Dit zijn de 27 verhalen van Alpe d’Huez - wie schrijft vandaag het 28e?

Vandaag beklimmen de overgebleven 177 renners de legendarische Alpe d’Huez – twee keer. Een ‘Nederlandse berg’ is het op sportief gebied al bijna 25 jaar niet meer. Blaast een van de Nederlanders die traditie vanmiddag nieuw leven in? En mocht dat zo zijn, tot welk illustere rijtje behoort hij dan? De historie van Alpe d’Huez bevat namelijk prachtige verhalen.

Bocht 7, die is vernoemd naar de Italiaan GIanni Bugno. Foto ANP / Koen van Weel

Vandaag beklimmen de overgebleven 177 renners de legendarische Alpe d’Huez - twee keer. Een ‘Nederlandse berg’ is het op sportief gebied al bijna 25 jaar niet meer. Blaast een van de Nederlanders die traditie vanmiddag nieuw leven in? En mocht dat zo zijn, tot welk illustere rijtje behoort hij dan? De historie van Alpe d’Huez bevat namelijk prachtige verhalen.

De Alpe d’Huez: 13,8 kilometer, een gemiddeld stijgingspercentage van 7,9 procent. En natuurlijk met de 21 haarspeldbochten die de berg zo bijzonder maken. Elk van die 21 bochten (het telt af wanneer je klimt: bocht 21 is beneden, bocht 1 is boven) is vernoemd naar een van de winnaars. Er zijn tot vandaag 27 etappes (en dus 27 winnaars) geweest, dus zes bochten zijn dubbel vernoemd.

Het verhaal (of de verhalen) van de 21 bochten:

bocht 21, op 806 meter hoogte: Fausto Coppi (1952) en Lance Armstrong (2001)

De Alpe d’Huez werd in 1952 voor het eerst opgenomen in de Tour de France. Zes kilometer voor de top reed Fausto Coppi, Il Campionissimo, weg van de Fransman Jean Robic. Hij won die dag. Hij won de Tour ook, voor de tweede keer (naast vijf keer de Giro d’Italia), met bijna een half uur voorsprong op de nummer twee.

In 1960 ging Coppi naar Burkina Faso, op uitnodiging van de president die een wedstrijd tegen lokale renners organiseerde. Coppi stierf aan de gevolgen van malaria, een ziekte die hij daar opliep. Hij werd slechts veertig jaar oud.

Maar bocht 21, de eerste die je tegenkomt op weg naar boven, is naar twee renners vernoemd. Naast die van Coppi vernoemt het bordje ook die van Lance Armstrong, die in 2001 omkeek naar zijn directe concurrent, Jan Ullrich, voordat hij ervandoor ging. De Amerikaan won die Tour, zijn derde van de zeven - die hij vorig jaar allemaal weer moest inleveren. In oktober van vorig jaar liet de burgemeester weten dat hij de naam van Armstrong het liefst weer uit de twee bochten (ook in bocht 19 wordt hij genoemd) schrapt.

bocht 20, op 880 meter hoogte: Joop Zoetemelk (1976) en Iban Mayo (2003)

Iets meer dan zeventig meter hoger dan bocht 21 komen de renners de volgende tegen. Op het bordje twee namen, waaronder die van de Nederlander Joop Zoetemelk. Hij rekende in 1976 in de laatste meters af met de Belg Lucien van Impe en werd zo de eerste Nederlander ooit die op Alpe d’Huez won.

27 jaar later, middenin het Armstrong-tijdperk. Uit een groepje met onder meer de Texaan sprong de Spanjaard Iban Mayo weg. Hij won die dag.

Mayo verliet het wielrennen vier jaar later via de achterdeur: epogebruik kwam hem op twee jaar schorsing te staan, waarna hij liet weten niet meer terug in het peloton te zullen keren.

bocht 19, op 900 meter hoogte: Hennie Kuiper (1977) en Lance Armstrong (2004)

Waarom is de Alpe d’Huez een ‘Nederlandse berg’? Dat ontstond eind jaren zeventig, toen vier jaar achter elkaar een Nederlander de etappe won. Zoetemelk was dus de eerste in ‘76, daarna was het de beurt aan Hennie Kuiper. De man uit Noord Deurningen (Twente) moet het ook van die overwinningen hebben: de Tour won hij nooit (wel was hij twee keer tweede) en de gele trui droeg hij ook nooit.

