Het zat er aan te komen

Bauke Mollema verloor minuten in de door Chris Froome gewonnen klimtijdrit Hij zakt van de tweede naar de vierde plaats in het klassement Een podiumplaats in Parijs is opeens ver weg

Bauke Mollema verloor in de tijdrit twee minuten op zijn naaste concurrenten Contador en Kreuziger en zakte naar de vierde plaats. Foto AFP

Redacteur Wielrennen

. Je wordt elfde in een vlakke tijdrit en je behoudt je derde plaats in het klassement. Een erkend tijdrijder ben je niet. Iedereen feliciteert je. Goed gedaan!

Dan rijd je nog een tijdrit, een week later. Deze is wat heuvelachtiger. Je wordt weer elfde, maar je zakt van de tweede naar de vierde plaats. Iedereen is teleurgesteld. Misschien waren onze verwachtingen dan toch te hoog gespannen, concluderen ze.

Het overkwam Belkin-renner Bauke Mollema deze Tour. In beide tijdritten van deze Tour de France verloor hij ongeveer twee minuten op de geletruidrager, de Brit Christopher Froome (Sky). Het grote verschil is dat zijn concurrenten in het klassement, met name de Spanjaard Alberto Contador en de Tsjech Roman Kreuziger (beiden Saxo), de klimtijdrit beter verteerden dan de vlakke variant. Beide renners passeerden Mollema in het algemeen klassement.

Het zat er al een beetje aan te komen dat Mollema zijn tweede plaats in het klassement zou verliezen. Zondag, op de Mont Ventoux, reed hij op veertig seconden achterstand van het Spaans-Tsjechische duo, maar wist hij de schade uiteindelijk te beperken. Dinsdag, in de etappe naar Gap, wist hij zich ternauwernood te handhaven in het groepje klassementsrenners. De tijdrit bleek hem te veel te zijn geworden.

Kan hij zich nog terugvechten tot een podiumplaats in Parijs? Onmogelijk is dat niet, maar het zal wel moeilijk worden. Bergop is Mollema gewaagd aan het Saxo-duo, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat hij hen op minuten achterstand zal rijden. Hij zal het nog zwaar genoeg krijgen om Nairo Quintana (Movistar), klimmer pur sang, voor te blijven. De Colombiaan staat na gisteren nog maar 35 seconden achter hem. Klassementsleider Froome is, ijs en weder dienende, door niemand meer te achterhalen.

Mollema’s tijdrit van gisteren was niet slecht, maar viel toch enigszins tegen. De voornaamste reden daarvoor is dat Mollema normaal gesproken beter presteert in klimtijdritten dan in een vlak landschap. Zo werd hij in de Ronde van Zwitserland, een maand voor de Tour, nog derde in de klimtijdrit naar de Flumserberg.

Een aantal zaken verliep gisteren niet optimaal voor de Groninger, rond wie massale belangstelling is ontstaan van Nederlandse toeristen die hun blonde kinderen na afloop van de etappes om een handtekening sturen. Om te beginnen: Mollema’s benen. Die waren „slap”, naar eigen zeggen. „Ik had niet de power die ik eerder had. Dat viel me een beetje tegen.”

Ten tweede: het materiaal. Mollema wisselde op de tweede en laatste beklimming van een gewone racefiets, waarmee hij bergop had gereden, naar een tijdritfiets. Het doel was om tijdwinst te pakken op de laatste afdaling. Ook bijvoorbeeld Froome bezigde deze tactiek. Maar net op dat moment begon het te regenen, en dat konden de remmen van die tijdritfiets niet goed aan. Mollema zei zelfs dat hij „eigenlijk geen remmen” meer had. „Die blokkeerden in de afdaling. Dan verlies je het vertrouwen een beetje.”

Op de derde plaats: de scherpe laatste bocht. Mollema remde te laat. „Dat was een fout. Ik stuurde hem eigenlijk te laat in. Dan hang je, dat is gewoon zonde.” De Groninger vloog uit de bocht en viel half tegen de boarding. Naar eigen zeggen kostte deze manoeuvre hem ongeveer vijf seconden.

Ten vierde: de druk. Mollema is met zijn 26 jaar een relatief jonge renner, die pas voor de tweede keer in zijn carrière meestrijdt om de podiumplaatsen in een grote ronde. De vorige keer was in de Vuelta d’España van twee jaar geleden, waarin hij vierde werd. Hoewel Belkin-trainer Louis Delahaye eerder nog beweerde dat de druk geen vat krijgt op de immer nuchtere Mollema, liet ploegleider Nico Verhoeven gisteren na de tijdrit weten dat het hem wel degelijk wat doet. „De druk van de natie ligt op zijn schouders. Dat ervaart hij ook wel. De verwachtingen aan het begin waren niet al te hoog, maar op een gegeven moment sta je wel tweede. Dan wordt die verwachting elke dag hoger.”

Verhoeven raakt niet in paniek nu zijn pupil twee plaatsen is gezakt in het klassement. „Wij hebben nooit als doel gehad om het podium te halen, maar je moet ervan genieten als je daar staat. Ik heb nooit het gevoel gehad dat we vast op de tweede plek stonden. We wisten dat het moeilijk zou zijn om tweede te blijven, omdat Contador en Kreuziger binnen veertien seconden stonden.”

Als je van twee naar vier gaat, aldus Verhoeven, is dat een negatieve weg die „niet voor iedereen plezierig” is. „Ik vind het alleen wel jammer dat hij er zo mee geconfronteerd wordt door iedereen, alsof de vierde plek niet goed is in de Tour, op vier dagen van het einde.”

De laatste Nederlander die in de Tour de France in de topvier eindigde, was Erik Breukink. In 1990.