Florida, met zicht op de Westerschelde

Appartementen verkopen in crisistijd? In Zeeuws-Vlaanderen proberen ze luxe zorgflats aan senioren te verkopen. En aan Vlamingen.

Terneuzen. Aan de Scheldeboulevard verrijzen straks weer drie luxe woontorens. Foto Merlin Daleman

Een enkele vleugel van verpleeghuis Ter Schorre in Terneuzen staat al leeg. Met manshoge roosters zijn de balkons afgesloten, om te voorkomen dat vogels er nestelen. In de lucht strijden scholeksters met schrille kreten om hun territorium. Er staat hier altijd wind, zegt Mieke Wilhelm (64), die op de dijk haar hondje uitlaat. „Je waait hier zo je jasje uit.”

Op deze plek, met uitzicht over de Westerschelde, moet volgend jaar de bouw van drie luxe woontorens starten: Amalia, Alexia en Ariane. Het is het laatste stukje langs de boulevard van Terneuzen dat nog bebouwd kán worden. Links en rechts van de bouwlocatie staan meer dan twintig flats, variërend in hoogte en bouwstijl.

In Amalia, Alexia en Ariane is straks ruimte voor 102 luxe appartementen, bedoeld voor senioren. Ze zijn te koop vanaf 369.000 euro. Nu al wordt gebouwd aan het moederschip ernaast: woonzorgcentrum Máxima, een vierkant gebouw van rode baksteen, met 60 appartementen en twee verpleegafdelingen waar 48 demente en gehandicapte ouderen kunnen wonen. De appartementen hebben een serre in plaats van een balkon, zodat ouderen er uit de wind in de zon kunnen zitten. Tegen betaling krijgen bewoners een verbinding om te praten met thuiszorgmedewerkers elders in het gebouw.

De verkoop van luxe appartementen aan senioren is, zeker in crisistijd, „best spannend”, zegt projectontwikkelaar Yoeri Kambier van aannemersbedrijf Van der Poel uit Terneuzen. Er zijn wel veel ouderen in Zeeuws-Vlaanderen – het gebied met 106.125 inwoners vergrijst sneller dan de rest van Nederland – maar vermogend zijn ze niet per se. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks ouderen met een koopwoning van meer dan 4,5 ton. De eigenaren daarvan wonen vooral in het midden van het land. Toch wordt het reclamebudget voor Amalia, Alexia en Ariane niet aan de Randstad besteed.

In een eerder bouwproject van Van der Poel in Zeeuws Vlaanderen was de doelstelling nog 40 procent van de bewoners uit de Randstad ‘te halen’ zegt Kambier. Hij schudt zijn hoofd: dat is niet gelukt. Ze vinden het hier heerlijk, maar aarden niet. „Ze missen familie; de kinderen, de kleinkinderen.” Er zijn wel geboren Zeeuws-Vlamingen die terugkeren nadat ze in de Randstad hebben gestudeerd en gewerkt.

Van der Poel richt zich met de reclame voor de woontorens nadrukkelijk ook op vermogende Belgen. Die willen er graag wonen, denkt directeur Kees de Regt: „Wij zitten niet aan het einde van Nederland, zoals veel mensen denken, maar heel centraal in Europa, vlakbij grote steden als Brussel, Antwerpen en Gent.” Mensen kunnen daar werken en hier wonen. „Naar het zuiden, daar liggen de verbindingen.” Volgens hem zijn er meer factoren. „De Belgische Randstad is vol, en richting Gent beginnen de grotestadsproblemen.”

Het aantal Vlamingen dat naar Zeeuws/Vlaanderen verhuist, neemt toe, vertelt makelaar Paul Saman van Kindt & Biesbroeck makelaardij. Vorig jaar schreven meer dan 708 Vlamingen zich in als bewoner van Zeeuws Vlaanderen. In 2011 waren dat er nog veel minder: 450. Dit jaar verwacht Saman een verdere toename. De grens oversteken is voor Belgen lucratief: notariskosten en overdrachtsbelasting zijn in Nederland lager. Van der Poel zit in een stichting die Belgen informeert over emigreren naar Nederland. Op de website (zeeuws-vlaanderen.be) staat praktische informatie: hoe je een invoervrijstelling regelt als je verhuist, bijvoorbeeld. Om de juiste toon te treffen voor de woontorens, zal Van der Poel een Belgisch reclamebureau in de arm nemen. De Regt: „Belgen kunnen heel formeel zijn, maar hun reclames hebben vaak een losse toon, altijd met een kwinkslag.”

De stichting – Zeeuws en Vlaanderen – richt zich ook op Belgen die een vakantiewoning zoeken. Ze hadden een stand op de beurs Second Home in Gent, vertelt De Regt, waaraan Van der Poel vijftig adressen overhield van mensen met interesse in Zeeuws-Vlaanderen. Karla Peijs, tot april commissaris van de koningin, wilde juist voorkomen dat Zeeland het Florida van Nederland zou worden; een vakantieprovincie waar alleen nog gepensioneerden wonen. Yoeri Kambier: „Dat kun je wel willen, maar het ís een recreatieprovincie.”

Het officiële beleid van Zeeland stimuleert wel degelijk ook „zorgtoerisme”, zegt een woordvoerder van de provincie. „Het is én-én.” Op een Roompotvakantiepark kunnen nierpatiënten gedialyseerd worden. „En als je hier vakantie houdt en je wil toevallig ook je flaporen laten rechtzetten: waarom niet?” Maar er zijn beperkingen: in badplaatsen mag een deel van de woningen niet als tweede huis verkocht worden. Om leegstand buiten de zomermaanden te voorkomen.

Het aantal huishoudens in Zeeuws-Vlaanderen groeit nog tot 2020, zegt makelaar Saman. „Door de verdunning” – de landelijke trend dat steeds minder mensen samen in één woning wonen. Daarna zal niet alleen het inwoneraantal, maar ook het aantal huishoudens dalen. Het is waar, zegt Saman, dat een huis zichzelf hier in crisistijd nu al niet verkoopt. „Maar dat hebben de huizen in Zeeland nooit gedaan.”

De aanpak van Van der Poel is wel anders geworden, zegt Yoeri Kambier. „Vroeger bedacht je woningen en daarmee ging je de markt op.” Nu worden bewoners vroeg bij de plannen betrokken. Ze kunnen meepraten over de indeling en zelfs de grootte van hun appartement. Plannen kunnen tot het laatst worden aangepast. Oorspronkelijk ging men voor de prinsessen-woontorens uit van 200 of 180 vierkante meter per appartement, nu is het eerder 130. En als de verkoop stagneert, kunnen de appartementen ook worden verhuurd.

Van der Poel doet geen marktonderzoek om te bepalen hoe woningen eruit moeten zien. „Trends voelen we zelf aan”, zegt De Regt. „Zoals de ontkoppeling van zorg en wonen”. Mensen willen niet meer in een verpleeghuis. Ze willen een eigen appartement met zorg op afroep. Op die gedachte is woonzorgcentrum Máxima mede gebaseerd. Ook voor de mensen in de luxe woontorens kan dat een geruststelling zijn.

Verpleeghuis Ter Schorre voldeed al jaren niet meer, zegt directeur Rien Heijboer van de Zeeuwse zorgverlener SVRZ. Er waren twee- en vierpersoonskamers. Dat noemt Heijboer „niet meer van deze tijd”. In het deel dat nu nog in gebruik is hebben de bewoners zo’n grote groepskamer voor zichzelf. Van der Poel gaat Ter Schorre volgend jaar slopen, ze hebben het zelf gebouwd in de jaren zeventig.