Jonge, slimme mannen zoeken werk

De werkloosheid onder jonge, hoogopgeleide mannen is bijna dubbel zo hoog als onder vrouwen. Mannen presteren minder als student en kiezen conjunctuurgevoelige beroepen.

Foto’s Olivier Middendorp

Hij zag het gebeuren bij de een na de ander. De medestudenten van Emiel Westerhof (27) aan de faculteit bouwkunde van de TU Eindhoven konden na hun afstuderen geen baan vinden. „Ze gingen post bezorgen, werken bij de MediaMarkt, vakkenvullen.”

Verspilling van kennis, dacht Westerhof. Samen met studiegenoten richtte hij begin dit jaar ‘KiemKennis’ op. Een platform voor verse architecten, stedenbouwkundigen, constructeurs en vastgoedontwikkelaars om zelf werk te creëren. Het resultaat na een half jaar: dertig leden en nul opdrachten. „De concurrentie is moordend”, zegt hij. „Je kunt niet op tegen ervaren krachten met scherpe tarieven.”

De werkloosheid blijft oplopen, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van vanochtend. Het aantal werkzoekende 45-plussers stijgt het snelst en kwam afgelopen maand uit op 252.000. Maar dat is nog altijd minder dan de 280.000 werkzoekenden in de categorie van 25 tot en met 44 jaar oud.

Met name jonge, hoogopgeleide mannen hebben het moeilijk. Tot aan de crisis in 2008 was de werkloosheid onder hoogopgeleide mannen en vrouwen tussen 25 en 35 jaar met ruim 2 procent gelijk. Maar sindsdien is het aantal werkzoekende mannen in deze categorie gestegen tot ruim 6 procent, bijna twee keer zoveel als de vrouwen. Van de jonge mannen die sociale wetenschappen, geesteswetenschappen, communicatie of kunst hebben gestudeerd is bijna 9 procent werkloos.

Er zijn twee redenen, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. Eén: mannen kiezen de verkeerde beroepen. „Mannen zijn oververtegenwoordigd in conjunctuurgevoelige sectoren zoals de bouw, industrie en de financiële wereld”, zegt hij. „Terwijl je vrouwen vaker terugziet in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs, waar ze minder last hebben van de economische crisis.”

En twee: mannen hadden vroeger beter hun huiswerk moeten doen. „Bij de leeftijdscategorie 25 tot 35 jaar spelen studieresultaten nog een grotere rol bij sollicitaties”, zegt Van Mulligen. „Mannen presteren hier gemiddeld minder. Denk als een werkgever: wil je een zes die zes jaar heeft gestudeerd of liever een acht die vier jaar heeft gestudeerd?”

Mannen studeren langer (of langzamer), bevestigt de Emancipatiemonitor 2012 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Ook omdat ze vaker technische of bètastudies kiezen die langer duren, maar dat is geen sluitende verklaring, zegt het SCP. Van de studenten die in 2005/2006 een hbo-opleiding begonnen, was vijf jaar later 62 procent van de vrouwen afgestudeerd, van de mannen 46 procent.

Mannen werken ook vaker in sectoren met minder uitstroom en dus minder vacatures, zegt hoogleraar Rolf van der Velden, hoofd van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht. „In de twee decennia voor de crisis nam de werkgelegenheid voor jonge economen bijvoorbeeld enorm toe”, zegt hij. „Nu zijn zij pas in de veertig, vijftig en is er in de economische sector weinig ‘vervangingsvraag’ voor gepensioneerden.”

Er is wel hoop voor jonge mannen. Vrouwen werkten al vaker in deeltijd en het lijkt erop dat de crisis dit versterkt, zegt onderzoek van het ROA. Van de afgestudeerden op mbo en hbo-niveau werken drie keer zoveel vrouwen (63 procent) als mannen (20 procent) minder dan 33 uur per week. Beide seksen associëren deeltijd met slechtere carrièremogelijkheden.