Aanklacht Ecclestone om smeergeld

Formule 1-baas Bernie Ecclestone (82) is gisteren door het parket in München aangeklaagd voor omkoping. De Brit wordt ervan beschuldigd dat hij de Duitse bankier Gerhard Gribkowsky in 2006 in totaal 44 miljoen dollar (33,5 miljoen euro) smeergeld zou hebben betaald.

Gribkowsky was dat jaar namens de Duitse bank Bayerische Landesbank verantwoordelijk voor de verkoop van 48 procent van de aandelen in de autosport. Deze waren in het bezit van de bank en werden verkocht aan een door Ecclestone geleid investeringsfonds, CVC Capital Partners.

Tijdens een rechtzaak in 2012 bleek dat de bankier voor deze transactie 44 miljoen dollar van Ecclestone had ontvangen. Omdat Gribkowsky dit bedrag had achtergehouden voor de belastingdienst, werd hij tot 8,5 jaar celstraf veroordeeld.

Ecclestone zei tegenover een rechtbank in München dat hij zich onder druk gezet voelde om het bedrag aan de bankier uit te keren, omdat hij vreesde te worden aangegeven bij de Britse belastingdienst.

De Duitser dreigde in ruil voor strafvermindering een deal te maken met de Britse belastingdienst en daarin openheid van zaken te geven rondom de transactie.

Bij een veroordeling van Ecclestone komt een eind aan zijn zestigjarige loopbaan in de Formule 1. In de jaren 50 van de vorige eeuw was hij coureur en later manager van het Britse racetalent Stuart Lewis-Evans. In 1972 kocht hij het raceteam Brabham.

Ecclestone zag al vroeg de mondiale potentie van de Formule 1 en verwierf de uitzendrechten van de sport waarmee hij miljarden zou verdienen. De laatste jaren kwam hij vooral negatief in het nieuws. Zo noemde hij vrouwen „huiselijke apparaten” en prees hij Adolf Hitler voor het feit dat „hij dingen voor elkaar kon krijgen”. In een verklaring via zijn advocaten stelt Ecclestone niets illegaals te hebben gedaan.