Hallucineren in wolk van opwinding

Peter Winnen won twee keer een Tourrit naar Alpe d’Huez. Een zege op de ‘Nederlandse berg’ maakt heel wat los bij het publiek, ontdekte hij. „Ik blijk onderdeel te zijn van andermans vakantie-herinneringen.”

In 2009 ben ik bij het Grand Départ du Tour in Monaco. Ik had een uitnodiging ontvangen van het Heerenveens fietsenbedrijf Koga Miyata, een verwenweekend met alles erop en eraan. Tussen Koga en mij bestond een oude band. Op een racefiets van dit merk won ik een eeuwigheid eerder, in 1981, de bergetappe naar Alpe d’Huez. Die ritzege betekende niet alleen mijn persoonlijke doorbraak, ook Koga zag zichzelf op de kaart gezet. Gedurende vele jaren werd in reclame-uitingen aan die overwinning gerefereerd. Dat is trouwens nog steeds het geval, zo leert een bezoek aan de website.

1983: Peter Winnen van de Ti-Raleigh-Campagnolo ploeg na zijn overwinning op de 'Nederlandse' berg L'Alpe d'Huez

1983: Peter Winnen van de Ti-Raleigh-Campagnolo ploeg na zijn overwinning op de ‘Nederlandse’ berg. Foto HH / Berry Stokvis

In het rennerskwartier bij de jachthaven van Monaco slenter ik tussen de ploegbussen waar renners op hometrainers zich warm rijden voor hun optreden in de proloogtijdrit. De meesten van hen moesten in 1981 nog geboren worden, maar van de mecaniciens en soigneurs uit die tijd is een flink aantal nog present. Ik spreek een paar van mijn oud-collega’s die in de wielerwereld hun draai hebben gevonden als ploegleider. Korte ouwe-jongens-krentenbroodgesprekjes volgen. Een gedeeld verleden brengt, ook al waren we concurrenten, een bepaalde intimiteit met zich mee. Sport verbroedert.

Jean-René Bernaudeau stapt met uitgestoken hand op me af. Hij is de ploegleider van Bouyges Telecom. We wisselen wat algemeenheden uit. Ik merk dat hem iets dwarszit. Even later komt hij ermee voor de dag, hij zegt: „En toch was het niet netjes.”

Het klopte dus. Pakweg een jaar eerder had ik via via vernomen dat Jean-René kwaad op me was. Ik zou hem geflikt hebben tijdens de etappe naar Alpe d’Huez in 1983. Mijn tweede zege op de col was volgens hem niet helemaal fair tot stand gekomen.

Zijn vrouw komt er bij staan. „Hij heeft er nog altijd pijn van”, zegt ze. Ik kijk haar aan, ze lijkt het te menen. Een oprechte boosheid ligt op haar gezicht. Het ontroert me dat ze het opneemt voor haar echtgenoot.

„Die etappe had een belangrijke wending aan mijn carrière kunnen geven”, gaat Jean-René verder. „Ik had die zege zo hard nodig.”
Tijd heelt niet alle wonden. Meer dan een kwart eeuw na dato rakelen we de bewuste etappe op. Het is wielrenners eigen dat ze zich de kleinste details herinneren, alsof het om de dag van gisteren gaat. Onze herinneringen blijken niet overeen te stemmen.

Peter Winnen van de Ti-Raleigh-Campagnolo ploeg op weg naar zijn overwinning op de 'Nederlandse' berg L'Alpe d'Huez in de Tour de France van 1983

Peter Winnen op weg naar zijn overwinning op L’Alpe d’Huez in de Tour de France van 1983. Naast hem Jean-Rene Bernaudeau van wie hij de eindsprint won. Foto HH / Berry Stokvis

Anti-sprinters

Die zonnige julidag in 1983 bereik ik in een kopgroep van vijf de voet van Alpe d’Huez. De voorsprong is vrij riant. Jean-René rijdt op dat moment virtueel in het geel. Na een paar kilometer klimmen blijf ik alleen met hem over. De wielertraditie respecterend doe ik hem een voorstel: hij de leiderstrui, ik de etappe? Hij geeft geen sjoege, ik neem alleen een vage hoofdbeweging waar. Het is geen ja en geen nee. Zou hij beide willen? Is hij al dood?

