Column

‘Nutteloos’ is geen interessante kwalificatie

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Kunst doet me extra goed als ik merk hoe benauwd het kan maken. Als ik voel hoe het ontregelt, ontmaskert, een spiegel voorhoudt.

Zo staat nu de helft van Frankrijk op zijn achterste benen over de nieuwe Franse postzegel. De ontwerper Olivier Ciappa verklaarde namelijk dat hij zich voor zijn versie van ‘Marianne’, zinnebeeld van de Franse Republiek die met haar Frygische muts altijd op die postzegel staat, heeft gebaseerd op Inna Sjevtsjenko. Die is Oekraïens, activistisch topless en ook nog eens pleitbezorger voor het homohuwelijk. Willen ze allemaal niet in Frankrijk.

En dat komt mooi uit, want ze is het ook niet. Dit is good old Angélique, van de Angélique-films uit de jaren zestig. Destijds een instanthit en nog regelmatig herhaald op vele tv-zenders. Voor wie de reeks niet kent en in wil halen (wat ik aanbeveel voor het opfleuren van landerige zomeravonden): onder smeuïge titels als Angélique, marquise des anges en Indomptable Angélique vertellen die films de avonturen van een zeventiende-eeuwse adellijke blondine in een consequent afzakkende blouse. Steevast zucht ze in het heetst van de strijd om haar (kreupele, ook dat nog) echtgenoot: „Joffrey…”.

Angélique is het embleem van de Franse vrouwelijkheid zoals de Fransen die graag zien: zwoel en met een pruillip. Franser dan zij krijg je ze niet. Heel geschikt voor de nationale postzegel dus.

Of Ciappa het zo heeft bedoeld doet er niet toe, zijn postzegel veroorzaakte iets wat uitgroeide tot een performance over blinde hysterie. Ga maar na. Hij provoceerde met Sjevtsjenko, want de Marianne op zijn postzegel lijkt helemaal niet op haar. Maar in plaats van even goed te kijken en een toonbeeld van Frans-heid te herkennen, reageren de Fransen alsof er sprake is van hoogverraad. Er is nu zelfs opgeroepen tot boycot van de postzegel. Alsof je een postzegel kunt boycotten.

Missie volbracht. Performance geslaagd.

Ze gaat nooit naar het Concertgebouw, klaagde een lezer. Wat niet waar is, maar dat laat ik niet op me zitten. Wat is er vanavond? Het Trio Shaham Erez Wallfisch, in de Kleine Zaal. Viool, piano en cello – opvallende combinatie van ego’s. Dat vecht mekaar de tent uit, als het goed is.

Dat niet direct, maar verwarrend is dit concert wel. Vooral het eerste stuk, Andante con moto in c van Grieg. De piano stelt telkens dezelfde vraag, als een soort ‘er was eens’. De strijkers geven steeds antwoord en worden door de pianist weersproken. Alle drie worden ze driftig. Ze vechten maar niemand kan winnen, wat ons in de zaal dwingt om goed op te letten. Jammer van die twee toegiften in de de categorie mopje, ze ondergraven de trance.

Wel iets voor Dré Wapenaar, beeldend kunstenaar en pianist. Die is bezig het idee ‘concert’ te ontregelen met de enorme sculptuur van hout en staal die hij bouwt bij DordtYart – eens een fabriekshal, nu locatie voor artists-in-residence, bij Dordrecht. Er werken en exposeren kunstenaars die goed zijn in het grote gebaar. ‘Nutteloos’ is geen interessante kwalificatie, besef ik hier weer eens. Deze romantische machines tasten naar de betekenis van licht en ruimte, door mist te produceren, tranen, herrie, lucht en nog zo wat aan magische indrukken.

Marije Vogelzang voedt het publiek dat haar Pasta sauna binnengaat. Ronald van der Meijs bouwt een orgel dat werkt op het getij in de Maas en oogt als een houten plattegrond van de Biesbosch. In Blind spot III zet lichtkunstenaar Ronald Schimmel me tegenover een witte wand. Ik zie niks, denk ik stuurs, alleen drie stomme zwarte cirkels. Maar plotseling onthullen mijn ogen zelf een fladderend optisch kunstwerk in psychedelische kleuren.

En Wapenaar werkt dus aan zijn Klankbodem-paviljoen. Daartoe ontwierp hij een enorme oester, volmaakt van akoestiek. Het perfecte kleinezaalconcert moet er mogelijk worden, zowel ideaal voor de musici op de terp in het midden, als voor het publiek dat rondom ruggelings in de muziek zal leunen.

Wanneer is het af ? Wapenaar zegt dat het pas klaar is als het gebruikt wordt. Hoe het werkt, moet ik in september maar komen beluisteren, als hij er speelt, onder anderen met Polo de Haas. Ik ga.