Aantal groepen probleemjongeren in Utrecht fors gedaald

Een wijkagent in Utrecht doet zijn ronde langs de verschillende hangjeugdgroepen in de stad. Foto ANP / Ilvy Njiokiktjien

Het aantal problematische jeugdgroepen in Utrecht is de laatste vier jaar met meer dan de helft gedaald. Dit schrijft burgemeester Aleid Wolfsen (PvdA) vandaag in een brief aan de gemeenteraad. In 2009 waren er nog 49 jeugdgroepen in de stad; nu zijn er 21.

Het aantal jongeren dat is aangesloten bij een hinderlijke, overlastgevende of criminele jeugdgroep is vooral het afgelopen jaar gedaald. Vorig jaar ging het om 640 jongeren, tegen 288 nu. Wolfsen schrijft in de brief dat de cijfers in contrast staan met de Inwonersenquête die vorig jaar door 3500 Utrechters werd ingevuld. Daaruit blijkt dat de ervaren jongerenoverlast “licht gestegen” is.

De gemeente Utrecht heeft in 2012 de aanpak van problematische jeugdgroepen “geïntensiveerd.” In plaats van een beperkt aantal jeugdgroepen besloot de gemeente alle problematische jeugdgroepen in de stad aan te pakken. Ook werd de ‘kopstukkenaanpak’ geïntroduceerd. Speciale rechercheurs gaan gericht op zoek naar strafbare feiten gepleegd door de leidende figuren in een jeugdgroep en de jongeren worden berecht op speciale kopstukkenzittingen. Een gestraft kopstuk krijgt een speciaal begeleidingstraject naar studie of werk.

Driehonderd jongeren verlieten probleemgroep

In de brief schrijft Wolfsen dat de nieuwe aanpak heeft “bijgedragen” aan de daling van het aantal jeugdgroepen. Wat vooral opvalt is het verschil in het aantal problematische jeugdgroepen tussen een jaar geleden en nu. Vorig jaar maart waren er nog 40, nu gaat het om 21 jeugdgroepen en hebben bovendien ruim driehonderd jongeren hun jeugdgroep verlaten. Dat komt volgens de gemeente naast de kopstukkenaanpak doordat ouders beter geïnformeerd worden over het gedrag van hun kinderen.

Ook zijn sommige groepen uit elkaar gevallen, en zijn enkele leden daarvan nu zelf actief in het criminele circuit. Uit de brief: “Hierop wordt door politie en justitie ingezet, maar deze individuen passen niet meer in de shortlist en aanpak jeugdgroepen.”

Dat de ervaren jongerenoverlast in Utrecht is gestegen, kan Wolfsen niet verklaren. Hij schrijft: “Er is geen heldere verklaring voor die stijging, te meer daar het aantal meldingen van overlast bij de politie niet is gestegen.”