Peter Winnen

Peter Winnen op weg naar zijn overwinning op L’Alpe d’Huez in 1983. Foto’s HH / Berry Stokvis

Gaandeweg de beklimming slinkt de voorsprong. Halverwege is Bernaudeau het virtuele geel al kwijt. Ik stort in, en voor Jean-René geldt kennelijk hetzelfde. Alle kleur is uit zijn gezicht getrokken. Zijn pedaaltred laat zich het beste kwalificeren als waggelen. Een paar keer probeer ik hem te lossen met demarrages die eerlijk gezegd de naam niet verdienen. Ongelooflijk hoe taai de man is. De hele dag is hij actief geweest in verschillende ontsnappingen, maar ik krijg hem er niet af. Helemaal op het eind doe ik een laatste woedende poging. Vergeefs. Het komt er gewoon op neer dat twee anti-sprinters om de overwinning moeten gaan sprinten. Voor de laatste bocht weet ik hem op kop te dwingen. Het is mijn redding.

In het rennerskwartier van Monaco beweert Bernaudeau met grote stelligheid dat we een afspraak hadden. We zouden elkaar niet onnodig pijn doen met demarrages. Hij maakt ook gewag van een financiële overeenstemming. Ik zeg dat ik me geen concrete afspraken herinner, laat staan een financieel bod van zijn kant. Dat hij die afspraken in de loop van de jaren in zijn hoofd moet hebben geconstrueerd.
We komen er niet uit. Hij herhaalt nog een keer hoe hard hij die ritzege nodig had. Zijn echtgenote valt hem weer bij. Aan de ene kant amuseer ik me met de discussie, aan de andere kant doet het me pijn hen in de teleurstelling te moeten laten.

Een zege op Alpe d’Huez is een felbegeerde zege, zo mag uit het voorafgaande blijken. Niet in elke Tour is er een aankomst in het skiparadijs. Maar als het gebeurt wordt de ronde er een beetje door opgefleurd. De beklimming naar Alpe d’Huez is een begrip geworden met een haast mythische dimensie. En dat terwijl het bij lange na niet de moeilijkste col is in de Alpen. Wat de beklimming in sportief opzicht interessant maakt is dat er doorgaans een stevige finale wordt gereden na slopend klimwerk over een paar hogere bergpassen. Voor de drommen toeschouwers langs de kant – sommigen parkeren een week voordien hun camper al in de berm – kan het decor niet mooier. In de diepte zien ze de renners de haarspeldbochten ronden. De stippen worden groter, en als ze eindelijk passeren kun je ze aanraken, het zweet ruiken, de ademhaling voelen.

Bocht 15 en bocht 13

Traditie wil dat de winnaar van een Tour de France-etappe naar Alpe d’Huez een van de bochten naar zich vernoemd krijgt.

Andersom geldt min of meer hetzelfde. De renner kan de mensen aanraken, hun zweet ruiken, de geluiden uit hun kelen in zich opnemen. Een wolk van opwinding omhult de renner. Hij wordt er een beetje door opgetild. Het smalle paadje dat gelaten wordt levert de psychologische illusie op van snelheid. Meehollende supporters schreeuwen onverstaanbare woorden in zijn oor. Tijdens de Tour Alpe d’Huez omhoog fietsen is een hallucinerende ervaring. Soms ruikt de renner een bierlucht als iemand heel dichtbij komt, maar erg druk kan hij er zich tijdens de inspanning niet om maken. Later, op zijn hotelbed, verbaast hij zich erover dat het allemaal goed is gegaan.

Al in 1981 ervoer ik dat een overwinning op Alpe d’Huez heel wat losmaakt bij mensen. Ik was Tourdebutant, een groentje van 23 dat bij de start van zichzelf niet wist of hij een wedstrijd over drie weken aankon. Tot mijn eigen verbazing bereikte ik na twee weken de absolute topvorm, wat culmineerde in een zwaarbevochten zege op de alp. In de pers werd ik tegen mijn zin meteen uitgeroepen tot opvolger van Joop Zoetemelk.

