Schippers legt zorg weer ouderwets budgetten op

Een nieuw akkoord beperkt de stijging van de uitgaven in de zorgsector. Dat levert de staatéén miljard euro op.

Met een stralende lach kondigde VVD-minister Schippers gistermiddag haar nieuwe afspraken met ziekenhuizen, verzekeraars en dokters aan: ziekenhuizen mogen volgend jaar maar 1,5 procent meer aan operaties, consulten en ligdagen besteden dan dit jaar. En de jaren daarop maar 1 procent meer. De groei van de ziekenhuiskosten wordt weer aan banden gelegd.

Maar de ziekenhuiszorg is toch sinds 2006 een vrije markt? Nu kondigt een liberale minister van Volksgezondheid vrolijk nieuwe budgetten en plafonds aan. Sterker, sinds haar aantreden in 2010 is Schippers de ziekenhuismarkt aan het beteugelen. Begin 2011 kondigde ze aan de eerste groeiafspraken te gaan maken met ziekenhuizen en verzekeraars. Die kwamen er twee jaar geleden. Ze is dan ook, zegt ze vaak, vooral pragmaticus. Want de kosten stegen alleen maar. Van 18 miljard euro in 2007 tot 24 miljard vorig jaar.

Als je de SP en PVV hoort, dan is die „marktwerking in de zorg” er wel degelijk. Die ‘markt’ heeft volgens hen de kosten alleen maar opgestuwd, in plaats van beheerst. Bovendien: de zorg vinden zij niet geschikt voor marktwerking. Een patiënt is geen klant aan wie je geld verdient.

Maar de ziekenhuiszorg is nooit een markt geworden. In een markt kiest de klant wat hij koopt. Hij vergelijkt prijzen en modellen. Is de ene zaak te duur of onbetrouwbaar, dan gaat hij naar een andere. De Nederlandse ziekenhuispatiënt ziet de rekening van zijn behandeling niet eens. En als hij die zou zien (wat vanaf 2014 moet gebeuren), zou hij hem niet begrijpen, door de medische termen en codes. Hij betaalt er gemiddeld slechts 17 procent van, en daar zit het verplichte eigen risico van 350 euro in. Nee, in Nederland kiest men alleen een zorgverzekeraar, aan wie dan maandelijks verplicht premie wordt betaald.

De zorgverzekeraar kiest op zijn beurt ziekenhuizen en klinieken uit waar zijn groep verzekerden naartoe mag als ze ziek worden. Ze onderhandelen jaarlijks met elk ziekenhuis: zo veel knieoperaties tegen die prijs, dankuwel. Kunt u dat niet tegen die prijs leveren? Laat dan maar. En ik wil graag kwantumkorting op de heupoperaties.

Die bulkinkoop heeft niets te maken met individuele patiënten die de ene dokter misschien aardiger vinden dan de ander. Of die ene poli kleiner, efficiënter. Bedoeling is dat verzekeraars ziekenhuizen laten concurreren. De efficiëntste wint het contract. Het belang van de ziekenhuisdirectie om de vier grote verzekeraars ter wille te zijn is misschien wel groter dan dat om de individuele patiënt goed te helpen. Want zonder contract verlies je in één klap duizenden patiënten.

In de praktijk kan de verzekeraar de wens van zijn klant soms niet weerstaan: wilt u zo graag naar die ene dokter die u drie jaar geleden zo goed hielp? Vooruit dan maar. Als een verzekeraar weigert en de patiënt toch naar dat ene ziekenhuis wil, dan krijgt die patiënt slechts 80 procent van de rekening vergoed. Voor een ingreep van zeg 15.000 euro moet hij 3.000 euro zelf betalen. Dat kan niet iedereen. De meeste patiënten volgen dus de inkoopafspraken van de verzekeraar.

En zelfs deze keuzevrijheid wil de regering beperken, want hij doorkruist de macht van verzekeraars. Schippers wil de wet aanpassen zodat de verzekeraar maar heel weinig hoeft te vergoeden van de kosten die een patiënt maakte bij een zelfgekozen ziekenhuis. Eigenwijs zijn, wordt heel duur voor de patiënt.

Wat wél gebeurde, door de ‘marktwerking’, is dat vanaf 2006 de overheid de ziekenhuisbudgettering losliet. Tot dan bepaalde het rijk jaarlijks hoeveel operaties, consulten en ligdagen elk ziekenhuis mocht bieden. Alles werd betaald tot dat budget op was. Vanaf 2006 mochten dokters opeens doorwerken als dat nodig was – ze waren niet gehouden aan een maximaal aantal operaties per jaar. Wachtlijsten verdwenen, maar de kosten liepen op: elk ziekenhuis opende dure ‘onzinpoli’s’. Het kon niet op, het was allemaal omzet voor het ziekenhuis. En kosten voor de premiebetaler.