Het was een emotioneel jaar, voor Waalre

De burgemeester vertrekt, en verder functioneert Waalre als elke andere gemeente. Maar de aanslag op het gemeentehuis, een jaar geleden, zindert nog na.

Burgemeester van Waalre Henri de Wijkerslooth voor het gebouw waar hij nu kantoor houdt. De rotsblokken moeten een nieuwe aanslag verhinderen. Foto’s Robin Utrecht

Acht maanden na de aanslag op het gemeentehuis viel het college van Waalre. Niet wegens de aanslag, maar door een vuilniswagen. Wethouder Harry Teeven van de lokale partij Aalst-Waalre Belang/Gemeentebelangen ’74 had een vuilniswagen à 150.000 euro gekocht zonder de raad te informeren. Coalitiepartners VVD en CDA, toch al ontevreden over de samenwerking met de wethouder, grepen de gelegenheid aan om een nieuwe college samen te stellen.

Dat nieuwe college – VVD, CDA, D66, PvdA – behandelt dezelfde zaken als waar de andere 407 colleges van Nederland zich mee bezighouden. Het doorvoeren van bezuinigingen, het aangaan van ‘samenwerkingsverbanden in de regio’ wegens de naderende ‘decentralisaties in het sociale domein’. Heikele kwesties: het al dan niet opheffen van twee grote buurthuizen en het wegbezuinigen van een honkbalvereniging. Kortom: het Waalrese bestuur functioneert, een jaar na de aanslag, als alle Nederlandse gemeenten.

Maar de aanslag zindert door, in Waalre. Voor de ingang van de twee kantoorpanden waar de gemeente sindsdien is gehuisvest, liggen enorme rotsblokken. Om te voorkomen dat er opnieuw een auto op inramt. Een ander gevolg van de aanslag: de gemeente werkt nu vanuit de dorpskern Aalst, dat samen met Waalre de gemeente vormt. Aalst en Waalre zijn rivalen, een echte Waalrenaar heeft „niets in Aalst te zoeken”. Zeker niet het burgerloket. Daarom lag het vorige raadhuis precies op de grens van de twee dorpen.

De gemeente beslist nog dit jaar over de locatie van een gemeentehuis voor de lange duur, en genoeg Waalrenaren hopen op een terugkeer naar ‘neutraal terrein’.

De aanslag blijft ook de aandacht opeisen door de voortgang in het politieonderzoek. Veertig rechercheurs zitten sinds die 18de juli 2012 op de zaak, en justitie komt regelmatig met resultaten naar buiten. Nieuws in januari, toen twee verdachten werden aangehouden en vrijwel direct weer vrijgelaten. Nieuws in maart en april, toen drie anderen werden gearresteerd, onder wie iemand uit een woonwagenkamp in Eindhoven en een bewoner van een kamp in Sint Michielsgestel. En nieuws in juni, toen zij weer werden vrijgelaten, bij gebrek aan overtuigend bewijs. Ze blijven verdachten in de zaak.

Van het woonwagenkamp van Waalre is niemand gearresteerd. Terwijl juist dat kamp de schuld in de schoenen geschoven kreeg door het gros van de Waalrenaren. Het woonwagenkamp aan de Broekweg had immers een conflict met de gemeente. Volgens een nieuw bestemmingsplan zou op het kamp geen plek zijn voor de grote loodsen die bewoners zonder vergunning achter hun woningen hadden gebouwd. Bij recente invallen op het kamp waren in de loodsen honderden kilo’s grondstoffen voor drugs aangetroffen. De gemeente had de loodsen jarenlang gedoogd.

Het college heeft het bestemmingsplan in maart goedgekeurd. Een loods mag nog maar vijftig vierkante meter groot zijn. De gemeente hoopt de grote loodsen nog dit jaar met de grond gelijk te maken.

De gemeente heeft een gedetacheerde Eindhovense ambtenaar ingeschakeld die met de kampers praat. Ambtenaren die op kamp controles uitvoeren zijn ook vaak ‘overgevlogen’ uit Eindhoven – of Breda en Tilburg.

Waalre zelf houdt meer afstand. Burgemeester Henri de Wijkerslooth laat zich zelfs niet meer op het woonwagenkamp zien, vertelt hij in zijn werkvertrek. „Het werkt als een rode lap op een stier, als ik op het kamp ben. Ik word gezien als de instigator van het hele proces. Een soort verpersoonlijking van het kwaad.”

Ironisch genoeg was het juist De Wijkerslooth die zijn burgers na de aanslag opriep niemand bij voorbaat te beschuldigen. Of het aan die opstelling lag, is onduidelijk, maar van een volksgericht in Waalre is het niet gekomen. Het enige tastbare bewijs van volkswoede was een dreigbrief gericht aan het kamp.

De Wijkerslooth vertrekt eind dit jaar als burgemeester, na tien jaar Waalre. „Ik heb behoefte aan iets nieuws”, zegt hij. „In september word ik 63. Als ik achteroverleun, zit ik hier nog twee jaar en moet ik met pensioen.”

De aanslag heeft meegespeeld bij zijn keuze. „Ik kan moeilijk zeggen van niet. Het was een intensief en emotioneel jaar. Maar dat was niet doorslaggevend in mijn besluit.” Over de aanslag praat hij op eenzelfde toon als een jaar geleden. Hij vindt het „jammer, maar begrijpelijk” dat justitie onlangs weer verdachten heeft vrijgelaten. „De rechtspraak draait nu eenmaal om overtuigend bewijs.” En: „Alle opties zijn nog open. Niets is zeker.”

Er zijn inwoners van Waalre die precies deze lijn vertolken. Gevraagd naar de toedracht van de aanslag, zeggen ze dat ze het niet weten, want „ik was er niet bij”, „ik ben geen agent”, en „ik kan wel roepen dat mijn overbuurman het gedaan heeft, maar wat heeft dat voor zin als ik het niet zeker weet”.

Maar de toon van de meeste Waalrenaren is anders. Zij weten het zeker: het woonwagenkamp aan de Broekweg zit hierachter.

Het verbod van de gemeente op grote loodsen in het kamp kan rekenen op steun van Waalrenaren, al had dat verbod er volgens hen al decennia eerder moeten komen. ‘De burgemeester ruimt de rommel van zijn voorgangers op’, is een veelgehoorde uitspraak hier. Wilma van den Hurk (63), eigenaar van het Stationskoffiehuis, schuin tegenover het afgebrande raadhuis: „Ik heb respect voor de burgemeester. Dat hij de bewoners van het kamp net zo behandelt als de andere burgers. Dat meen ik.”

Maar de vasthoudendheid van de gemeente maakt de Waalrenaren ook bezorgd. Straks haalt de gemeente die loodsen echt weg, zegt één van hen. „Wat gebeurt er daarna?”