Column

Joris Luyendijk Hoera, een cokesnuiver

Als ik via Twitter en Facebook iets heb geleerd dan is het dat verhalen over zakenbankiers als psychopaten, gokverslaafden of cokesnuivers enorm scoren. Dus hoera, want vandaag heb ik er zo eentje. Seth Freedman werkte zes jaar als beursmakelaar en schreef toen Binge Trading – the real inside story of cash, cocaine and corruption in the City.

Ook uitgevers volgen de sociale media en Seth’s boek past in een kleine traditie. Cityboy: beer and loathing in the Square Mile. Of: Gross Misconduct: my year of excess in the City. En City Girl: the devil wears pinstripes.

Zakenbankiers ergeren zich suf aan zulke boeken, waar ik ze heerlijk mee kan zieken: Dus jullie vinden dat uitgevers een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om boeken uit te geven die adequaat de werkelijkheid weergeven? Maar bedrijven hebben in jouw neoliberale model toch alleen een verantwoordelijkheid aan hun aandeelhouders? Die willen winst en dat maak je door bankiers af te schilderen als monsters.

Maar goed, Seth was dus jaren aan de coke en deed de hele dag weinig anders dan gokken. Hetzij op de markten, hetzij op de paardenrennen, voetbalwedstrijden en ga zo maar door.

„De financiële sector is de perfecte omgeving om je innerlijke beest los te laten”, legt hij uit. „Je doet hetzelfde als gokverslaafden maar nu oogst je er enorme status en beloningen mee.”

Althans, tot de crisis van 2008.

Na een maand of zes als makelaar raakte hij aan de coke. Makelaars verdienen hun geld via commissie van de klanten voor wie ze handelen op de beurs. Die klanten bind je aan je via ‘client entertainment’. Een paar lijntjes regelen voor een klant levert niet alleen dankbaarheid op maar smeedt ook een band die het zakelijke overstijgt.

Verslavend is ook de competitie, zegt Seth. „Het idee: ik ben beter dan die andere gast.” Hij herinnert zich hoe hij ‘s nachts iedere twee uur wakker werd om de Aziatische beurzen te checken. „Als je handelt weet je je ook onderdeel van iets groters, de Markt.”

We komen op de vraag waarom verhalen ‘hoe cocaïne / psychopathie / gokverslaving de crisis van 2008 veroorzaakte’, zo goed scoren. Na zijn tijd in de City ging Seth twee jaar bij het Israëlische leger – tot hij daar ook weer op afknapte. Verder pratend over ons gedeelde Midden-Oostenverleden kwamen we op het Jeruzalem Syndroom.

Ieder jaar wordt een aantal toeristen in de Heilige Stad letterlijk waanzinnig. Ze gaan logeren in een hostel om te wachten op de Messias, vaak maandenlang. Ik sprak eens de uitbater van zo’n hostel. Hij had beroepshalve tientallen slachtoffers van het syndroom lange tijd kunnen observeren. Zijn theorie: deze mensen voelden zich niet alleen verschrikkelijk maar vooral onmachtig. Door hun hoop te zetten op een Messias legden ze de verantwoordelijkheid buiten zichzelf; iemand anders gaat het oplossen, en wel ineens.

Rond de financiële sector voelen veel mensen zich denk ik even onmachtig. Het intens optimistische idee dat we enkel de psychopaten even eruit moeten vissen, of het cokegebruik aanpakken, of de gokverslaafden in therapie moeten stoppen, vervult wellicht eenzelfde psychologische behoefte; de wereld is simpel en overzichtelijk, en de oorzaken en oplossingen liggen buiten jezelf.

De akelige werkelijkheid lijkt me dat heel veel mensen heel veel huiswerk zullen moeten gaan doen. Alleen zo kunnen we erachter komen hoe een stabiele en morele financiële sector eruit zou moeten zien. En hoe het politieke draagvlak valt te creëren voor de verwezenlijking ervan. Als ik een gokje mag wagen: dit gaat er voorlopig niet van komen.

Joris Luyendijk schrijft elke donderdag over de financiële wereld in Londen.