Geen pro’s maar prutsers

De zaak is nog niet afgerond, maar uit het rapport van de Roemeense politie doemt een ontluisterend verhaal op van de manier waarop de Kunsthal werd beroofd, en door wie.

Anders dan destijds werd aangenomen, waren het geen pro’s maar prutsers. Geen variatie op films als The Thomas Crown Affair waarin Pierce Brosnan als kunstdief de ultra geavanceerde beveiliging ontweek, maar een geforceerde nooduitgang. Geen elegante kenners maar Roemeense pierewaaiers in de prostitutie, die wel eens iets met diefstal wilden. Op een affiche van de Kunsthal voor de expositie Avant-gardes. De collectie van de Triton Foundation, zien ze namen die hun bekend voorkomen: Picasso, Van Gogh, Monet. Aan de slag.

Die nooduitgang is een eitje, camerabeveiliging is er niet. De keuze van de buit geschiedt niet, zoals later wordt aangenomen, op grond van kunsthistorische kennis maar op basis van omvang en gewicht. De criminelen brengen het gestolen goed naar hun moederland, waar ze inzien dat ze geen goud in handen hebben maar vuur. En vuur maakt de moeder van een van de dieven ermee; de kunstwerken zijn waarschijnlijk allemaal in paniek door haar opgestookt.

Waren het maar wel professionele kunstdieven geweest. Die hadden over de juiste contacten beschikt om de werken te verkopen. Of ze hadden gepoogd de verzekering af te persen. Vreselijk. Maar dan hadden die werken in elk geval overleefd.

De Kunsthal-roof is helaas niet uniek. Diefstal van onvervangbare en kostbare kunst lijkt relatief simpel is. Zo werd deze week ook weer ingebroken in het Belgische Van Buuren Museum. Via een raam.

De beveiliging was in orde, verzekerde de Kunsthal-directeur destijds, op gezag van inspectierapporten. Een expert en voormalige werknemer van de betrokken verzekeringsmaatschappij verklaarde in deze krant dat die verzekeraar geregeld controles uitvoert. Volgens hem scoorde de Kunsthal „qua beveiliging (...) altijd goed”.

Een eenvoudig open te wrikken nooduitgang weerspreekt dat. Zulke inspectie moet deugdelijk zijn, een kunstinstelling moet erop kunnen rekenen. De betrokken inspecteur zou de consequentie moeten trekken.

Musea staan open voor publiek, kunst hoort onder de mensen. Maar de glazen wanden waar museumarchitecten van houden, moeten heroverwogen worden. Die dure kunst hangt voor het grijpen. Althans, zo ziet het eruit en dat brengt juist de kleine criminele krabbelaars op een idee. Uiteindelijk is het publiek de dupe. Belangrijke kunst wordt onzichtbaar: verzamelaars zullen steeds minder soepel hun schatten in bruikleen geven en geef ze eens ongelijk.