Een voorarrest van 7 jaar

Nog 725 getuigen te gaan in Buenos Aires. Julio Poch, verdacht van dodenvluchten, vreest vertraging van zijn strafzaak tot 2016.

De Argentijnse strafzaak tegen voormalig Transavia-piloot Julio Poch (61), verdacht van het uitvoeren van ‘dodenvluchten’, verloopt zo traag dat het proces waarschijnlijk nog drie jaar duurt. Dat betekent dat hij pas zeven jaar na zijn arrestatie gevonnist wordt. Dit staat in een brief die Poch afgelopen weekeinde heeft gestuurd aan vrienden.

In de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires begon vorig jaar november een proces tegen 67 verdachten, onder wie Poch. Ze staan terecht wegens misdrijven tijdens het laatste militaire bewind van Argentinië (1976-1983). Poch wordt ervan beschuldigd een rol te hebben gespeeld bij het drogeren en martelen van 27 mensen, die vervolgens boven open zee uit het vliegtuig zijn geworpen.

Hij schrijft dat er, na negen maanden met drie zittingsdagen per week, 125 getuigen zijn gehoord. Aanklagers en advocaten willen in totaal 850 mensen op de zitting ondervragen. De strafzaak, die Poch via een videoverbinding volgt in de gevangenis Marcos Paz, „sleept zich voort”. Hij verwacht dat het massaproces, dat aanvankelijk in 2014 zou eindigen, twee keer zo lang gaat duren. Rechters zouden pas in 2016 aan vonnissen toekomen.

Poch wijst er in zijn brief op dat het op 22 september precies vier jaar geleden is dat hij „onrechtmatig” werd gearresteerd in Spanje. Het was zijn laatste vlucht voor zijn pensioen bij Transavia. Geert-Jan Knoops, zijn Nederlandse advocaat, zegt dat „de internationale gemeenschap en Nederland in het bijzonder zich actiever zouden moeten verzetten tegen het grote onrecht” dat zijn cliënt ten deel valt. Hij is bezig in Amerika mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty International te betrekken bij de zaak-Poch.

Poch werd verdachte toen Nederlandse collega’s de politie in 2006 vertelden dat hij dodenvluchten zou hebben uitgevoerd. Dat zou hij in 2003 bij een etentje op Bali hebben gezegd. Zijn arrestatie vond plaats in Spanje, nadat het Nederlandse Openbaar Ministerie afspraken had gemaakt met de Argentijnse justitie. Nederland kon Poch niet uitleveren, omdat hij sinds 1995 ook de Nederlandse nationaliteit bezit. Spanje leverde Poch wel uit aan Argentinië.

In oktober zit Poch drie jaar in Argentijns voorarrest, volgens hem de maximale termijn die een verdachte in gevangenschap mag doorbrengen zonder gestraft te zijn. Dan gaat hij eisen dat hij de uitkomst van zijn proces verder in vrijheid mag afwachten, zo kondigt Poch aan. Hij ontkent in Bali een bekentenis te hebben afgelegd. Naar zijn zeggen heeft hij slechts de toenmalige situatie in Argentinië beschreven. Zijn arrestatie is het gevolg van een „verschrikkelijk misverstand”.

In zijn in het Engels geschreven brief hekelt Poch de „freakish reaction” van de organisatie Hijos (kinderen van slachtoffers van het militaire regime), die er begin dit jaar tegen protesteerde dat de Nederlandse ambassadeur in Argentinië, Hein de Vries, tussen familieleden van verdachten in de rechtszaal was gaan zitten. Poch vindt dat Hijos hem al veroordeelt als „massamoordenaar” terwijl de strafzaak nog loopt. In februari liet minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) weten op „humanitaire gronden” een verzoek te steunen om de piloot voorlopig vrij te laten.

Poch hoopt dat onafhankelijke waarnemers en pers zijn zaak blijven volgen. Van de getuigen die inmiddels zijn gehoord, heeft niemand iets over hem of zijn zaak gezegd, schrijft hij. Hij verwacht dat pas volgend jaar vijf Nederlandse oud-collega’s worden opgeroepen om te getuigen. „Dan zullen zij de rechters van het tribunaal moeten uitleggen waarom ze in 2006 op basis van horen zeggen deze heksenjacht tegen mij zijn begonnen.”