Boijmans koopt pre-eyckiaans topstuk aan

‘Drieluik met de balseming van het lijk van Christus’ (1410-1420, 31 × 31,9cm; zijpanelen 31 × 12,8 cm)

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam heeft het pre-eyckiaanse drieluik gekocht dat tijdens de voorbereidingen van de tentoonstelling De weg naar Van Eyck eind 2011 werd ontdekt in een Italiaanse privécollectie. Het toont de balseming van het lijk van Christus met aan weerszijden de heilige Antonius en Johannes de Doper. Het stamt vermoedelijk uit de periode 1410-1420, maar kan ook ouder zijn.

Conservator Friso Lammertse denkt dat het mogelijk in opdracht van een hospitaal werd gemaakt. „De heilige Antonius is de beschermheilige van de zieken. Ook is de Christus op het paneel enigszins aangetast, waarschijnlijk omdat hij doorlopend door gelovigen is aangeraakt.”

Het drieluik is volgens Boijmans een zinvolle verrijking van de collectie omdat het op verschillende manieren vooruit wijst op de kunst van Jan van Eyck (ca. 1390-1441). Van hem zijn rond de dertig werken bewaard gebleven. Boijmans is het enige museum in Nederland dat een schilderij van hem heeft: De drie Maria’s aan het graf.

„Het drieluik is heel bijzonder, omdat er uit deze periode maar weinig schilderkunst uit de Zuidelijke Nederlanden bewaard is gebleven”, zegt Lammertse. „Bij de Reformatie en de Beeldenstorm in de 16de eeuw is veel religieuze kunst vernietigd. Er zijn zo’n dertig pre-eyckiaanse werken over, waarvan er circa vijftien niveau hebben. Dit is daar één van.”

Lammertse en zijn collega Stephan Kemperdick van de Gemäldegalerie in Berlijn konden het drieluik dateren met behulp van een miniatuur uit een getijdenboek en een tekening, die volgens Lammertse vermoedelijk beide gemaakt zijn door dezelfde anonieme kunstenaar. „De figuren lijken sterk op elkaar en zijn op dezelfde elegante manier geschilderd.” De zijpanelen zijn dunner dan het middenpaneel. „Dat kan erop wijzen dat ze op de andere kant ook schilderijen bevatten en doormidden zijn gezaagd, zodat deze apart konden worden verkocht.”

Eind 2012 werd al bekend dat de Vereniging Rembrandt 600.000 euro wilde bijdragen aan de aankoop, ongeveer eenderde van de vraagprijs. Daarna zegden fondsen geld toe. Bijdrage kwamen het Mondriaan Fonds, VSB Fonds, SNS Reaal Fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Ook BankGiro Loterij en Stichting Museum Boijmans Van Beuningen dragen geld bij. Het museum heeft met de Italiaanse familie die het drieluik sinds de 19de eeuw in bezit had afgesproken geen aankoopbedrag bekend te maken. Wel zegt Boijmans dat het het duurste kunstwerk is dat het sinds 1958 heeft gekocht.