Het is bijna zeker: ze zijn weg

De zeven werken die vorig jaar werden gestolen uit de Kunsthal zijn vrijwel zeker verbrand Dat blijkt uit een rapport over de gevonden asresten En de tenlastelegging van het Roemeense OM

Verslaggevers

De moeder van de 28-jarige Radu D. dacht haar zoon een dienst te bewijzen. Terwijl hij in een Roemeense cel zat op verdenking van betrokkenheid bij de kunstroof in de Rotterdamse Kunsthal, in oktober, ging zij ’s nachts naar de begraafplaats tegenover haar huis. Daar lagen de gestolen werken – met een verzekerde waarde van 17 miljoen euro – begraven.

Pas dagen nadat ze de kunstwerken in haar verwarmingskachel had verbrand en de asresten in de tuin had uitgestrooid, bedacht ze dat ze de kans dat haar zoon zou kunnen profiteren van verzachtende omstandigheden, omdat de schilderijen nog in orde waren, had vergooid.

Dat staat in de tenlastelegging die het Roemeense OM maandag bekend maakte. De asresten zijn naast de verklaring van Olga D. het bewijs dat de schilderijen vrijwel zeker zijn vernietigd. „Eén plus één is twee”, aldus Ernest Oberlander-Tarnoveaunu, directeur van het Roemeens Nationaal Historisch Museum. Hij deed in opdracht van het Roemeense opsporingsteam DIICOT onderzoek naar de asresten. Er werden onder meer verschillende pigmenten van olieverf aangetroffen.

Ook vond het team drie verschillende soorten nagels waarmee doek op canvas wordt gebonden. Die nagels worden tegenwoordig niet meer gebruikt en aangetroffen koperdioxide zou aantonen dat ze pas sinds een paar maanden in contact met de buitenlucht stonden.

Bij de roof werden binnen twee minuten zeven werken meegenomen: van Claude Monet, Pablo Picasso, Henri Matisse, Paul Gauguin, Meyer de Haan en Lucian Freud. Volgens Oberlander-Tarnoveaunu wijst alles erop dat alle werken zijn verbrand, al is het niet met zekerheid te zeggen. Zo waren de gestolen Monets pasteltekeningen, geen schilderijen op doek. Als ze verbrand zijn, dan zijn er geen resten. De resultaten van het onderzoek naar de asresten zijn volgens Oberlander definitief, maar officieel is het onderzoek nog niet afgerond. De Kunsthal houdt voor nu dus nog hoop. „Als dit waar zou zijn, zou het vreselijk nieuws zijn. ”

Paniek

Als er één ding duidelijk wordt uit de 142 pagina’s tellende tenlastelegging, waarin de roof wordt beschreven, is dat verdachten geen ervaren kunstrovers waren. Integendeel. Al snel nadat de roof internationaal groot nieuws was en er (ten onrechte) over bedragen van 200 tot 300 miljoen euro werd geschreven, raakten de vier in paniek.

De vier hoofdverdachten waren niet onervaren in het criminele circuit. Vooral Radu D., die in de aanklacht naar voren komt als hoofdverdachte, had al een uitgebreid strafblad wegens geweldpleging, mensenhandel en souteneurschap. Hetzelfde geldt voor de vrienden met wie hij begin vorig jaar besloot het werkterrein te verleggen van Roemenië naar de Benelux: Adrian P., Eugène D. en Alexander B. Ze nemen hun vriendinnen uit het dorp Macin mee en zetten een eigen prostitutienetwerkje op. Maar Radu, woonachtig in de Rotterdamse Jonker Fransstraat waar zijn vriendin Natasha T. ook klanten ontvangt, heeft nog meer ambities: diefstal, van kunst bijvoorbeeld. Uiteindelijk zien de vrienden een affiche van de Kunsthal, met namen als Picasso, Van Gogh, Modigliani, Degas en Monet.

Op de eerste dag dat de tentoonstelling open is, 7 oktober, zijn de Roemenen van de partij. En de dagen daarna ook: nooit alleen, nooit met z’n allen tegelijk, en soms hand in hand met hun vriendin – om geen argwaan te wekken. Diefstal lijkt een mogelijkheid: een nooduitgang van de Kunsthal lijkt niet te ingewikkeld en er hangen geen camera’s in de ruimte waar de schilderijen hangen. De keuze valt op een aantal niet te grote en dus hopelijk niet al te zware doeken.

Pizza

Radu D. en Adrian P. forceren in de nacht van 15 op 16 oktober zonder veel problemen de nooduitgang en stoppen de zeven vooraf uitgekozen doeken in boodschappentassen van zwart raffia. De last blijkt zwaarder dan verwacht, zodat Radu D. besluit om zijn vriend Eugène D. te bellen, die met Alexander B. een pizza aan het eten is in een Turks restaurant in de naburige Witte de Withstraat. Hij komt, met de voor de diefstal aangeschafte Peugeot 306, die later vernietigd wordt.

Al snel is de kunstroof groot nieuws. Eugène D. wordt bang: hij maakt zijn vrienden wijs dat hij een fietser heeft aangereden en meteen naar Roemenië terug moet. Radu D. weet hem over te halen de zeven schilderijen in de achterbak mee te nemen. Zelf gaat hij per vliegtuig naar Roemenië, om daar kopers voor de buit te zoeken. Uit de lijst gehaald en verpakt in met piepschuim gevulde kussens arriveren de schilderijen in Roemenië, waar ze in Macin een plaats vinden in de woning van Radu’s tante.

Petre C., een kennis van Radu in Boekarest, oppert aanvankelijk dat het wellicht het beste is om zaken te doen met de verzekeraar van de doeken, maar doet ook een – naar later blijkt voor de dieven fatale – poging de doeken te verkopen. Hij neemt contact op met een prominente antiekhandelaar in Boekarest, Constantin Dinescu, die op zijn beurt een specialist van het Roemeense ministerie voor Cultuur, Mariana Dragu, inseint. Dinescu zegt in Rusland klanten te weten, maar eist meer zekerheid. Radu D. organiseert dat de Matisse voor enkele dagen naar Boekarest wordt overgebracht. In de flat van Dinescu herkent Dragu het doek als een van de gestolen schilderijen en fotografeert het. Dat is op 18 november. Waarom het dan meer dan twee maanden duurt voordat Radu D. wordt gearresteerd, daarop geeft de aanklacht geen antwoord.

Tussen november vorig jaar en januari neemt de paniek bij Radu D. en de andere verdachten toe. De buit blijkt onverkoopbaar.

Radu heeft veel steun van zijn moeder, Olga D. Zo fotografeert ze de doeken, zodat Radu iets heeft om aan potentiële kopers te laten zien. Olga D. besluit ook dat de doeken beter verstopt moeten worden, in een kuil op het Roemeense deel van het kerkhof in Macin, samen met de niet onaanzienlijke voorraad wapens en munitie die Radu D. thuis had, zonder vergunning.

Het mag niet baten: Radu D. wordt op 20 januari gearresteerd. De doeken worden waarschijnlijk allemaal door Olga D. vernietigd. „Ze vatten snel vlam en verbrandden volledig”.