Fietsers, pas toch eens op!

Het recordaantal verkeersdoden in één jaar in Nederland, 3.460, stamt uit 1972. Het aantal dodelijke slachtoffers in het verkeer was in 2012, veertig jaar later, veel lager: 650. Gevolg van adequaat verkeersveiligheidsbeleid.

Onder hen waren wel relatief veel fietsers: 200 (tegenover 232 automobilisten). De meeste slachtoffers vallen niet waar het snelst wordt gereden, de rijkswegen, maar waar de verschillende soorten verkeersdeelnemers elkaars pad kruisen. Dat afgelopen weekend twee fietsers in het verkeer omkwamen en maandagavond weer een, is dus helaas niet zo bijzonder.

In 2012, blijkt uit gegevens van het ministerie van Infrastructuur, deed 60 procent van de ongelukken met dodelijke afloop zich voor binnen gemeenten en 21 procent op provinciale wegen.

Onder de fietsers die in 2012 om het leven kwamen, bevonden zich verhoudingsgewijs veel ouderen: 128 van de 200 waren 65-plusser. Een van de logische verklaringen hiervoor is dat steeds meer ouderen gaan fietsen. Cijfers uit 2009 vertellen nog een alarmerend verhaal. Van de ernstig gewonden in het verkeer was meer dan de helft fietser: 10.500. Jaarlijks gaan 71.000 fietsers naar een afdeling voor spoedeisende medische hulp.

Het ligt voor de hand om verdere veiligheidsmaatregelen in het verkeer op deze gegevens af te stemmen. Minister Schultz van Haegen (VVD) is daarvan doordrongen. Zij heeft zeven burgemeesters tot ‘ambassadeur fietsveiligheid’ benoemd. De burgemeesters van Amersfoort, Delft, Dronten, Franekeradeel, Helmond, Oldambt en Zoetermeer moeten een voortrekkersrol spelen. Het doel is dat eind dit jaar alle gemeenten een plan voor veilig fietsen hebben. Ze kunnen daarvoor terugvallen op de bundel Fietsveiligheid waarin 34 geslaagde, gemeentelijke maatregelen staan vermeld.

Zonder twijfel is er met fysieke ingrepen een veiliger bestaan voor fietsers in het verkeer te realiseren. Maar de grootste opgave zit hem in de mentaliteitsverandering onder fietsers die nodig is. In Amsterdam en andere steden lijkt het fietsverkeer het domein van anarchisten te zijn, die de opvatting huldigen dat verkeersregels niet voor hen bestemd zijn. Optreden tegen hun wangedrag behoort kennelijk niet tot de prioriteiten van de politie.

Op het platteland is het respect tussen de langzame, ‘gewone’ fietsers en de recreatieve wielrenners vaak ver te zoeken. Scheiding tussen deze groepen zal geen eenvoudige opgave zijn. Racefietsers toelaten op de autowegen is hier en daar bepleit, maar de vraag is of dat niet juist meer gevaar oplevert.

De overheid is niet tot volledige risico-uitbanning in staat. De fietsers zullen er vooral zelf wat aan moeten doen.