Liberale critici in Egypte zijn nu landverraders

Temidden van alle steun voor de „revolutie” in Egypte, is er ook kritiek te horen. Ook onder liberalen en de revolutionairen van 2011.

Aanhangers van de afgezette president Morsi in gebed na het breken van de vasten. Foto AP

Niet voor het eerst was het Bassem Youssef, de ‘Egyptische Jon Stewart’, die de juiste woorden vond. „Dank aan al wie ondanks de overwinningsroes zijn menselijkheid heeft bewaard; aan die enkelingen die in geen van beide kampen welkom zijn omdat ze niet meedoen aan de haatzaaierij en het leedvermaak”, zei de tv-komiek deze week in de krant Al-Shorouk.

Youssef vatte goed het klimaat samen dat in Egypte is ontstaan sinds het afzetten van president Morsi op 3 juli. De Moslimbroederschap, pas nog de grootste politieke formatie in het land, wordt nu in de media routineus beschreven als terroristen. Wie het woord ‘coup’ gebruikt in plaats van ‘revolutie’ is hun handlanger.

Youssef: „Wat zeg je? Zijn er Moslimbroeders doodgeschoten bij de Republikeinse Garde? Wat hadden die daar te zoeken? Waarom ben je daar niet blij om? Jij bent vast een vijand van de staat en een terrorist!”

Een verhitte discussie op Twitter tussen Youssef en Mahmoud Salem, een bekende liberale blogger en politicus, naar aanleiding van het artikel zette de zaken op scherp. Salem zei dat hij het in principe eens was met Youssef. „Maar dit is een strijd op leven en dood. Wanneer de strijd beslecht is, vindt u mij opnieuw in uw kamp.” Youssef repliceerde: „De test voor uw principes is niet wanneer alles geregeld is; het is nu, in het heetst van de strijd.”

Wael Abbas is een van de ‘enkelingen’ waarover Youssef het had. Abbas is een blogger en activist die al sinds 2004 wantoestanden aanklaagt. Hij bestempelt het afzetten van Morsi, daags na massaprotest tegen zijn bewind, zonder schroom als een coup.

„Natuurlijk is het geen revolutie als je op handen wordt gedragen door leger, politie, de rechtspraak: alles wat de staat uitmaakt”, zegt hij minachtend. „Wat op 30 juni is gebeurd, was een viering van iets dat al lang op voorhand op hoog niveau was beslist. Anders hadden leger en politie dit nooit toegelaten.”

Ook Abbas beschouwt Morsi als illegitiem, in de eerste plaats omdat hij gekozen is op basis van een kieswet die sindsdien als onwettig is bestempeld. Maar hij zegt dat hij het leger voor geen cent vertrouwt, ook niet nu dat leger zegt dat het geen actieve rol wil in de politiek. „Een transitie met het leger als vroedvrouw kan nooit uitmonden in een democratie. Het is een terugkeer naar Mubaraks tijdperk.”

Wie dat durft zeggen is nu aangeschoten wild. „In de eerste plaats wat hen betreft die niet hebben meegedaan in 2011, en die op 30 juni voor het de eerst keer op straat kwamen. Zij noemen ons nu landverraders die meeheulen met de Moslimbroederschap of de VS.”

Maar ook binnen het ‘revolutionaire’ kamp woedt een fel debat. Ahmed Maher en Esraa Abdel-Fattah, de twee oprichters van de 6 april-jeugdbeweging die mee aan de basis lag van de opstand van 2011, schaarden zich eerst enthousiast achter de 30 juni-beweging. Na de coup van 3 juli werden ze ontvangen door interim-president Mansour, en beloofden ze samen op reis te gaan om de buitenwereld uit te leggen dat wat in Egypte is gebeurd echt geen coup is.

Maar Maher veranderde van gedachten na het bloedbad bij de Republikeinse Garde, waar het leger op 8 juli 51 aanhangers van Morsi doodschoot. Maher nam het woord ‘coup’ in de mond. Sindsdien voert Abdel Fattah, die vorig jaar genomineerd werd voor de Nobelprijs voor de Vrede, campagne tegen Maher.

Een andere icoon van de revolutie is ook gesneuveld: de Facebook-pagina ‘Wij zijn allemaal Khaled Said’. Said is een jonge man die in 2010 werd doodgemarteld in politiehechtenis. Het protest daaromheen was een voorbode van de opstand tegen Mubarak, en de Facebook-pagina, opgericht door de nu wereldberoemde Wael Ghonim, was hét vehikel waarmee in 2011 tot massaal protest werd opgeroepen.

Maar de man die de Engelstalige pagina beheerde, terwijl Ghonim het Arabisch deed, heeft zich tegen de ‘revolutie’ van 30 juni gekeerd. Hij wil zijn naam niet geven, want zegt hij: „Het is nu opnieuw 24 januari 2011. Mubaraks regime is helemaal terug. Die activisten die daar nog aan twijfelen zullen dat weldra aan de lijve ondervinden.”

Net zoals Abbas vermoedt hij dat het afzetten van Morsi geen reactie was op het straatprotest, „maar op voorhand was gepland door leger, politie en andere onderdelen van de diepe staat met de steun van een deel van de oppositie”.

„Als er een beetje meer druk was uitgeoefend, als er een paar dagen langer vreedzaam was betoogd, dan waren er mogelijk vervroegde verkiezingen of een andere democratische oplossing uit de bus gekomen. Een militaire coup is niet de oplossing.”

Van Ghonim is niets vernomen sinds hij, voorafgaand aan 30 juni, aan Morsi vroeg om zijn ‘vaderlandse plicht’ te doen door af te treden. De Arabische pagina, die door 3,1 miljoen mensen wordt gevolgd, is niet anti-coup. De laatste toevoeging dateert van de dag van de coup, en is solidair met het leger.

Maar voor Zahraa, de zus van Khaled Said, komt Ghonims stilzwijgen sindsdien neer op verraad. „Ze moeten ophouden met mijn broers naam te gebruiken. Zij vertegenwoordigen niet langer wat er op straat gebeurt”, zegt zij aan de telefoon. „Ze zouden hun pagina moeten omdopen in ‘Wij zijn allemaal Moslimbroeders’.”