De andere Alp

Nederlanders op Alpe d'Huez Foto ANP / Koen van Weel

Er woont één man op de Col de Sarenne. Hij heet Fabrice André. Het is een uitvinder die druk in de weer is met zonne-energie. Hij hecht aan zijn rust. Vandaag beleeft hij de vervelendste dag van het jaar.

Ik snap Fabrice André wel. Het is carnaval op Alpe d’Huez. Laten we wel wezen, het staat er vol dronken idioten. Mensen die van de beklimming van een gemiddelde Alp een belevenis willen maken in het rijtje WK Voetbal, Koninginnedag, WK Schaatsen in Thialf en carnaval.

Het is niet leuk om naar te kijken. Samengeknepen billen levert het op als de massa voorover leunt om de renners te zien. Als amateurfotografen te laat weg deinzen, als gekken mee rennen en motoren in de knel komen door de drukte. Het geeft hetzelfde nare gevoel als Carrefour de l’Arbre in Parijs-Roubaix.

Nederlandse renners zeggen de steun fijn te vinden. Het lijkt de toprenners vaak te verlammen. Maar na Alpe d’Huez wordt dit jaar doorgefietst. Naar het huis van Fabrice André die liever een handjevol wetenschappers ontvangt in zijn berghut dan het toeterende en rondreizende circus van de Tour.

Hopelijk is het rustig op de Sarenne en wordt daar het verschil in de etappe gemaakt. Is het niet romantischer als er op een berg maar één jongetje langs de weg staat met een vlaggetje? Twee wandelaars komen uit het bos en kijken verbaasd naar de fietsers op de weg die ze willen passeren. Een konijntje schiet het ravijn in en een buizerd kijkt toe vanuit de lucht.

Bahamontes had nu nooit rustig een ijsje kunnen eten op de top van Alpe d’Huez terwijl hij wachtte op de rest. Hij was op de schouders van de gekken de Alp rondgedragen terwijl hij werd begoten met bier.

Op de Sarenne is het hopelijk anders. Misschien kan de koploper er een praatje maken met Fabrice André over zonne-energie en zich daarna weer bij de achtervolgende groep voegen. Om André weer de rust te gunnen die hij op zijn Alp zocht.