Ei

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde Cavia. Feuilleton over haar leven en lotgevallen.

De verwarde cavia zat na de eerste onenightstand in eeuwen aan de keukentafel te wachten tot Steven van de wc zou komen. Het bleef lang stil. De positieve gedachte (‘er wilde iemand bij me blijven slapen’) begon langzaam plaats te maken voor een zorgelijke (‘die iemand is stiekem weggeslopen’). „Ach welnee”, zei Cavia hardop. Natuurlijk was hij niet weggeslopen. We zijn gewoon volwassen. We sluipen niet weg. Als we weg willen, dan zeggen we dat we een afspraak hebben. En dat we daarom helaas nu weg moeten. En dat we later iets van ons laten horen via Facebook.

Om te bewijzen dat ze zich heus geen zorgen maakte las ze in de oude krant die op de keukentafel lag, en nam ze kleine slokjes van haar koffie. Maar na een kwartier was deze Zen-benadering niet meer houdbaar en liep ze naar de gang. Voorzichtig luisterde ze aan de wc-deur. Kon je iemand roepen die al heel lang op de wc zat? Stel dat Steven zwaar geconstipeerd was en ze hem uit zijn concentratie haalde? En dat het dan helemaal niet meer lukte? Constipatie werd vaak niet serieus genoeg genomen.

Na een volle minuut getwijfeld te hebben besloot Cavia tot actie. Ze zei op een toon waarvan ze hoopte dat die kordaat en niet paniekerig was: „Steven?”

Het bleef stil, en Cavia probeerde te bedenken hoe hij weg had kunnen komen zonder dat ze het door had gehad. „Jaaa?”, klonk het ineens. „Zit ik hier te lang?”

„Nee hoor”, zei Cavia, „ik dacht alleen, wil je een ei?”

„Lekker”, zei Steven.

Een raar gesprek, zo op een eerste ochtend. „Wat doe je eigenlijk?”, vroeg Cavia.

„Ik lees je hele historische scheurkalender.”

„Oké”, zei Cavia. „Roerei?”

„Prima”. Er klonk een scheurend geluid. „Ik ben er zo, hoor.”