Reuzenrobot worstelt met megamonster

Pacific Rim. Regie: Guillermo del Toro. Met: Charlie Hunnam, Idris Elba, Rinko Kikuchi, Ron Perlman. In: 92 bioscopen.

In Pacific Rim vechten gigantische robots, of Jaeger, tegen de Kaiju, monsterlijke wezens die uit zee oprijzen en de aarde willen overnemen. De Jaegers worden van binnenuit bestuurd door twee piloten, van wie de hersenen tijdens de gevechten met elkaar verbonden worden. Zo vormen ze een hechte eenheid, maar ze zien tijdens deze ‘drift’ ook elkaars angsten en zwakheden.

De Mexicaanse regisseur Guillermo del Toro wisselt meer persoonlijke projecten als Pan’s Labyrinth af met blockbusters zoals de Hellboy-films. Waar de meeste blockbusters anonieme lawaaimachines zijn waarbij het weinig uitmaakt wie de regie voerde, lukt het Del Toro om er nog ietsje pietsje van zichzelf in te stoppen.

Het 180 miljoen kostende Pacific Rim is zijn hommage aan de Japanse monsterfilms die hij als kind zag. Del Toro bemoeide zich met elk detail en droeg zijn film op aan twee helden: Ishiro Honda van de Godzillafilm uit 1954 en de onlangs overleden trucagemeester Ray Harryhausen van fantasy als Jason and the Argonauts.

Fanboy-liefde voor obscure genres is riskant: zie de flop die de Wachowski’s na The Matrix boekten met het eveneens op een oude Japanse cultserie gebaseerde Speed Racer. Pacific Rim is iets conventioneler, al zijn de excentrieke Del Toro-momenten wel het beste in de film, zoals het gastoptreden van zijn stamacteur Ron Perlman (Hellboy). Maar die momenten zijn te schaars: meer Del Toro was welkom geweest. Want Pacific Rim bevat te veel tromgeroffel, clichématige oneliners („today we are cancelling the apocalypse”), onleuke personages en kooigevechten tussen superrobot en megamonster, waardoor de film akelig dicht langs de infantiele digitale slooppartij van The Transformers scheert. Zonder overigens tot dat niveau te vervallen.