Kaiju: in rubberpak stampen

Als kind zat de Mexicaanse filmmaker Guillermo del Toro voor de buis gekluisterd als er een Japanse monsterfilm op tv was – en dat gebeurde vaak, want ze waren heel goedkoop. In de bioscoop zat hij monstermarathons van vier films op rij uit, in één geval reed hij een uur lang met de bus naar een louche zaaltje om daar de ‘klassieke’ kaijufilm Frankenstein Conquers the World te zien – dat iemand vanaf het balkon een bierglas urine over zijn hoofd goot, hoorde erbij.

Mecha versus kaiju, reuzenrobots tegen supermonsters: het concept van Pacific Rim is geënt op Japans amusement. Films over kaiju (megamonsters) werden na Godzilla (Gojira, 1954) een populair Japans exportproduct. In Godzilla zaait een gemuteerd prehistorisch reptiel dood en verderf in Tokio, akelig brullend en radioactiviteit spuwend. Deze kaiju combineert oude angst voor natuurkrachten als aardbevingen en tsunami’s met angst voor moderne stadsverwoesters als atoombommen – in Godzilla worden beelden van een doodzieke Japans bemanning van een vissersboot gebruikt, besmet door fall-out van de Amerikaanse waterstofbomproef op het eiland Bikini.

Het monstersucces van Godzilla leidde tot een wereldwijde golf van films waarin mannen in rubberpak wereldsteden plat stampten: Del Toro verwijst in de opening van Pacific Rim, waarin een kaiju de Golden Gate Bridge bij San Francisco vernielt, naar It Came From Beneath the Sea (1955), met een door Ray Harryhausen ontworpen octopus die iets soortgelijks uithaalt. In zowel verhaal als ontwerp van zijn robots werd Del Toro geïnspireerd door Japanse anime: ‘mechafilms’ als Patlabor en Neon Genesis Evangelion.

Draak tegen robot: de resulterende apocalyptische worstelpartijen spreken vooral jongens aan. En voor de studio is het mooi dat zowel monsters als robots zich prima lenen voor merchandising.