Vakantieherinneringen

Na de Tour werd ik in mijn geboortedorp in een koets rondgereden. Een niet aflatende stroom aan fanmail kwam binnen. Het waren niet alleen maar felicitaties, er zaten aangrijpende brieven tussen. Mensen die ernstig ziek waren, mensen die in existentieel opzicht op een nulpunt waren beland, mensen die met een groot verlies geconfronteerd waren, ze hadden troost gevonden voor de televisie. Het duurde lang voordat ik aan de rol van troostverschaffer gewend raakte.

Van Alpe d’Huez kom je niet meer los. Misschien komt het omdat er sinds 1989 niet meer door een Nederlander is gewonnen, maar nog steeds word ik met grote regelmaat aan de berg herinnerd. Ik blijk onderdeel te zijn van andermans vakantieherinneringen. De huisvader die nog weet hoe de camping heet waar hij zich terugtrok in de kantine om de etappe te bekijken. De moeder met een radiootje aan het oor terwijl de kinderen in het zwembad spartelden. De supporter die ter plekke was op de berg en vraagt of ik me „zijn duwtje” nog herinner. Alpe d’Huez heeft een magie die elke andere beklimming ontbeert.

Het duurde lang voor ik gewend was aan de rol van troostverschaffer

De ontmoeting met Jean-René Bernaudeau in Monaco zette me nadien aan het denken. Dat hij de overwinning in 1983 zo hard nodig had, staat buiten kijf. Maar zou het kunnen dat hij zich dingen herinnerde die mij helemaal ontschoten waren? In het begin van de beklimming was er een kort contact geweest, zo’n drie kilometer onder de top was er opnieuw communicatie. Het ging zo:
Het publiek dat midden op de weg staat, wijkt pas op het laatste moment. Ik zie een vooruitgestoken hand met daarin een glas bier. „Pak an”, brult een Nederlands stem in mijn oor. Ik grijp het glas en giet bijna de hele inhoud in mijn keel. Jean-René roept iets naar mij. In het oorverdovende kabaal smeekt hij om het restje. Ik geef hem het bodempje schuim. Weer roept hij iets. Ik versta het als „duizendmaal dank”.

„Het is al goed, jongen”, althans iets in die trant schreeuw ik terug.

Was het dan op dit moment dat Jean-René zijn financieel bod plaatste en uit mijn reactie concludeerde dat ik akkoord ging? Gesteld dat hij het zo beleefde, dan nog maakte hij twee kapitale denkfouten. Allereerst was een ritzege op Alpe d’Huez toen al onbetaalbaar, op de tweede plaats was een gegeven akkoord geen akkoord maar een veel beproefde strategie om toch nog zelf te winnen. Als ik Jean-René nog eens tref zal ik het hem voorleggen: wat er ook gebeurde, het was fair spel. Kunnen de boeken nu dicht?

Peter Winnen (56) won in acht Tours drie bergetappes waarvan twee op Alpe d’Huez.

De pijn van de Tour

In juli 2009 maakte Peter Winnen met Guus van Holland, die vijftien keer de ronde versloeg, een drieluik over de Tour de France.
Klimmer Peter Winnen (51) debuteerde in 1981 in de Tour met een rit op Alpe d’Huez, een vijfde plaats in de eindklassering en de eerste plaats in het jongerenklassement. In 1982 werd hij vierde in de eindrangschikking en behaalde hij opnieuw ritwinst. Winnens beste jaar was 1983 toen hij derde werd en opnieuw de etappe op Alpe d’Huez won. In 1988 werd hij negende in de Tour.

De etappe naar Alpe d’Huez in 2013

In deze infographic wordt het laatste deel van etappe 18 in de Tour de France van 2013 getoond. De Alpe d’Huez wordt tweemaal beklommen. De afdaling van de Col de Sarenne is niet heel steil maar wel smal, bochtig en deels zonder vangrail.

De etappe naar Alpe d'Huez in 2013