De tragiek van het zweet

Met zweet in je hoofd moet je niet rijden, met zweet in je hoofd ga je roemloos onderuit in een bocht en ben je, zelfs als Fransman, even heel erg ver van huis.

Bauke Mollema (L) en Laurens ten Dam vegen het zweet af boven op Mont Ventoux. Foto ANP/ Bas Czerwinski

Er zat zweet in het hoofd van Jean-Christophe Peraud. De Fransman brak zijn sleutelbeen tijdens het verkennen van de tijdrit, maar startte toch. Met zweet in je hoofd moet je niet rijden, met zweet in je hoofd ga je roemloos onderuit in een bocht en ben je, zelfs als Fransman, even heel erg ver van huis.

Zweet tussen de oren van Tom Veelers, die urenlang dacht te moeten vrezen uit de Tour te worden geknikkerd, omdat hij te langzaam was. De regen deed het zweet verdwijnen, want zelfs Froome was niet zó snel.

Te weinig zweet bij Bauke Mollema. Want Bauke die is goed in zweten, hij is de beste zweter in het peloton. En als de diesel uit Zuidhorn het écht flink warm krijgt, dan rijdt hij iedereen eraf. Maar het was vandaag te koud, het was vandaag te regenachtig, het zweet kwam niet op gang.

Collectief zweet het hele peloton, dat biddend, smekend hoopt dat die vervloekte afdaling van de Sarenne er morgen niet bij is. Laat de hemel liters zweten, want van die berg wil niemand af.

Thibaut Pinot zou je zelfs op een droge dag nog niet vastgebonden op het fietsenrek van een volgauto van de Sarenne krijgen. Thibaut Pinot is te bang. Daarom zit hij sinds gisteren thuis op de bank, zweetloos, de druppels op de hoofden van de anderen te tellen.