Column

Renske Peppie en Kokkie

Wanneer je meer details leest over de roof uit de Kunsthal, is het toch moeilijk om niet een soort Mr. Bean-film voor je te gaan zien – met een nogal wrange bijsmaak, uiteraard. Het begint ermee dat de daders in een auto naar Nederland rijden, vastbesloten een museum te gaan bestelen – wélk museum, is nog even de vraag. De verdachten hebben verklaard dat ze eerst het natuurhistorisch museum bezochten, maar daar constateerden ‘dat ze met opgezette vogels waarschijnlijk niet zoveel konden verdienen’. Wellicht hebben ze in die auto, waarmee ze via hun GPS-systeem (zoek op: Nuttige Plaatsen) een reeks musea afgingen, nog een hele Peppie en Kokkie-achtige discussie gehad: het draaiorgelmuseum? Maar ja, zal je net zien dat je zo’n orgel tegen een muurtje stoot en het ding per ongeluk De Minutenwals begint te spelen. Het Elvis Presley-museum in Molkwerum dan? Tja, hoeveel brengt een replica van een glitterjumpsuit tegenwoordig nog op? Misschien het Anatomie en Pathologie-museum in Nijmegen? Of heeft de maffia tegenwoordig geen behoefte meer aan een geinige vierarmige embryo op sterk water voor hun ultrageheime vergaderruimte?

Want dat is natuurlijk het einddoel: het verkopen. Ik heb me altijd afgevraagd wie er gestolen kunst koopt. Dat moet iemand zijn die óf zoveel van het kunstwerk houdt dat hij of zij het werk in eigendom wil hebben, ongeacht de wet. Óf het is iemand die er juist op kickt dat het illegale doeken zijn, die ervan houdt iets te bezitten wat eigenlijk niet te bezitten valt, die ervan geniet dat er een heleboel mensen in blinde paniek en verwarring zijn om iets wat bij hem of haar aan de muur hangt. Goeie personages voor een komedie, allebei. De eerste persoon lijkt me een soort steenrijke psychoot, iemand die het werk ophangt in een geluidsdichte bunker en er elke dag uren in zijn eentje naar kijkt. (En daarna een meisje kidnapt omdat hij ‘verliefd was geworden op haar huid, zo perfect als een zee van sneeuw en poedersuiker’). De tweede soort lijkt me eerder een steenrijke crimineel, iemand die het gestolen kunstwerk juist etaleert, net zoals hij graag met zijn Bengaalse tijgerkleed en de échte Lijkwade van Turijn pronkt (jazeker, daar pronken maffiosi mee).

In het geval van de gestolen werken uit de Kunsthal hadden de dieven nagelaten even van tevoren te peilen of iemand wel zat te wachten op hun buit: geen enkele koper bleek geïnteresseerd. De schilderijen waren ‘te beroemd’ – blijkbaar is er een kritische grens als het gaat om de bekendheid van geroofde kunst. De dieven liepen door de straten met de doeken opgerold in een tasje, waarna ze er uiteindelijk maar de fik in hebben gezet. Een slapstick-einde – als het niet zo triest was geweest.