Alpe d’Huez, 1977: Kuiper passeert Lucien van Impe, de Belg die van zijn fiets valt en daarna nog eens moet afstappen met pech.

In 2004 won Armstrong de enige tijdrit ooit waarvan de finish op Alpe d’Huez lag. Hij deed 37 minuten en 36 seconden over de klim en miste daarmee op één seconde het record, dat op naam stond (en nog steeds staat) van Marco Pantani.

bocht 18, op 922 meter hoogte: Hennie Kuiper (1978) en Frank Schleck (2006)

Hoe Hennie Kuiper ook in 1978 de etappe kreeg toegewezen, dat is een van de vreemdste verhalen uit de geschiedenis van de Tour. De Belg Michel Pollentier was als eerste boven en moest - zoals altijd als je wint - naar de dopingcontrole. Pollentier had doping gebruikt, maar ook een list verzonnen om bij de controle niet door de mand te vallen: een met ‘schone’ urine gevuld condoom dat hij bij zich droeg.

Het mislukte: het trucje werd doorzien. Een uur na de wedstrijd werd Pollentier uit de Tour gezet. De overwinning viel terug naar de nummer twee: Hennie Kuiper.

Ook op het bordje in bocht 18: Frank Schleck. Het was de eerste Tour na de zevenjarige hegemonie van Lance Armstrong. Nu hij niet meer meedeed, was Floyd Landis de sterkste (maar hij werd vlak na de Tour gesnapt). Niet op Alpe d’Huez: de Luxemburger en oudere broer van Andy won.

bocht 17, op 965 meter hoogte: Joachim Agostinho (1979) en Carlos Sastre (2008)

De Tour van 1979 was de eerste waarin de berg twee keer beklommen werd. Niet zoals dit jaar, twee keer in één etappe, maar twee dagen achter elkaar. De eerste van de twee, de zeventiende etappe, ging naar de Portugees Joachim Agostinho.

Agostinho werd slechts 41 jaar oud. In april 1984, een kleine vijf jaar na zijn overwinning op de Alp, kwam hij ten val toen hij als leider van de Ronde van de Algarve op een hond botste. Hij kwam met zijn hoofd op het asfalt terecht, maar reed de etappe wel uit. In het ziekenhuis (na een rit over 400 kilometer die uren duurde) bleek dat hij een wandbeen in zijn schedel had gebroken. Hij raakte in coma en overleed.

Het gebeurt niet vaak dat de winnaar van de etappe naar Alpe d’Huez ook de Tourwinnaar is. Fausto Coppi was de eerste in 1956, maar daarna lukte het alleen Armstrong twee keer (2001 en 2004 - en die overwinningen moest hij dus weer inleveren). In 2008 flikte Carlos Sastre het ook. In bocht 17 staat zijn naam onder die van Agostinho. Door zijn overwinning in die etappe nam Sastre de gele trui over van ploeggenoot Frank Schleck. Hij zou de leiding in het klassement daarna niet meer weggeven.

bocht 16, op 980 meter hoogte: Joop Zoetemelk (1979) en Pierre Rolland (2011)

Terug naar het rijtje Nederlanders dat eind jaren zeventig de lakens uitdeelde op de Alpe d’Huez. Zoetemelk won de Tour eenmaal, in 1980. Een jaar eerder was hij voor de tweede keer in zijn leven de beste op Alpe d’Huez. Agostinho, die dus een dag eerder won (zie bocht 15), viel. Bernard Hinault, die dat jaar de Tour zou winnen, kon Zoetemelk niet bijhouden.

