Hier hoef je nooit te wachten

Tienduizenden Nederlanders verkiezen Belgische ziekenhuizen boven die in eigen land Patiënten kunnen er zonder verwijzing terecht Vier redenen waarom Belgische ziekenhuizen sneller en patiëntvriendelijker zijn

redacteur zorg

Het is 55 minuten rijden van Vlissingen naar het Belgische Brasschaat – Joke Kronenburg (45) weet het precies. Kennissen hadden haar het ziekenhuis aangeraden. De eerste keer dat ze kwam met haar rughernia, vertrok ze dezelfde dag al met een diagnose en een afspraak voor een CT-scan. De tweede keer kreeg ze die scan, de uitslag én een afspraak voor het begin van de behandeling. Die begint na de zomervakantie, dat wel. „Ook Belgische dokters gaan soms op vakantie”, zegt ze.

Het Klina Ziekenhuis is niet een blitse privékliniek, het is een gewoon, algemeen ziekenhuis (460 bedden) in het Vlaamse plaatsje Brasschaat. Maar zoals in alle Belgische ziekenhuizen hoeft de patiënt er vrijwel nooit te wachten. Directeur Chris D’Espallier haalt zijn schouders op: „Dat zou de Belg niet accepteren.”

Nederlanders hebben dit ontdekt. En niet alleen Nederlanders die om belastingredenen in België wonen. Tienduizenden Nederlanders verkiezen Belgische ziekenhuizen boven die in eigen land. Alleen al in het populaire Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk, ten oosten van Maastricht, lieten zich vorig jaar 4.000 Nederlanders opereren. Dat ziekenhuis had in 2012 34.000 ‘patiëntcontacten’ met Nederlanders. Het jaar daarvoor ook.

Huisarts Erwin Vijgen in het Limburgse Geleen heeft wekelijks wel een patiënt die de grens overgaat. Hij somt op: „Er zijn geen wachtlijsten en het personeel is er minder onpersoonlijk dan in Nederland. Hier roept men de patiënt op wanneer het ziekenhuis ruimte heeft voor een afspraak. In België krijgt de patiënt onmiddellijk een afspraak wanneer het hém schikt. Dat geldt voor alle acute klachten: kniepijn, hartklachten, rugpijn, knobbels.”

In 2009 besteedden Nederlanders 290 miljoen euro in buitenlandse ziekenhuizen – een fractie (1,4 procent) van het Nederlandse ziekenhuisbudget in dat jaar (21 miljard euro). Vorig jaar ging het al om 620 miljoen euro (2,6 procent van de 24 miljard euro in Nederland) en dit jaar naar verwachting om 640 miljoen euro. Dat blijkt uit de huidige ‘ramingen’ van het ministerie van VWS voor ‘grensoverschrijdende zorg’. Het ministerie onderzoekt nu waarom die vlucht naar het buitenland groeit.

De zorgverzekeraars betalen het: de kwaliteit is even hoog als in Nederland. Als de patiënt op eigen houtje gaat, krijgt hij zo’n 80 procent vergoed. Met toestemming vooraf van de verzekeraar krijgt hij alles terug. Sterker, het Klina ziekenhuis in Brasschaat heeft contracten met twee grote Nederlandse zorgverzekeraars, VGZ en Menzis, voor onder meer heupoperaties en plastische chirurgie na een borstkankeroperatie. Omdat er in Nederland wachtlijsten voor zijn.

Waarom werken Belgische ziekenhuizen zo veel sneller en patiëntvriendelijker dan Nederlandse? Er zijn ten minste vier redenen.

De Belgische dokter is ondernemer

Hij moet vechten voor elke klant. Elke ingreep of consult is nieuw inkomen. Nederlandse artsen krijgen alle patiënten met wier zorgverzekeraar hun ziekenhuis zaken doet. Joost Baert, hoofd van de medische staf in het Klina: „In Nederlandse ziekenhuizen gaat de operatiekamer om vier uur ‘s middags dicht. Want zo staat dat in het rooster. Hier blijft die open als er nog patiënten geholpen moeten worden. Soms tot negen uur ’s avonds.”

De hele organisatie is flexibeler, zegt Baert, die ook vier jaar in Nederland werkte. „Het is niet zo dat het personeel elke avond moet werken. De ene dag is drukker dan de andere. We zijn flexibel. We voelen een financiële prikkel om de patiënt ter wille te zijn. We maken langere werkweken dan medisch specialisten in Nederland.” Wel betaalt de patiënt extra om ’s avonds geholpen te worden.

Voor de patiënt is de concurrentie alleen maar prettig: Belgische huisartsenpraktijken zijn ook ’s avonds open. Je kunt er zo binnenlopen. In Nederland is dat nog een zeldzaamheid. En op de Belgische ziekenhuispoli wordt de telefoon altijd opgenomen.

