Alsof ze examens stelen in naam van Allah

Het ‘sjoemelklimaat’ op de Ibn Ghaldounschool zou veroorzaakt zijn door de salafistische grondslag van de school. Onzin, vindt , onderlinge solidariteit is kenmerkend voor elke minderheidsgroep.

iLLUSTRATIE MILO

Vorige week heeft de politie meer dan vijftig leerlingen van de Rotterdamse Ibn Ghaldounschool verhoord. Uit die school zijn eind mei 27 eindexamens gestolen en de verdachte leerlingen zouden deze examens hebben ingezien. Inmiddels is een aantal van hen alweer vrijgelaten. Naast de discussie of de school beter kan sluiten, is men ook op zoek naar een verklaring voor het gedrag van de jonge daders. Daarbij wordt gewezen op een achterliggend ‘sjoemelklimaat’ op deze islamitische school met fraude als logisch gevolg. Docenten vertelden in nrc.next dat op de school altijd wat viel te „ritselen”. Op de school houdt „iedereen elkaar de hand boven het hoofd” (Weten, 5 juli).

Deze week deed Farid Aouled-lahcen daar nog een schepje bovenop in de Volkskrant. Volgens hem is de ernstige examenfraude hoofdzakelijk te verklaren vanuit de „islamitisch-orthodoxe grondslag” van die Rotterdamse school. Bepaalde salafistische waarden en normen zouden de kinderen van jongs af aan een dubbele moraal meegeven. De leerlingen moeten zich zeer loyaal opstellen tegenover hun geloofsgenoten, terwijl zij juist afstandelijk dienen om te gaan met niet-gelovigen. Hierdoor vinden misdragingen tegenover de buitenwacht sneller en gemakkelijker plaats. En omdat slechts rekenschap hoeft te worden afgelegd tegenover de eigen gemeenschap, worden deze misdragingen daarbinnen ook nog eens met de mantel der liefde bedekt.

Aouled-lahcen ontkent uiteraard niet dat het plegen van fraude geen zuiver islamitische aangelegenheid is. Ook hij ziet in de media bijna dagelijks de frauduleuze praktijken voorbij komen van niet-islamitische daders in zorg- en hulpverlening, de financiële sector of bij de overheid. Maar het specifieke fraudegeval op de Ibn Ghaldounschool is volgens de auteur wel degelijk te verklaren als iets ‘typisch salafistisch’ vanwege die dubbele moraal.

Dit is normaal groepsgedrag

Is daarmee voldoende bewezen dat die examenfraude inderdaad typisch salafistisch is? Volgens Leon de Winter wel. Als ‘gepassioneerd amateur-kenner van de islam’ stelt hij zelfs dat deze analyse „verschrikkelijk waar” is in de online rubriek 4 uur Nieuwsbreak.

Ik moet hem teleurstellen. Het theoretisch kader rammelt en de stelling is slecht verdedigbaar zolang elk empirisch bewijs ontbreekt. De theorie bestaat uit het wijzen op vermeende gelijkenissen tussen een salafistische interpretatie van geloofsregels en het strafbare gedrag van een aantal jongeren die islamitische ouders hebben en op een islamitische school zitten (maar die in werkelijkheid wellicht meer tijd met hun onderlinge jeugdcultuurtje bezig zijn). En daar houdt het op. De geschetste gelijkenissen moeten de getrokken conclusie aannemelijk maken en onze onderbuikgevoelens mogen de rest van het denkwerk doen.

Er zijn beproefde sociaal-psychologische theorieën die afwijkend groepsgedrag voldoende verklaren. Een religieus-culturele analyse is daarom overbodig. Loyaal zijn aan je eigen groep en buitenstaanders anders of slechter behandelen is namelijk heel menselijk. Wanneer mensen zich met een groep identificeren, versterkt dat hun onderlinge solidariteit. De groepsleden vereenzelvigen zich met elkaar op basis van enkele gemeenschappelijke kenmerken die zij als positief waarderen. Buitenstaanders hebben die kenmerken niet en komen daardoor automatisch in een minder positief daglicht te staan. Deze processen versnellen en verhevigen nog verder wanneer sprake is van een duidelijke uiterlijke herkenbaarheid (op basis van etniciteit of uniforme kleding) en wanneer de groep is bestempeld als een bijzondere ‘minderheid’ (zoals een orthodoxe variant op een geloof). Deze versterking van wij-zij verhoudingen kan leiden tot afwijkend groepsgedrag. De leden van dit soort groepen benadelen of beschadigen gemakkelijker leden van een zij-groep. En andere groepsleden binnen de wij-groep houden hen ook nadrukkelijker de hand boven het hoofd.

Geen verband met religie

Niet alleen is deze sociaal-psychologische verklaring beter onderbouwd, dan de religieus-culturele verklaring van Aouled-lahcen. In tegenstelling tot zijn analyse worden zulke sociaal-psychologische theorieën ook met regelmaat empirisch getest, verfijnd en zo nodig verworpen. Er zijn legio experimenten waarin mensen in verschillende kampen verdeeld worden en vervolgens gevraagd wordt beslissingen te nemen in het voor- of nadeel van de eigen groep. Deelnemers blijken bijna altijd solidair te zijn met de eigen groep.

Voor de religieus-culturele verklaring voor het ‘sjoemelklimaat’ op de Ibn Ghaldounschool ontbreekt vooralsnog het empirisch bewijs. Hebben de daders van de examenfraude verklaard dat zij hun snode plannen hebben gesmeed volgens goed salafistisch gebruik? Zijn er tweets te vinden waarin wordt opgeschept dat Allah trots zou zijn op hoe deze islamitische leerlingen de ongelovigen een hak hebben gezet?

In het huidige politieke klimaat heerst een grote angst om een potentieel verband tussen ‘de’ islam en allerlei misstanden, te weerleggen. Je loopt het risico te worden weggezet als wereldvreemde ‘probleemontkenner’. Maar die angst ontslaat wetenschappers niet van hun verantwoordelijkheid om niet-aangetoonde verbanden te weerspreken.

Er zijn ongetwijfeld een aantal salafistische omgangsregels die openlijk wij-zij verhoudingen uitdragen. Maar alle groepsverbanden doen expliciet of impliciet aan wij-zij denken, al was het maar door het insluiten van eigen groepsgenoten en het uitsluiten van buitenstaanders. Soortgelijke gedragsregels zijn ook terug te vinden in andere geloofsovertuigingen en in andere heilige boeken. Vaker nog blijven zulke regels echter ongeschreven en hebben ze eigenlijk niet eens zoveel met de religie te maken. Ze gaan vooral over het mens-zijn in groepsverband.