De laatste die zichzelf (tot vandaag) een bocht toe-eigende, was de jonge Fransman Pierre Rolland. Hij bleef in 2011 twee Spanjaarden, Sanchez en Contador, voor.

bocht 15, op 1025 meter: Peter Winnen (1981)

De Nederlander Peter Winnen, onderwijzer zonder werk, was in 1981 debutant in de Tour. Vrijwiel niemand had er dus ook rekening gehouden dat de 23-jarige Winnen zo prominent aanwezig zou zijn: hij werd vijfde in het eindklassement en was de beste in het jongerenklassement. Maar het mooiste was zijn overwinning op Alpe d’Huez. Andere Tijden Sport maakte er twee jaar geleden deze aflevering over.

bocht 14, op 1055 meter hoogte: Beat Breu (1982)

Beat Breu moet een van de meest obscure Alpe d’Huez-winnaars zijn. Slechts één Tour sprong hij in het oog: die van 1982, waarin hij zesde werd en twee etappes won. Een daarvan was die naar Alpe d’Huez. De man die eigenlijk postbode was stopte in 1995 met wielrennen en werd clown.

bocht 13, op 1120 meter hoogte: Peter Winnen (1983)

Twee jaar na zijn opzienbarende debuut (zie bocht 15) zag het leven van Winnen er heel anders uit. Hij was inmiddels een renner om rekening mee te houden na twee topvijfnoteringen. Maar er was ook tegenslag: vlak voor de Tour van ’83 liep hij bronchitis op, privé en binnen de ploeg waren er problemen en in de Pyreneeën was Winnen niet in vorm. Toch wist hij zich in de Alpen op indrukwekkende manier te herstellen. Resultaat: de derde plaats in Parijs. En wederom een overwinning op Alpe d’Huez.

bocht 12, op 1161 meter hoogte: Luis Herrera (1984)

Op 16 juli 1984 won voor het eerst in de geschiedenis van de Tour een Colombiaan een etappe. Het was Luis Herrera, bijnaam De Kleine Tuinman, die op Alpe d’Huez de sterkste was en de twee Fransmannen Fignon en Hinault voorbleef. Eerstgenoemde pakte die dag wel de gele trui en droeg die tot in Parijs.

Herrera, vanwege zijn gewicht en afkomst ook wel De Vlinder uit de Andes, oogste in de jaren daarna meer lof: hij won in alle drie de grote wielerwedstrijden (de Tour, de Giro en de Vuelta) de bergtrui en was in 1987 de eerste Zuid-Amerikaan die een grote ronde - de Vuelta - won. In 1992 zette hij een punt achter zijn carrière, maar zijn naam staat dus tot op de dag van vandaag op het bordje in bocht 12.

bocht 11, op 1195 meter hoogte: Bernard Hinault (1986)

Een Fransman, Hinault, en een Amerikaan, Greg Lemond. Beiden reden voor de Franse ploeg La Vie Claire. Lemond was ernaartoe gehaald om kopman Hinault te helpen, maar werd zo sterk dat hij zelf te Tour kon winnen. Omdat de ploegleiding hem tijdens de Tour van 1985 bleef opdragen in dienst van zijn Franse ploeggenoot te rijden, ontstond er rivaliteit tussen de twee. Hinault won die Tour (zijn vijfde in totaal) en beloofde dat hij Lemond in 1986 zou helpen.

Maar Hinault leek die belofte te gaan breken: hij was in 1986 in topvorm en als hij de Tour weer won, zou hij dat als eerste ooit zes keer hebben gepresteerd. De twee topfavorieten én teamgenoten beleefden een zeldzaam moment van verzoening op weg naar Alpe d’Huez, toen ze samen naar de top reden. In de dagen daarna bestreden ze elkaar weer. Lemond won dat jaar de Tour.

bocht 10, op 1245 meter hoogte: Federico Echave (1987)

De beste Tourprestatie van de Spanjaard Federico Echave Musatadi stamt uit 1987, toen hij twaalfde werd en één etappe won. Dat was die op Alpe d’Huez. Voor Echave, waar bocht 10 dus naar vernoemd is, was het de grootste overwinning uit zijn carrière. Hij stopte in ’96 met fietsen.

bocht 9, op 1295 meter hoogte: Steven Rooks (1988)

