‘Het zwijn werd na terugkeer een plaag’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Tweede Kamerlid Johan Houwers (VVD) vorige week donderdag in het Algemeen Dagblad

De aanleiding

Met de eventuele terugkeer van de wolf moeten we helemaal niet zo blij zijn. Voor je het weet heb je namelijk een „plaag”. Dat zei Tweede Kamerlid Johan Houwers van de VVD vorige week donderdag in het Algemeen Dagblad. En dat is niet de bedoeling. Want „Nederland is te klein om alle wolven van de wereld te huisvesten”, schat Houwers in. Daarom moet uitgebreid onderzocht worden hoeveel wolven er wél bijpassen in Nederland, vindt hij – als die dus al terugkomt.

Houwers vergelijkt de wolf met het everzwijn. „Iedereen sprak met hetzelfde enthousiasme over de terugkeer van het zwijn als nu over de wolf”, aldus Houwers. „Maar een paar jaar later hadden we een plaag.” De provincie Gelderland – de thuisbasis van het Nederlandse zwijn – haalde het beest als verloren zoon binnen na een periode van slechte zwijnenstand, herinnert Houwers zich. Maar eigenlijk zorgen de dieren volgens hem vooral voor overlast: ze zijn een gevaar op de weg en vernielen tuinen.

Maar is het zwijn dan écht terug van weggeweest? En heeft de warm onthaalde jonge kudde zich na terugkeer inderdaad in rap tempo vermenigvuldigd tot plaag?

En, klopt het?

Eerst even iets over het everzwijn. Want waar komen we dat eigenlijk tegen in Nederland? Het zwijn – de wilde voorouder van het gewone boerderijvarken – woont in Nederland op de Gelderse Veluwe en in het Limburgse natuurpark De Meinweg. Dat zijn gelijk ook de enige gebieden waar het beest welkom is. Voor de rest van het land geldt een zogeheten ‘nulstandbeleid’ – daar tolereren we dus geen zwijnen.

De Faunabeheereenheid Gelderland schat de zwijnenpopulatie op de Veluwe op zo’n 1.800 dieren. In Limburg zijn dat er veel minder. Volgens de Faunabeheereenheid van die provincie zijn het er in De Meinweg maar zo’n zestig – ten opzichte van de Veluwe dus een verwaarloosbaar aantal.

Op de vraag wanneer de Veluwe dan min of meer zwijnloos was, moet Gerrit Jan Spek even nadenken. Hij is grofwildcoördinator van de Vereniging Wildbeheer Veluwe en houdt zich al jaren bezig met de Veluwse fauna. Volgens hem hebben daar in ieder geval sinds begin vorige eeuw zwijnen gewoond – meer dan honderd jaar dus. „Daarvóór waren ze inderdaad een tijd niet in Nederland te vinden.”

Ook een woordvoerder van de provincie Gelderland kan zich niet herinneren dat het zwijn recent een renaissance beleefd heeft na een periode van relatieve afwezigheid. Volgens haar is het veilig om aan te nemen dat zwijnen „in ieder geval de afgelopen decennia” de Veluwse bossen bevolken.

Ieder jaar wordt opnieuw vastgesteld hoeveel zwijnen er in harmonie op de Veluwe kunnen wonen – zonder al te veel overlast te veroorzaken. Maar in werkelijkheid lopen er eigenlijk altijd méér zwijnen rond dan het nagestreefde maximale aantal. Dat is in ieder geval zo sinds het jaar 1990, zo blijkt uit de laatste Jaarrapportage Grofwild van de Faunabeheereenheid Gelderland. Van de slechte zwijnenstand waar Tweede Kamerlid Houwers naar verwijst is in ieder geval dus zeker twintig jaar geen sprake geweest.

En die zwijnenplaag dan, hebben we die gehad? In ieder geval is het zo dat de zwijnenpopulatie op de Veluwe altijd schommelt, als gevolg van het aantal geboren biggen en het beschikbare voedsel. Tot 2001 werden er tijdens de jaarlijkse voorjaarstelling permanent minder dan 1.500 zwijnen geteld, zo valt te lezen in de Jaarrapportage Grofwild. Maar de afgelopen tien jaar lag dat aantal gemiddeld wat hoger op zo’n 2.000 zwijnen, met een piek van 3.400 in het jaar 2008.

Fors meer dan normaal dus. Een plaag? Daarover verschillen de meningen. „We hebben hier geen officiële definitie van het begrip plaag”, zegt grofwildcoördinator Spek. „Ik zou het zelf niet zo noemen. Maar vraag het de boeren die last hadden van zwijnen op hun akkers of mensen die er één onder hun auto kregen – die hebben het waarschijnlijk wél over een plaag.”

Conclusie

Volgens VVD-Kamerlid Johan Houwers is het nog maar de vraag of we zo blij moeten zijn als de wolf inderdaad zijn herintrede maakt in de Nederlandse bossen. Het everzwijn werd volgens Houwers immers een paar jaar na zijn „terugkeer” een „plaag”.En een wolvenplaag, daar zitten we niet op te wachten.

Maar het zwijn is helemaal niet uit Nederland weggeweest – in ieder geval niet de afgelopen decennia. Sterker nog: er wonen al zeker 20 jaar méér zwijnen op de Veluwe dan wenselijk. Van een „terugkeer” is dus geen sprake. Dan de vermeende „plaag”. Een officiële definitie ontbreekt, maar in ieder geval piekte het aantal zwijnen in 2008 flink met een populatie van 3.400 beesten. Gezien de plotselinge uitschieter valt wel te verdedigen dat de zwijnen destijds een plaag waren. Een ‘terugkeer’ was er dus niet, een ‘plaag’ wel, vandaar: half waar.

Ook een bewering voorbij zien komen die je gecheckt wil zien? Mail je suggestie naar nextcheckt@nrc.nl of tip de redactie via Twitter met hashtag #nextcheckt.