Huh? Bankpersoneel matigt het loon!

Hou je vast, zoek een stoel. De bankierssalarissen zijn in het afgelopen jaar nauwelijks gestegen. Herhaling: de bankierssalarissen zijn in het afgelopen jaar nauwelijks gestegen. Dat is een hele schok, want tijdens de grootste financiële crisis sinds de jaren dertig denderden de salarissen daar van 2008 tot 2011 gewoon door. In 2011 ging het bij de totale beloning per gewerkt uur in de sector nog om een jaarlijkse toename van 4,7 procent. Maar, voorwaar, voorwaar, in 2012 nam die totale beloning slechts toe met 1,4 procent. De lonen per gewerkt uur, een nauwere definitie, stegen vorig jaar met 0,4 procent. En dat is maar de helft van wat de gemiddelde werkende Nederlander aan toename zag.

Het werd tijd, en wellicht is er sprake van allerlei overloopeffecten en moeten we tot het oordeel over 2013 wachten tot de trend echt duidelijk en zeker is. Maar er lijkt intussen te zijn geluisterd naar de storm van kritiek die opstak toen bleek hoe snel bankierssalarissen de afgelopen 25 jaar waren gestegen en hoe dat middenin de crisis gewoon doorging.

We weten dit allemaal dankzij de arbeidsrekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek, die een onderdeel zijn van de nationale rekeningen. Elk kwartaal stelt het CBS die op en splitst die in de zomer gedetailleerder uit voor het afgelopen jaar. Vanaf 1987 tot en met 2012 zijn nu de beloningen en lonen per gewerkt uur en gewerkt jaar beschikbaar voor 66 verschillende sectoren van bedrijvigheid. Hoe de tijden veranderd zijn, is er fraai in te zien aan de hoogste van de gemiddelde beloning per uur of jaar. Een kwart eeuw geleden stonden bankmedewerkers nog op een bescheiden zeventiende plaats. Vorig jaar stonden ze in salarishoogte, na een gestage stijging, derde van Nederland. Na aardolie en delfstoffenwinning, die traditioneel aan de top staan. Lees hier overigens: Shell. Tot de grootste relatieve dalers van de afgelopen kwart eeuw behoren overigens sport en recreatie, de kunsten en de film-, radio- en televisiesector. In die laatste bedrijfstak moet, gezien al het vormelijke gedoe over de salarissen van de Matthijzen van Nieuwkerk van deze wereld, de inkomensongelijkheid flink zijn toegenomen. Ook opvallend: de IT-sector, waar de beloning in de afgelopen kwart eeuw eenvijfde achterbleef bij het landelijk gemiddelde. De – tijdelijk – bescheiden bankier is niet de enige verrassing van 2012. Want waar vond vorig jaar de grootste stijging van beloningen en lonen per jaar en per uur plaats? In de verzekerings- en pensioensector. Zal je net zien: doet de ene helft van de financiële wereld eindelijk bescheiden, loopt de andere weer uit de pas. Het loon per gewerkt uur bij verzekeraars en pensioenfondsen nam vorig jaar toe met 3,1 procent. Dat is het viervoudige van het Nederlandse gemiddelde. De totale beloning per gewerkt uur steeg met 4,2 procent.

Nu moet worden gezegd dat de beloning in deze sector de afgelopen 25 jaar, anders dan bij de banken, niet noemenswaardig harder steeg dan in de rest van Nederland. Maar in deze tijd van versobering is het toch een vreemd signaal. Jammer genoeg bleek het CBS bij navraag niet in staat de pensioen- en verzekeringssector van elkaar te scheiden. Zodat zij zich nu kunnen blijven verschuilen achter elkaars rug.

Maarten Schinkel is economisch commentator van NRC. Op deze plek schrijft hij elke woensdag een column over economie.