Nog 725 getuigen te gaan in Buenos Aires

Voormalig Transavia-piloot Julio Poch zou dodenvluchten hebben uitgevoerd voor de Argentijnse junta Hij staat nu terecht in Buenos Aires Poch vreest dat een vonnis nog jaren op zich laat wachten

Poch verwacht dat het proces, dat aanvankelijk in 2014 zou eindigen, twee keer zo lang gaat duren. Foto ANP

Redacteur Justitie

De Argentijnse strafzaak tegen de van het uitvoeren van ‘dodenvluchten’ verdachte voormalige Transavia-piloot Julio Poch (61) verloopt zo traag dat het massaproces waarschijnlijk nog drie jaar zal duren. Dit betekent dat het vonnis pas zeven jaar na de arrestatie van Poch verwacht mag worden.

Dit staat in een brief die Poch het afgelopen weekeinde heeft geschreven aan vrienden. In november vorig jaar begon in een rechtbank in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires een massaproces tegen 67 verdachten. Ze staan terecht wegens misdrijven gepleegd tijdens het laatste militaire bewind in Argentinië (1976-1983). Poch moet zich verweren tegen beschuldigingen een rol te hebben gespeeld bij het drogeren, martelen en vervolgens boven open zee uit het vliegtuig werpen van 27 mensen.

Poch schrijft dat er tot op heden, na negen maanden van drie zittingsdagen per week, 125 getuigen zijn gehoord. In totaal willen aanklagers en advocaten 850 personen op de zitting ondervragen. De strafzaak, die Poch via een videoverbinding volgt in de gevangenis Marcos Paz, „sleept zich voort”. Hij verwacht dat het proces, dat aanvankelijk in 2014 zou eindigen, twee keer zo lang gaat duren. Rechters zouden pas in 2016 aan vonnissen toekomen. Poch wijst er in zijn schrijven op dat het op 22 september precies vier jaar geleden is dat hij „onrechtmatig” werd gearresteerd in Spanje. Het was de laatste vlucht voor zijn pensioen bij Transavia.

De Nederlandse advocaat van Poch, Geert-Jan Knoops, zegt dat „de internationale gemeenschap en Nederland in het bijzonder zich actiever zouden moeten verzetten tegen het grote onrecht” dat zijn cliënt ten deel valt. Hij is bezig in Amerika mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty International te activeren voor de zaak-Poch.

Poch werd verdachte toen Nederlandse collega’s de politie in 2006 vertelden dat Poch bij een etentje op Bali in 2003 zou hebben gezegd dodenvluchten te hebben uitgevoerd. De arrestatie van Poch gebeurde in Spanje nadat het Nederlandse OM afspraken had gemaakt met Argentijnse collega’s. Nederland kon Poch niet uitleveren omdat hij sinds 1995 ook de Nederlandse nationaliteit bezit. Spanje leverde Poch wel uit aan Argentinië.

Maximale termijn

In oktober zit Poch drie jaar in Argentijns voorarrest. Dat is volgens de piloot de maximale termijn die een verdachte in gevangenschap mag doorbrengen zonder gestraft te zijn. Poch kondigt aan in oktober te eisen dat hij verder in vrijheid zijn proces mag afwachten. Hij ontkent op Bali een bekentenis te hebben afgelegd, maar heeft naar eigen zeggen slechts de toenmalige situatie in Argentinië beschreven. Zijn arrest is volgens hem het gevolg van een „verschrikkelijk misverstand”.

In zijn Engelstalig schrijven hekelt Poch de „freakish reaction” van de organisatie Hijos (een club van kinderen van slachtoffers van het militaire regime). Hijos heeft er begin dit jaar tegen geprotesteerd dat de Nederlandse ambassadeur in Argentinië Hein de Vries tussen familieleden van verdachten in de rechtszaal was gaan zitten. In februari liet minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) weten op „humanitaire gronden” een verzoek te steunen om Poch voorlopig vrij te laten. Poch vindt dat Hijos hem al veroordeelt als „massamoordenaar” terwijl de strafzaak nog gaande is. Hij hoopt dat onafhankelijke waarnemers en pers zijn zaak blijven volgen.

Van de 125 getuigen die tot nu toe zijn gehoord, heeft niemand iets over Poch of zijn zaak gezegd, schrijft hij. Poch verwacht dat pas volgend jaar vier voormalige Nederlandse collega’s zullen worden opgeroepen om in Buenos Aires te getuigen. „Dan zullen zij de rechters van het tribunaal moeten uitleggen waarom ze in 2006 op basis van horen zeggen deze heksenjacht tegen mij zijn begonnen.”