Het is nog lang oorlog in Syrië

Zowel de politieke als de gewapende oppositie tegen Assad is verdeeld en verzwakt. De oorlog gaat nog lang duren, tot ellende van de bevolking

Het is de vraag hoe lang het duurt, maar de laatste tijd heeft de Syrische president Bashar al-Assad bepaald het tij mee. De politieke oppositie is hopeloos verdeeld, rebellen vechten onderling. Westerse landen wachten bij nader inzien nog met de wapenhulp die ze ‘gematigde’ opstandelingen hadden beloofd uit angst dat ze bij jihadisten terechtkomen. Het resultaat is feitelijk een uitzichtloze impasse.

Mede dankzij de manschappen van de Libanese organisatie Hezbollah heeft het regeringsleger de laatste maanden op diverse plaatsen terreinwinst geboekt. Nu bestookt het regime met vliegtuigen en artillerie het oude centrum van Homs, ooit hoofdstad van de revolutie, om een einde te maken aan de laatste rebellenaanwezigheid in de stad. Tegelijk probeert het leger met artillerie- en mortiervuur opstandelingen te verdrijven uit noordoostelijke wijken van Damascus. Daarbij worden, zoals gebruikelijk bij regeringsoffensieven, zware verwoestingen aangericht. De enorme schade is de prijs voor een marginale opmars. Met name in het noorden van Syrië houden rebellen veel gebied vast in handen.

Het eerste jaar van de opstand verloor het regime zo snel terrein aan de oppositie dat wijd en zijd zijn val werd voorspeld. Westerse regeringen riepen al in augustus 2011 op tot Assads vertrek, en verklaarden korte tijd later hun steun voor de Syrische oppositie, „de legitieme partner met wie we willen samenwerken”, aldus Parijs. Maar dankzij de diplomatieke hulp van Rusland en China, die actie in de VN-Veiligheidsraad tegenhielden, en Russische en Iraanse wapens hield Assad stand.

Assads bondgenoten zijn onwankelbaar; de politieke oppositie en de rebellen daarentegen werden speelbal van hun buitenlandse sponsors en zijn ineffectief geworden.

De rivaliteit met name tussen de Arabische Golfstaten Qatar en Saoedi-Arabië heeft de oppositie gespleten. Afgelopen voorjaar was het nog Qatar dat de boventoon voerde, zoals tot uiting kwam in de benoeming van zijn beschermeling Ghassan Hitto als oppositie-premier die in ‘bevrijd gebied’ een regering moest vestigen. Maar een week geleden stapte Hitto weer op nadat Saoedi-Arabië het tweegevecht met Qatar in zijn voordeel had beslecht en een Saoedische kandidaat als voorzitter van de oppositiecoalitie was gekozen. In de tussentijd is de politieke oppositie volstrekt verlamd geraakt.

De gelijktijdige verdeeldheid op de grond werd vorige week geïllustreerd door de liquidatie van een lid van de Opperste militaire raad van het Vrije Syrische Leger door de met Al-Qaeda verbonden Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) in de provincie Latakia. Het is lang niet het enige voorbeeld. In Aleppo raakten rebellen van het Vrije Syrische Leger en strijders van de ISIS afgelopen weekeinde slaags om een controlepost, zo meldde het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten in Londen. De extremisten hadden de controlepost eerder veroverd en gesloten waardoor, tot woede van de inwoners, de voedseltoevoer werd afgesneden naar de helft van de stad die nog in handen is van het regime. Daardoor zijn grote voedseltekorten ontstaan. Ook elders worden dergelijke gevechten gemeld.

De jihadisten van de ISIS en het Nusra-front – ook de extremistische kant van de rebellenbeweging is intussen gespleten – beschuldigen de meer gematigde groepen die onder de paraplu van het Vrije Syrische Leger vechten van corruptie en wanbestuur in gebieden waar ze de macht hebben. Tot voor kort golden de jihadisten dan wel als radicaal, maar door hun gedrevenheid en betere organisatie ook als succesvollere strijders dan de niet-jihadisten. Gewone burgers vertelden bovendien de voorkeur te geven aan jihadisten boven het Vrije Syrische leger en andere gematigder groepen omdat ze niet corrupt waren en geen voedsel of andere voorraden stalen.

Dat is veranderd. Uit diverse plaatsen in het noorden, dat voor een groot deel in handen is van jihadisten, zijn de laatste tijd berichten gekomen over protesten uit de bevolking: „we willen geen nieuwe dictatuur”. Aanvankelijk spanden Al-Nusra en gelijkgezinde groepen zich in de burgers niet tegen zich in te nemen en vermeden zij lijfstraffen, arrestaties en strenge kledingregels. Al-Nusra deelt nog steeds snoep uit onder kinderen om zich populair te maken. Maar de scherpslijpers van de recent opgekomen ISIS hanteren veel striktere regels. In een wijk in Aleppo werd het vrouwen verboden zich „onbetamelijk” te kleden. De ISIS zelf verspreidt videobeelden van onthoofdingen van rivalen of vermeende aanhangers van het bewind.

Veel meer dan Al-Nusra is de ISIS een toevluchtsoord geworden voor buitenlandse jihadisten, die nu met duizenden in Syrië meevechten. Volgens berichten uit Pakistan zijn zojuist honderden Pakistaanse Talibaan naar Syrië gegaan. Zij voegen zich daar bij enkele honderden westerlingen, maar aanzienlijk meer Saoediërs, Tunesiërs, Libiërs, Irakezen en andere Arabieren.

De prijs die de rebellen daarvoor betalen is dat westerse landen wachten met de (lichte) wapenleveranties die zij eerder toezegden aan het Vrije Syrische Leger. Het Amerikaanse Congres maakt problemen omdat er onvoldoende garanties zijn dat wapens niet bij de ISIS of Al-Nusra belanden.

Maar westerse wapens zouden hoe dan ook niet tot een doorbraak in de oorlog leiden gezien de malaise bij de oppositie. Omgekeerd is Assad niet sterk genoeg om alle rebellengebied te heroveren. Daarvoor is zijn troepenmacht te klein, zelfs inclusief de Hezbollahversterkingen en Iraakse shi’itische hulptroepen. De optelsom is een langdurige, bloedige impasse, met alle ellende van dien voor de bevolking.