Denkramen: je ziet niet wat je eerst zag

Lezers van nrc.next denken mee. Tientallen ‘denkramen’ hebben ze ingestuurd na een oproep, vorige week. Doorbreek de gewoontelus!

Redacteur nrc.next

De kracht van de eenvoud zocht ik. Vorige week schreef ik hierover een stuk op deze pagina, op zoek naar ontwapenend eenvoudige modellen, al dan niet met een simpele tekening, die een helder licht werpen op de chaos van het alledaagse leven.

Als voorbeeld gaf ik de metafoor van de ijsberg. Het topje steekt boven de zeespiegel uit: dat verbeeldt het gedrag dat mensen van elkaar waarnemen. Onzichtbaar, ‘onder water’, zit de hele rest van de berg, gevormd door ieders gedachten en gevoelens. Wat dit ijsbergbeeld leert? Oordeel niet te snel over het gedrag van je medemens; probeer je ook te verdiepen in z’n gedachten en gevoelens.

Zo’n dertig lezers gaven gehoor aan de oproep om hun eigen favoriete ‘denkramen’ in te sturen. Vandaag een eerste selectie hieruit. De brievenbus staat nog open, voor wie inspiratie opdoet uit deze bloemlezing.

Adres: denken@nrc.nl.

Het eerste wat opvalt, is de grote variëteit van de inzendingen. Ik dacht vooraf: ‘Heldere vraag: stuur een tekeningetje met een paar regels toelichting.’ Maar zo simpel werkt een zoektocht naar eenvoud niet. Diverse lezers waren er eens goed voor gaan zitten om uitvoerige beschouwingen te schrijven, inclusief literatuurverwijzingen. Dank! Maar dat was ‘de opdracht’ niet...

Wat wel? Nogmaals: simpel, kort. Zoals deze:

Arjan Broere (1): „Als trainer van groepen gebruik ik graag de letter W. Ik teken een W op een vel papier en ik vraag wat er staat. Na wat aarzeling (‘het zal wel een truc zijn’) zeggen de meeste mensen dat er een W staat. Daar zijn ze dan vrij stellig in. Op dat moment draai ik het vel papier om. Opeens staat er een M.

„Kortom, wat je ziet, hangt helemaal af van de positie van waaruit je waarneemt. En het is interessanter om te snappen waarom iemand een M ziet waar jij een W hebt geschreven, dan dat je iemand ervan wilt overtuigen dat het toch heus een W is.”

Arjan Broere (2): „Een ander beeld dat ik graag gebruik, is ook een soort raadseltje. Het is van de Britse managementgoeroe Edward De Bono. Teken een A en een B en een mannetje bij de A. Vraag aan de groep: ‘Hoe voorkom je datiemand van A naar B gaat?’

„Doorgaans ontstaat er een vloed aan mogelijkheden om hindernissen op te werpen. Soms komt er iemand met het oplossingsgerichte antwoord: ’Door ook C aan te bieden en aantrekkelijker te maken dan B.’”

Gijsbert van Es (mag ik zelf ook meedoen?): „De voorgaande denkoefening doet me denken aan een managementcursus waarbij de trainer een glazen pot pakte, plus een zakje zand en een zakje knikkers. Eerst deed hij het zand in de pot, daarna de knikkers. Niet alle knikkers pasten in de pot. Toen draaide hij de volgorde om: eerst alle knikkers en vervolgens het zand. Alles paste er toen ruimschoots in.

„De les: doe eerst de grote dingen en daarna pas de kleine. Maak duidelijke keuzes, stel prioriteiten. De moraal: leidinggevenden verliezen zichzelf vaak in details en komen daardoor aan de grote lijnen niet toe.”

Jos Westerink (1): „Slechte gewoontes zijn lastig te doorbreken. De ‘gewoontelus’ helpt je dat patroon te doorbreken. Een gedragspatroon is hardnekkig, omdat het gaat om automatische en onbewuste handelingen. De gewoontelus bestaat uit 3 stappen: eerst is er het signaal (ik zie een pot snoep), dan volgt een routinehandeling (ik neem er één) en dat geeft een gevoel van beloning (lekker!).

„Dit probleem valt te doorbreken door het signaal weg te nemen (weg met die pot), of door de routine te vervangen door andere (ik neem een glas koud water).”

Jos Westerink (2):„En vergeet de volgende schema’s niet – goeie bekenden uit sociale vaardigheidstrainingen.

„Zoals de behoeftenpyramide van Maslow die duidelijk maakt dat de mens pas tijd en energie kan vrijmaken voor ‘hogere doelen’ wanneer aan onderliggende behoeften is voldaan. Simpel gesteld: het is lastig goed te luisteren als je nodig moet plassen.”

„De kernkwadranten van Ofman geven houvast om gedrag, van jezelf en medemens, te doorgronden. Heb je te veel van een bepaalde kwaliteit (toewijding), dan wordt dat een valkuil: drammerigheid. En daarom ben je wellicht allergisch voor iemand die alles met de losse pols doet. Met dit schema kun je voor jezelf nagaan: waar erger ik me aan?, wat zegt dat over mij?, waarin schiet ik door?”

Jaap Maarleveld: „In mijn directe omgeving heb ik veel te maken met vrienden die moeite hebben met afstuderen. Meestal is de laatste scriptie ineens een meerjarenplan. Keuzestress, onzekerheid, faalangst? Ik denk een combinatie daarvan. Wat je veel ziet, is dat zij hun onderwerp niet voldoende kunnen afbakenen. En ze nemen alleen genoegen met een 8 of hoger. Daartoe verbreden zij hun onderwerp eindeloos. Enkele jaren geleden, toen een vriend van mij was vastgelopen, zei ik tegen hem: ‘Ach, een 9 is ook maar een goed uitgewerkte 6.’

„Hierin schuilt een les die veel van mijn generatiegenoten goed kunnen gebruiken: je kunt beter goed doen wat je kunt behappen, dan dat je te hoge verwachtingen (van jezelf) niet kunt waarmaken.”

Rolien van Dijk: „Je hebt drie typen mensen: verleden-kijkers, nu-kijkers en toekomst-kijkers. Als je de draad kwijtraakt in een gesprek over verandering, dan helpt het mensen zo in te delen. De verleden-kijker verlangt terug naar iets wat er ‘vroeger’ was (en vergeet dat het toen heus niet allemaal fijn was). De nu-kijker redeneert vanuit de bestaande situatie (en vervalt gemakkelijk in ‘ja, maar…’). De toekomstkijker heeft weinig oog voor reële en praktische belemmeringen, waardoor met name de nu-kijker begint te ‘’ja-maren). Deze kijkwijzer helpt mij een groepsgesprek te ordenen.”

Sacha Boulonge: „Wat met geld valt op te lossen, is altijd goedkoop.”