Met chaperonne een plasje doen

Het zijn tieners, maar ze krijgen een serieuze dopingcontrole. De atleten op de Jeugdspelen in Utrecht moeten er aan wennen. „Niet echt fijn.”

Een Turkse atlete met coach en chaperonne op weg naar de dopingcontrole in Utrecht. Foto Robin Utrecht

Nog nooit hebben hordeloopster Maayke Tjin A-Lim (16) en speerwerpster Emma Oosterwegel (16) een dopingcontrole gehad. De twee Oranjemeisjes lopen over het atletiekterrein van het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF) in Utrecht. Hoe het werkt kunnen ze wel vertellen. „Ja, uhh, gewoon plassen toch”, lacht Tjin A-Lim. Enthousiast zijn ze niet. Oosterwegel: „Er zit ook iemand bij te kijken, niet echt fijn. Maar bij zo’n groot toernooi hoort het er gewoon bij.”

De 2.300 deelnemers aan de EJOF zijn tussen de dertien en achttien jaar oud en toch houdt de organisatie strenge dopingcontroles. Het IOC hecht grote waarde aan een schoon toernooi. IOC-baas Jacques Rogge in zijn openingstoespraak: „Dit toernooi heeft een educatief karakter voor de jonge sporters, ook op het gebied van doping.” In Utrecht sporten deze week 2.300 atleten. Er worden door de Nederlandse Dopingautoriteit vijftig dopingcontroles uitgevoerd tijdens de EJOF, exclusief de controles die individuele sportbonden kunnen aanvragen. Maar hoe streng kun je kinderen controleren?

Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit, is helder: „We controleren deze jonge atleten precies hetzelfde als iedere volwassene. De lijst met verboden middelen is ook hetzelfde. Het enige verschil is dat er een begeleider mee mag naar de dopingcontrole, om te vertalen en de kinderen op hun gemak te stellen.”

Een chaperonne pikt de gekozen kinderen na hun wedstrijd direct op, en verliest hen dan niet meer uit het oog tot de controle is geweest. Monique Jorna is een van de chaperonnes. In de ochtend loopt ze door de basketbalhal, om het terrein te verkennen. Jorna: „Anders loopt mijn sportster straks na de wedstrijd meteen de kleedkamer in, maar dat mag niet.” De chaperonne heeft zich vrijwillig aangemeld, omdat ze wil meewerken aan eerlijke sport. Jorna kan zich voorstellen dat het voor de kinderen „heftig” is om een controle mee te maken. „Ze moeten hun broek tot op de knieën uitdoen, hun shirt omhoog en er kijkt iemand mee als ze plassen. Best confronterend op deze leeftijd. Ik moet de atleten die ik begeleid geruststellen.”

Voor veel jonge Nederlandse sporters is de dopingcontrole een nieuw fenomeen. Herman Ram schat dat „minder dan één procent” van de Nederlandse EJOF-deelnemers al ervaring heeft met controles. In Nederland zijn er ook geen minderjarigen met een bloedpaspoort, en hoeven kinderen ook nog geen whereabouts in te vullen. Ram: „Dat is een te grote belasting. Maar zodra kinderen volwassen gaan presteren betekent dat ook volwassen dopingcontroles. Er is geen leeftijdslimiet voor controles. Turnsters pieken bijvoorbeeld op jongere leeftijd dan duursporters en krijgen daarom eerder te maken met strenge dopingtests.”

De onervarenheid bij de kinderen zorgt ook voor gevaren, vertelt Maarten Moen. Hij is teamarts van de Nederlandse ploeg. Voor het toernooi heeft sportkoepel NOC*NSF daarom een voorlichtingsdag georganiseerd over doping. Moen: „Er zijn drie grote gevaren: vervuilde voedingssupplementen, medicijnen en social drugs zoals cannabis.” Alle EJOF-kinderen zijn ruim voor het toernooi al eens gekeurd, en toen bleek dat een aantal van hen per ongeluk voedingssupplementen gebruikte waarvan niet honderd procent zeker is dat er stoffen in zaten die niet op de dopinglijst staan. Moen: „Of een sporter gebruikt ritalin vanwege ADHD. Staat ook op de lijst met verboden middelen. Door voorlichting raken de jonge sporters zich daar bewust van. Dat is ook de kracht van een toernooi als het EJOF.”

Afgelopen weekend testten de Amerikaanse sprinter Tyson Gay en vijf Jamaicaanse atleten, onder wie Asafa Powell, positief op doping. Op de atletiekbaan in Utrecht is er niet veel van te merken. Sportkoepel NOC*NSF heeft ook besloten er geen speciale aandacht aan te schenken tijdens het toernooi. Daarvoor is het te laat, zegt teamarts Moen: „De kinderen lezen natuurlijk ook het nieuws op hun telefoon en ze praten er wel over, maar concentreren zich nu vooral op zichzelf. We zitten al in het toernooi en de sporters moeten zich op hun prestaties richten. Wij organiseren geen extra voorlichting, omdat er nu een aantal atleten is betrapt.”

Directeur Ram van de Dopingautoriteit denkt dat een controle voor jonge sporters zelfs als een soort bevestiging kan werken. „Dan weet je dat je er echt bij hoort. Toetreden tot de echte topsport, want alles is precies hetzelfde als bij de echte Olympische Spelen. Dezelfde controle, dezelfde potjes, hetzelfde laboratoriumonderzoek.” Ram kan zich niet herinneren dat er op vorige edities van het EJOF positieve dopingtests zijn geweest. Mocht dat wel gebeuren, dan worden de sporters niet gespaard. Ze worden gewoon geschorst, net als hun volwassen collega’s.

In de basketbalhal tekenen de Franse speelsters Camille Lenglet en Ana Tadic een manifest tegen doping bij een informatiestand van de Dopingautoriteit. Tadic: „Natuurlijk zijn we tegen doping. Ik zie niet op tegen de controle. Hoort erbij.” Ook hordeloopster Tjin A-Lim en speerwerpster Oosterwegel zijn uiteindelijk wel blij met de controles. Tjin A-Lim: „Stel dat ik straks op de horden hard voorbij wordt gelopen, dan wil ik wel weten of het eerlijk is gegaan.”