In België gaat de patiënt direct naar de specialist

Hij heeft geen verwijzing van de huisarts nodig zoals in Nederland. Die drempel is er niet, zegt directeur Chris D’Espallier van het Klina. „De overheid probeert het wel in te voeren maar dat lukt niet. De Belg wil direct naar de specialist.” Jaagt dat de samenleving niet op kosten? Dat niet, zegt D’Espallier, omdat een consult bij een chirurg ongeveer evenveel kost als een consult bij een huisarts (rond 38 euro).

In Nederland kost een consult bij de huisarts 9 euro, tegen 80 euro of meer bij een specialist in het ziekenhuis. Dat lage tarief is deels schijn: alle huisartsen krijgen een vast ‘abonnemententarief’ van de zorgverzekeraar voor, zeg, 3.000 patiënten. Ook als die nooit komen. Elke keer dat een patiënt wel komt, ontvangt de huisarts 9 euro. Hij hoeft voor zijn inkomen dus geen patiënten te trekken of te concurreren met anderen. In België wel. Veel Belgen hébben niet eens een vaste huisarts.

Nadeel voor de Nederlandse premiebetaler (iedereen) is dat als een patiënt naar het ziekenhuis gaat voor iets dat net zo goed door de huisarts verholpen kan worden, dat negen keer zo veel kost. Vandaar ook dat minister Schippers deze week in het nieuwe ‘zorgakkoord’ afsprak dat huisartsen meer zorg op zich gaan nemen voor chronische patiënten. Bloeddruk meten, suiker prikken en herhaalrecepten voor psychiatrische medicatie voorschrijven, gebeurt nu vaak in het (dure) ziekenhuis (of de ggz-instelling).

In Nederland bestaat marktwerking niet echt

In 2006 voerde Nederland marktwerking in de zorg in. Ziekenhuizen moesten als bedrijf gaan functioneren. En dat deden ze: ze gingen helemaal los. Hoe meer de dokter opereerde, testte, consulteerde, des te meer omzet het ziekenhuis had. Ziekenhuizen openden dure poliklinieken: snotterpoli’s, plaspoli’s, duizeligheidspoli’s, obesitaspoli’s.

Geen wonder dat de kosten voor de premiebetaler stegen: van 18 miljard euro in 2007 naar 24 miljard in 2012. In 2011 werd de marktwerking weer aan banden gelegd: sindsdien spreken ziekenhuizen, verzekeraars en overheid opnieuw af hoeveel er mag worden besteed aan de zorg. In het zorgakkoord van deze week staat bijvoorbeeld dat ziekenhuizen volgend jaar 1,5 procent meer aan operaties, consulten en ligdagen mogen besteden dan dit jaar. En de jaren daarop maar 1 procent meer.

Maar de ziekenhuiszorg is hoe dan ook nooit een échte markt geworden. In een markt kiest de klant wat hij koopt. Hij vergelijkt prijzen en modellen. Is de ene zaak te duur of onbetrouwbaar, dan gaat hij naar een andere.

In Nederland kies je alleen een zorgverzekeraar. En die kiest de ziekenhuizen en klinieken waar zijn groep verzekerden naartoe mag als ze ziek worden. De zorgverzekeraars onderhandelen jaarlijks met elk ziekenhuis: zo veel knieoperaties tegen die prijs, dankuwel. Kunt u dat niet tegen die prijs leveren? Laat dan maar. En ik wil graag kwantumkorting op de heupoperaties.

Die bulkinkoop heeft niets te maken met individuele patiënten die de ene dokter misschien aardiger vinden dan de andere. Of die ene poli kleiner en efficiënter. Bedoeling is dat verzekeraars ziekenhuizen laten concurreren. De efficiëntste wint het contract. Het belang van de ziekenhuisdirectie om de vier grote verzekeraars ter wille te zijn is misschien wel groter dan dat om de individuele patiënt goed te helpen. Want zonder contract verlies je in één klap duizenden patiënten.

België kent minder regels

Dat is een ander groot verschil. Joost Baert van het Klina: „In Nederland moet alles volgens strakke protocollen. De secretaresse mag iemand niet even uit zijn rolstoel helpen. Dat mag alleen een bevoegd, dus duurder iemand doen. Wij zijn flexibeler.”

Controleren of iedereen wel alle regels volgt, vergroot weer de kosten. Klina-directeur D’Espallier: „De overheadkosten, management en zo, zijn in dit ziekenhuis 10 procent. In een groter Belgisch ziekenhuis zal dat 15 of 20 procent zijn. In Nederlandse ziekenhuizen gaat zeker de helft op aan overhead. Maar ja, er moeten ook mensen zijn die alle protocollen nalopen.”

Leidt de marktwerking in België dan niet tot het ontstaan van onnodige kosten? Zinloze consulten, overbodige poli’s? Niet echt, zegt D’Espallier. „In Nederland was er opeens die vrijheid in 2006. Dat leidde misschien tot een explosie. Bij ons is er niks nieuws, het is al 100 jaar zo.” Voor de Belgische specialist zijn mensen met kleine klachten, die net zo goed naar de huisarts kunnen, niet interessant, zegt Joost Baert. „Wij verdienen er net zo veel, of weinig, aan als de huisarts. We verwijzen ze snel terug.”