Het was vijf jaar na de laatste Nederlandse overwinning op Alpe d’Huez toen Steven Rooks in 1988 won. Vier mannen waren voorop: De Colombiaan Fabio Parra, Gertjan Theunisse, Pedro Delgado en Rooks. Parra leek naar de overwinning te demarreren, maar werd geblokkeerd door de motoren die voor het kwartet reden. Rooks greep later zijn kans en werd zo de vierde Nederlander die op de Alp won. Hij won dat jaar ook de bergtrui en werd tweede in klassement.

bocht 8, op 1345 meter hoogte: Gertjan Theunisse (1989)

Een jaar later: wéér een Nederlander (en nog altijd de laatste) die op Alpe d’Huez wint. Gertjan Theunisse, De Blonde Engel, won na een solo van 130 kilometer, gefrustreerd over de slechte prestaties van zijn ploeg PDM. In 1995 stopte hij met wielrennen nadat bij hem een ernstige hartafwijking was geconstateerd.

bocht 7, op 1390 meter hoogte: Gianni Bugno (1990)

De veelzijdige Italiaan Gianni Bugno won twee jaar achter elkaar op Alpe d’Huez, iets wat alleen Hennie Kuiper ook voor elkaar kreeg. De eerste keer was in 1990…

bocht 6, op 1480 meter hoogte: Gianni Bugno (1991)

…en de tweede keer in 1991.

Bugno werd in 1994 op een te hoog cafeïnegehalte betrapt, wat hij verdedigde door te zeggen dat hij te veel koffie gedronken had. In 1999, kort nadat hij gestopt was, werd een pakketje amfetamines met zijn naam erop onderschept, wat hem een voorwaardelijke celstraf opleverde. Hij is nu helikopterpiloot.

bocht 5, op 1512 meter hoogte: Andy Hampsten (1992)

Greg Lemond, die toch jarenlang een topfavoriet was geweest, won nooit op Alpe d’Huez. Daarom was de eerste Amerikaan die er won Andrew ‘Andy’ Hampsten, een van de knechten van Lemond. Hampsten werd dat jaar vierde in de Tour. Hij heeft nu een eigen fietsmerk.

bocht 4, op 1553 meter hoogte: Roberto Conti (1994)

Conti kennen we vooral als de meesterknecht van Pantani en Tonkov. Eenmaal in zijn carrière won hj zelf een etappe in een grote ronde: op 19 juli 1994. Hij stopte in 2003 en was tot het eind van zijn wielerloopbaan helper van Pantani (die ook in 2003 stopte).

bocht 3, op 1626 meter hoogte: Marco Pantani (1995)

Waarmee we zijn aanbeland bij Het Olifantje zelf. Pantani won tweemaal op Alpe d’Huez en hij staat maar liefst drie keer in de top-6 van snelste tijden. De overwinning in 1995 is de nummer zes van die lijst, in 38 minuten en vier seconden. In 1994, dus achter Conti, was hij vier seconden sneller.

bocht 2, op 1669 meter hoogte: Marco Pantani (1997)

Maar de snelste Alpe d’Huez-klim uit de historie van de Tour komt van Pantani in 1997: 37 minuten en 35 seconden. De Italiaan liet eerst Riis en Virenque en later ook Ullrich achter zich.

In 14 februari 2004 overleed Pantani op een hotelkamer in Rimini, vermoedelijk aan een overdosis cocaïne. Hij was het voorgaande jaar gestopt en ging daarna steeds meer gebukt onder depressies.

bocht 1, op 1713 meter hoogte: Giuseppe Guerini (1999)

Als laatste een van de meest memorabele momenten uit de recente geschiedenis van de Tour. Bocht 21 en bocht 1 vermelden allebei de naam van een Italiaan. Onderaan is het Coppi, bovenaan Guerini. Hij leek solo onderweg naar de overwinning, totdat een toeschouwer midden op de weg bleef staan om een foto te maken en door het lensje niet goed zag hoe dichtbij de renner al was gekomen. Guerini klapte op de man en viel. Hij kon echter snel weer op de fiets springen en won de etappe alsnog.

De toeschouwer stond ‘s avonds aan de deur bij het hotel van de ploeg om zijn excuses aan te bieden, die door Guerini geaccepteerd werden.

Wie schrijft zijn naam vandaag bij op het bordje in bocht 16, onder die van Winnen? We weten het aan het eind van de middag.