Negatieve boodschap over drugs helpt niet

Kritiek dat onze drugsvoorlichting drugsreclame is, is onterecht. Taboeverklaring helpt niet, vinden Matthijs Pontier en anderen.

Illustratie Angel Boligan

In Drugsvoorlichting is nu drugsreclame geworden (NRC, 11-07-2013) stellen Diederik Boomsma en Yoram Stein dat drugs taboe verklaard moeten worden: drugsvoorlichting en -beleid dienen drugsgebruik te veroordelen. Hiermee verwerpen zij expliciet het huidige, op onderzoek gestoelde Nederlandse preventiebeleid.

De literatuur laat overduidelijk zien dat het taboeïseren van genotmiddelengebruik en afschrikwekkende campagnes (bijvoorbeeld Nancy Reagan’s ‘Just Say No’), waar zij voor lijken te pleiten, drugsgebruik juist kan doen stijgen.

Wanneer jongeren alleen negatieve dingen over drugs horen, dan merken ze, naarmate ze meer ervaring krijgen en er meer van af weten, dat de informatie van de overheid niet klopt, en geloven ze niet meer wat ze van die zijde over drugs horen.

Nederland voert al jaren een harm reduction beleid en heeft het laagste aantal probleemgebruikers in Europa. Dit in schril contrast met veel andere EU landen of de VS.

Boomsma en Stein trekken uit het Antenne 2012 onderzoek de valse conclusie dat negatieve normering door ouders tot minder drugsgebruik leidt en maatschappelijke afwijzing dit eveneens zal doen. Maar wetenschappelijk onderzoek wijst er juist op dat in de puberteit de invloed van de ouders afneemt en normen van leeftijdsgenoten steeds belangrijker worden. Ook hanteren jongeren thuis andere normen dan op straat.

Boomsma en Stein ridiculiseren de constatering dat paardrijden gevaarlijker is dan xtc-gebruik. Deze is echter afkomstig van Prof. David Nutt, een Britse autoriteit op drugsgebied. Nutt vergeleek bestaand onderzoek naar beide activiteiten en concludeerde dat paardrijden, vooral door vallen, per sessie gemiddeld vaker en ernstigere gezondheidsproblemen oplevert dan xtc-gebruik. Gezondheidsproblemen door xtc ontstaan bovendien vooral door vervuilingen of te sterke pillen; gevolgen van de ongereguleerde xtc-markt.

De focus van Boomsma en Stein is bijzonder selectief. Alcohol en tabak, waar relatief veel gezondheidsschade mee gemoeid is, worden door hen buiten beschouwing gelaten. Ook is er opvallend genoeg geen aandacht voor de georganiseerde misdaad die gedijt bij het gebrek aan regulering van drugs. Ook wordt niet ingegaan op de zestien miljard aan maatschappelijke kosten die door drugsverboden veroorzaakt worden.

Een groeiend deel van de CDA-achterban maakt zich in toenemende mate zorgen over de grote winsten die in criminele circuits verdwijnen. Om deze reden groeit dan ook de bereidheid binnen het CDA om cannabisteelt te reguleren, zo signaleerde Gerrit Hartholt, een van de initiatiefnemers van de CDA Gideonsbende. Iets wat Boomsma en Stein maar hebben weggelaten in hun betoog. Dergelijk pragmatisme past niet bij hun wensdenken. De recente rapporten van de Global Commission on Drug Policy en de Organization of American States maken overduidelijk dat voor drugsbeleid geldt, dat goed het tegenovergestelde is van goedbedoeld.

Matthijs Pontier (voorzitter van ‘Drugs in Debat’), Derrick Bergman (Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod), Jean-Paul Grund (directeur onderzoek, Centrum voor Verslavingsonderzoek, Gjalt-Jorn Peters(Maastricht University) en Freek Polak (Stichting Drugsbeleid).