'Mollema door veel zweten in voordeel'

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Bauke Mollema doet de Nederlandse wielerharten opeens sneller kloppen. Met een vaak kletsnat hoofd houdt de Groninger, geen typische klimmer, momenteel goed stand in de Alpen. Volgens zijn trainer Louis Delahaije is Mollema vooral op warme dagen in het voordeel ten opzichte van zijn concurrenten. Dat zou komen doordat Mollema veel zweet. Gisteren liepen de temperaturen in de Tour weer op tot 35 graden. „Andere renners die minder zweten, houden meer warmte vast. En op een bepaald moment ontstaat er een blokkade, waardoor je lichaam geen energie meer heeft om te fietsen, maar dat gaat gebruiken om het lichaam af te koelen. Bij Bauke is dat koelingssysteem heel goed. Als hij genoeg blijft drinken, is hij in warm weer dus in het voordeel”, zei Delahaije vorige week tegen De Telegraaf.

Is dat waar? Is Mollema door zijn gezweet beter in staat om topprestaties te leveren dan concurrenten die minder zweten?

En, klopt het?

Maria Hopman staat langs de route van de Nijmeegse vierdaagse als we haar bellen met deze vraag. Hopman is hoogleraar integratieve fysiologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Nadat er in 2006 tijdens de Vierdaagse veel deelnemers oververhit raakten, doet Hopman nu onderzoek naar de gevolgen van langdurig wandelen onder uiteenlopende weersomstandigheden. Voor Hopmans onderzoek slikken tientallen wandelaars de avond voordat ze van start gaan een pil met daarin een temperatuursensor en een kleine zender. Zo kan Hopman op ieder moment bekijken hoe het met de temperatuur in het inwendige van de wandelaars staat. Ze zegt dat het verhaal van Delahaije „in principe” wel klopt. De verdamping van Mollema’s zweet zorgt voor koeling en daarmee onttrekt hij warmte aan zijn lichaam. „Bij inspanning loopt de temperatuur in het lichaam al snel op tot 38 à 39 graden, dat is niet zorgelijk. Maar het kan ook 40 graden en warmer worden. Dan ga je minder presteren”, zegt Hopman.

Hein Daanen, bijzonder hoogleraar thermofysiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeker bij TNO, legt uit hoe dat komt. Volgens Daanen fietst een wielrenner voor iedere graad die zijn lichaamstemperatuur stijgt 1 procent minder effectief. „Het lichaam gaat een warme huid, waar zon op schijnt, beter doorbloeden om warmte kwijt te kunnen raken. Daardoor gaat er minder bloed naar het hart, dat dan sneller moet kloppen om dezelfde prestatie te kunnen leveren. Zo levert de renner in aan capaciteit”, aldus Daanen.

Wielrenners die veel zweten, slagen er dus beter in hun lichaam te koelen en houden zo meer vermogen over om hard te kunnen fietsen. Temperatuursstijgingen tot 38 of 39 graden zijn bij inspanning niet te voorkomen, maar daarboven wel. Daanen wijst er wel op dat het zweet niet moet afdruipen. „Dat koelt niet, alleen verdampend zweet zorgt voor koeling.” Afdruipend zweet leidt alleen tot uitdroging.

En er is nog een kanttekening. Een wielrenner kan ook te veel zweten. Twee liter vochtverlies per uur is, bij extreme inspanning, geen uitzondering. Drinken is dan erg belangrijk, maar het lichaam kan maar een liter per uur opnemen. Zowel Hopman als Daanen zegt dat bij vochtverlies dat gelijk staat aan 2 tot 3 procent van het lichaamsgewicht de prestaties verminderen. Hopman: „Als je vocht kwijtraakt, verlies je ook vocht in je bloed. Daardoor blijft er minder circulerend volume over en krijgen de spieren minder bloed om prestaties mee te kunnen leveren.”

Volgens Daanen is de kans dat renners minder gaan functioneren door vochtverlies wel aanzienlijk minder groot dan dat de prestaties lijden onder een te hoge lichaamstemperatuur. „Zweetverdamping heeft veel directer invloed. Als je onvoldoende kunt koelen, loopt de lichaamstemperatuur op en daalt de prestatie. Ik schat het zo in dat de fietsers zich goed gehydrateerd houden en dat het pas tijdens hele zware klimmen lastig wordt om het vochtevenwicht te handhaven”, zegt Daanen.

Volgens Hopman valt niet te zeggen wanneer Mollema het omslagpunt bereikt waarop zijn prestaties lijden onder teveel vochtverlies. „Dat is erg individueel bepaald, omdat de ene renner meer zweet dan de ander en de een meer vocht kan opnemen dan de ander.”

Conclusie

Volgens de trainer van wielrenner Bauke Mollema is de Groninger bij warm weer in het voordeel ten opzichte van concurrenten omdat hij veel zweet. Daardoor weet hij zijn lichaam gekoeld te houden, zodat zijn prestaties niet lijden onder een te hoge lichaamstemperatuur. Wetenschappers bevestigen dit verhaal. Het enige risico is dat Mollema door overmatig zweten te veel vocht verliest en dat zijn prestaties verminderen omdat hij dat met drinken onvoldoende weet te compenseren. Onderzoeker Daanen denkt dat dit risico zich vooral tijdens een hele zware klim voordoet. Daarvan zijn er nogal wat in de Tour. Dat Mollema dit overkomt, lijkt ons daarom niet geheel uitgesloten. Wanneer hij dit punt precies bereikt, valt niet te bepalen. Het is dus wel duidelijk dat veel zweten voor wielrenners niet alleen maar voordelen heeft. Het kan ook te veel zijn. De bewering dat Mollema door zijn gezweet in het voordeel is ten opzichte van minder zwetende concurrenten beoordelen we daarom niet als waar, maar als grotendeels waar.

next.checkt verder nog: ‘Het wilde zwijn zorgde bij terugkeer in Nederland voor een plaag’, aldus VVD-Kamerlid Johan Houwers in het AD. Ook een bewering voorbij zien komen die je gecheckt wil zien? Mail je suggestie naar nextcheckt@nrc.nl of tip de redactie via Twitter met hashtag #nextcheckt.