Mode als parodie op porno

De Amsterdam Fashion Week is gisteravond afgesloten. De comeback van Francisco van Benthum was een van de hoogtepunten.

Francisco van Benthum, voorjaarscollectie 2014 Foto Peter Stigter

Een collectie met de titel $€XXX (sex sells), die niet alleen wordt geshowd op de Amsterdam Fashion Week maar ook te zien is in een authentiek ranzige reportage met echte pornomodellen in seksblad Foxy – dat trekt natuurlijk de aandacht. Al voor haar show, die werd gesponsord door de Nederlandse pornoster Bobbi Eden, had Esther Meijer, de ontwerpster achter het label Nieuw Jurk, flink wat publiciteit gekregen. En de zaal op het Westergasterrein zat maandagavond bomvol. „Eigenlijk ben ik nu zelf ook een hoertje”, zei de ontwerpster opgewekt na afloop van haar show.

Meijers collectie was aanvankelijk bedoeld als commentaar op „de pornoficatie van de samenleving”. Maar gaandeweg het project veranderde haar mening over de pornowereld. „Ik heb heel toffe mensen ontmoet, die plezier hebben in wat ze doen.” Een paar van die mensen liepen mee in de show.

Nieuw Jurk maakt vooral T-shirts, sweaters en leggings met vrolijke prints, ditmaal bijvoorbeeld een combinatie van kruisjes (X-rated), dollartekens en smileys. Die werden afgewisseld met een glimmend zwart onderbroekje met ingebouwde piemel waar de echte in was geschoven, een bodysuit met een rits door het kruis, en een roze plastic kledingstuk in de vorm van een borst; de rode tepel was de capuchon. Mode en de seksindustrie kwamen helaas niet dichter tot elkaar; meer dan een soms geestige, soms wat wrange parodie werd de show niet.

Bij de repetities voor de show van Winde Rienstra moeten zich dramatische taferelen hebben afgespeeld. Rienstra is een ontwerper die ook haar eigen schoenen maakt. Ditmaal waren dat sandalen met een meer dan twintig centimeter hoge sleehak met plateau, aan de voeten bevestigd met houten kralenkettinkjes. Daar viel niet op te lopen: ondersteund door mannelijke medewerkers van de modeweek – een lastminute beslissing – schuifelden de modellen over de catwalk. Bevend legden ze alleen het laatste stukje naar de fotografen af. Een model maakte een smak, en toen ze later zonder schoenen weer opkwam, stonden de afdrukken van de kralen in haar voeten. De spanning was in de zaal te snijden. Rienstra had de meisjes beter blootsvoets kunnen laten lopen; dan hadden haar kleren de onverdeelde aandacht gekregen die ze verdienden. Want er zaten bijzondere stukken in haar op Russische datsja’s gebaseerde collectie, zoals een zwarte jurk die van voren lang was en van achter heel kort, en op de bilpartij een witte, kunstig gevouwen bol had die deed denken aan ijspegels. Of een korte jurk van leer, met de vormen van Russisch houtsnijwerk erin.

Tussen de mannenmodeshow op de modeweek sprong die van Francisco van Benthum eruit. De ontwerper was voor het eerst in acht jaar aanwezig op Amsterdam Fashion Week. De expliciete verwijzingen naar uniformen en de vele details die zijn werk vroeger kenmerkten, waren verdwenen; zijn kleren waren draagbaarder dan ooit. Maar grote rugzakken, losse broeken met een wijde taille die waren ingesnoerd met een smal riempje, als overhemden gedragen blousons en de fraaie kleuren maakten de collectie modieus, elegant en onderscheidend.

Een interessant buitenbeentje op de modeweek was de show van zes Pakistaanse ontwerpers op zondagavond, bedoeld om „de vrolijke kant” van het land te laten zien. De collecties varieerden van hevig gedecoreerde traditionele trouwjurken tot sexy, felgekleurde avondkleding en losse, smaakvolle, outfits met verschillende gedessineerde stoffen.

De negentiende editie Amsterdam Fashion Week, waar in totaal 29 shows te zien waren, sloot dinsdagavond af met Lichting, een modewedstrijd waarvoor elke Nederlandse modeopleiding twee kandidaten afvaardigt. Net als de Frans Molenaarprijs, die vorige week woensdag werd uitgereikt, werd die gewonnen door een student van ArtEZ, in dit geval Henriette Tilanus. Die had een vrolijke, bewerkelijke collectie gemaakt, geïnspireerd op de excentrieke Britse schrijfster Edith Sitwell. Maar de internationale jury prees nadrukkelijk de creativiteit van álle kandidaten. „Er zat geen saaie collectie tussen.”