstervingspunt. Wie hier aan voorbij kan is een gezonde jongeheer. De tweede rustdag is een muizenval.

Veel renners sneuvelen tijdens de tweede rustdag. In de ontspanning breekt gek genoeg de veer. Ze willen niet breken maar ergens in de diepte van het wezen geeft iemand het op. Onuitstaanbaar is het dat ze de kwade genius niet kunnen traceren. Ze gaan de derde Tourweek in omdat ze er een kaartje voor hebben gekocht.

De derde Tourweek is voor de liefhebber het heilige der heiligen; voor het gros van de renners is het een slechte grap.