Minder naar de dokter

Onder het motto ‘zinnig en zuinig’ onderneemt minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) een serieuze poging om de kosten van de gezondheidszorg te beteugelen. Let wel: niet om er de komende jaren minder geld aan uit te geven dan nu, maar om de jaarlijkse stijgingen af te remmen. Om te bereiken dat de groei van de uitgaven voor de zorg volgend jaar tot 1,5 procent wordt beperkt en tot 1 procent per jaar in de periode 2015-2017. Op deze wijze denkt de bewindsvrouw jaarlijks één miljard minder uit te geven dan bij onveranderd beleid zou gebeuren.

Wie meent dat er fors bespaard moet worden op de overheids- en andere collectieve uitgaven, kan moeilijk heen om twee beleidsterreinen: sociale zekerheid en zorg.

Met het akkoord dat Schippers dinsdag sloot met ziekenhuizen, medisch specialisten, ggz, huisartsen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties levert ze een substantiële bijdrage. Een overeenkomst met actoren die zulke uiteenlopende belangen hebben, is een niet te onderschatten verdienste. Het zal hebben geholpen dat alle betrokkenen zullen hebben beseft dat besparingen linksom of rechtsom onvermijdelijk zijn, met of zonder hun instemming.

Het zorgakkoord is in wezen een aanval op overbodige uitgaven, op verspilling die meestal niet als zodanig wordt herkend. Dus moet de huisarts minder snel doorverwijzen naar de specialist. Dus moet de specialist ingrepen die niet strikt nodig zijn, achterwege laten. Dus zullen behandelingen in minder, maar wel meer gespecialiseerde ziekenhuizen plaatshebben. Dus zal de patiënt verder van huis moeten reizen voor zijn ‘zorgconsumptie’. Misschien besluit die patiënt, die straks meer inzicht krijgt in de kosten van de zorg, dat hij dat bezoekje aan de dokter soms ook wel achterwege kan laten.

Het welslagen van het zorgakkoord hangt dus mede af van afwegingen die op individueel niveau worden genomen. Op dat niveau is Schippers de patiënt tegemoetgekomen. Het basispakket van de zorgverzekering blijft veel meer intact dan eerder haar bedoeling was. In plaats van 1,5 miljard wordt er voor 300 miljoen uit geschrapt.

De zorg is de laatste jaren niet alleen gekenmerkt door zijn hoge kosten, maar ook doordat de uitgaven steeds weer hoger uitvielen dan was geraamd, met uitzondering van 2012. Logisch dus dat de minister haar beleid voortzet om de afzonderlijke sectoren zelf verantwoordelijk te maken voor de compensatie van overschrijdingen.

Het is te hopen dat het zorgakkoord werkt. Het alternatief is anders onvermijdelijk: dat patiënten via hogere eigen bijdragen moeten bloeden voor de kosten die voor hun zorg worden gemaakt.