De bruine kikker

Deze zomer is op de Kinderpagina iedere week een beest te zien uit Bibi’s doodgewone dierenboek, een boek vol alledaagse dieren met bijzondere eigenschappen.

Ja, hij houdt wel van het leven, die bruine kikker, want hij voelt zich bijna overal thuis zolang het maar niet te droog is en er af en toe iets lekkers voorbij vliegt of kruipt. Hij scharrelt in zijn piere eentje tussen de blaadjes en takjes over de grond door het bos, of hij hangt wat rond bij een sloot. Die bruine kikker is een

gelukkige kluizenaar tot de lente aanbreekt.

Tot de lente aanbreekt.

Alle mannen verzamelen zich ieder jaar op dezelfde plek bij het water en beginnen zacht en binnensmonds te kwaken. Hun witte kelen laten ze schitteren in de zon. Als ze daar zo’n tijdje hebben gezeten, brommend, murmelend, gorgelend, dan wagen de vrouwtjes het er uiteindelijk maar op. God zegen de greep.

De mannetjes voeren geen liefdesdans op, en ze vragen geen verkering, nee, ze springen er zonder pardon bovenop. Boven op een vrouwtje en houden haar zo stevig vast dat ze niet meer los komt voor ze haar eitjes heeft laten gaan. Het lijkt wel judo. Met dit verschil dat deze houdgreep bij mensen hadaka-jime heet en bij kikkers amplexus. En... er is nóg een verschil:

Judoka’s scoren punten en kikkers scoren kikkerdril.