Het einde van de islamitische illusie

Met het aftreden van president Morsi komt eindelijk het besef dat de islam niet voor elk probleem een oplossing is, stelt Monique Samuel.

Op 30 juni ging een deel van mijn Egyptische familie voor het eerst de Kaireense straten op om te demonstreren tegen president Morsi en de gecorrumpeerde macht van de Moslimbroederschap. Net als andere Egyptenaren vreesden ze voor een geweldsuitbarsting. Want hoewel de Egyptische politie en het leger hadden aangekondigd achter de demonstranten te zullen staan, gaf de harde kern van de Moslimbroederschap en de salafisten een heel andere boodschap af. Zij zouden vechten voor hun president tot de overwinning erop volgde – of de dood.

Dit was precies de reden waarom mijn familie besloot in actie te komen. Ditmaal ging het immers niet alleen om banen – hoewel de economische situatie richting broodnood neigt – maar om de toekomst van Egypte. Een toekomst waar mijn familie als koptisch-christelijke minderheid steeds minder plek voor zichzelf ziet. De angst voor een Iraans scenario groeide: een land geregeerd door een religieuze elite die haar macht zo goed heeft geconsolideerd dat niets haar uit het zadel krijgt.

Opvallend genoeg had de jeugd opnieuw een voortrekkersrol. „Het is nu of nooit”, riep mijn neefje steeds. En niet alleen hij. In de aanloop naar de demonstratiedag, bekend als 30/6, klonk deze roep almaar luider. 22 miljoen Egyptenaren zetten hun handtekening onder de petitie tegen de Moslimbroederpresident. Volgens conservatieve schattingen gingen 17 tot 25 miljoen Egyptenaren de straat op.

Terwijl er in de westerse media druk gediscussieerd wordt over legercoups, hebben slechts weinigen door dat de huidige ontwikkelingen in Egypte van historische betekenis zijn en een grote streep kunnen trekken door de aspiraties van de politieke islamisten die steeds openlijker aankoersen op een radicale wijziging van de sociaal-politieke kaart van het Midden-Oosten.

Met de massademonstraties en het gedwongen aftreden van Morsi vond er een publieke afrekening plaats met wat ik de islamitische illusie noem: het simpele idee dat de islam van de politieke islamisten de oplossing is voor ieder politiek en maatschappelijk probleem. Deze islamitische illusie (niet te verwarren met het geloof als persoonlijk richtsnoer waar ik slechts diep respect voor heb) hield Egypte sinds de oprichting van de Moslimbroederschap door Hassan al-Banna in 1928 in haar greep. Zij vormde lang het enige alternatief voor de Britse overheersing en later Nassers socialisme, Sadats liberaal-kapitalisme en de militaire dictatuur.

Maar een echt alternatief werd het nooit. Het leger en de islamisten leven bij elkaars gratie – ze sluiten de ene na de andere deal en cultiveren tegelijkertijd de angst voor de andere partij.

Herhaaldelijk hebben Egyptische presidenten geprobeerd een handreiking te doen. Oud-president Gamel Abdel Nasser heeft dat geweten: ternauwernood overleefde hij een moordaanslag door de Moslimbroederschap. Als reactie zette hij een repressief regime tegen iedere vorm van politiek islamisme op. Zijn opvolger Sadat liet in een verzoeningspoging vrijwel alle gevangenen weer vrij, maar werd door een militante zijvleugel van de Moslimbroederschap – de Islamitische Jihad – vermoord.

Kans dat het leger de macht grijpt

Hoe heviger de geweldsuitbarstingen de komende weken, hoe groter de kans dat het leger aanstuurt op een definitieve coup – zonder zogenaamde routekaart, civiele interim-president, premier en de voorgestelde verkiezingen binnen zes maanden. Het zou niet voor het eerst zijn dat het leger terreurdreigingen aanwendt en zelfs aanwakkert om zijn machtsbasis te versterken.

Toch staat het leger er niet zo sterk voor als voorheen, de oude militaire leiders hebben het veld moeten ruimen en de demonstraties tegen de Hoge Militaire Raad zijn niet vergeten. In de Sinaï-woestijn heeft het veel macht verloren. Onder toeziend oog van de Moslimbroederschap is daar een gedeeltelijke vrijstaat voor jihadisten ontstaan.

Nu is het tijd voor een grote ontmaskering. Niet alleen van de Moslimbroederschap die zich door regeringsdeelname genoodzaakt zag haar bewust vage slogans in actief beleid om te zetten, maar ook van het leger waar men nu van weet hoe wreed het is. Denk aan het Maspiro-bloedbad in 2011 waarbij tientallen Kopten platgereden werden door pantservoertuigen, het geweld tegen de Al-Ahly voetbalfans in Port Said en meer recentelijk: de brute slachting van Moslimbroeders.

Tijd voor de val van de islamisten

Dit is de tweede revolutionaire golf. Na de val van militaire oud-dictatoren is het nu tijd voor de val van de politieke islamisten. Alleen dan kan er een meer pluriforme politiek ontstaan waarin de islamisten wel een rol vervullen, maar hun macht gebaseerd is op politieke evenredigheid.

De Iraanse analogie is doorbroken. Niet langer staat vast dat de islam het enige antwoord is op de recente Arabische revoluties, zoals wel het geval is in de Gazastrook en Algerije. Egypte schrijft opnieuw geschiedenis. Het land forceert als eerste de volgende doorbraak in een continue sociaal-politieke revolutie. Het wordt een hete zomer, ook voor leiders in naburige landen.