Oliemans' beeldend frisse Winterreise

Klassiek

Schubert, Winterreise. Thomas Oliemans (bariton), Malcolm Martineau (piano). 15/7 Concertgebouw A’dam. Schwanengesang: 17/7

Erg vaak gebeurt het niet dat een goede Nederlandse liedzanger zich waagt aan Schuberts drie liedcycli. En al helemaal niet hartje zomer aan Winterreise. Maar het Concertgebouw toonde zich dapper en vroeg Thomas Oliemans Schuberts cycli te brengen op drie ‘Summernights’. Met volle zalen en bulderovaties als resultaat.

Oliemans (35) profileerde zich al vaak als zanger met een brede muzikale oriëntatie. Brel, Bannink – wie van zingen en taal houdt, houdt niet alleen van de grote klassieke liedcomponisten, maar ook van hen. Aan zijn Schubert-opnamen verleende die brede horizon soms een haast kleinkunstachtige ongepolijstheid, vooral in het hoogste register. Interessant en intiem, maar voor de liedpurist ook een punt van overweging.

Maar inmiddels is Oliemans op het punt gekomen dat hij de vruchten van zijn oorspronkelijkheid plukt zonder dat daar nog nadelen tegenop wegen. Oliemans heeft een diepe stem, als liedzanger eigenlijk meer een bas-bariton, en dat timbre past optimaal bij Schuberts meest ingetogen cyclus Winterreise (1827).

Het interessante is dat Oliemans er met zijn warme, diepe en kleurrijke timbre en zijn acteertalent in slaagt een frisse uitstraling te geven aan de bijna twee eeuwen oude liederen over afwijzing, eenzaamheid, de ijzige natuur als weerspiegeling daarvan en de onzekerheid over het erná.

Met Malcolm Martineau – een beeldend pianist die het hart in Auf dem Flusse smoorverliefd laat beuken en de hondenketens in Im Dorf gewelddadig laat ratelen – brengt hij de liederen als één geheel, vaak zonder adempauze na elkaar gezongen.

Zo voltrekt de winterreis zich voor je oren: ongekunsteld, spontaan en invoelbaar. Hoor maar, die jongen zit in Gute Nacht nog vol tederheid en hoopt in Die Post echt dat er een brief voor hem is. Na 24 liederen in vijf kwartier waren Oliemans en zijn gehoor bekaf van de emoties, de luide gevoelserupties (daar mag nog iets gedoseerd worden) en de lange spanningsboog. Maar met het opgefriste besef: zo tijdloos kan Schubert zijn.