De laatste Tourweek

1 Hoe belangrijk was de etappe van gisteren, naar Gap?

Voor de topvier van het klassement was het geen enorm belangrijke rit. Zij kwamen weliswaar binnen op ruime afstand van de etappewinnaar, de Portugees Rui Costa (Movistar), maar verloren geen tijd ten opzichte van elkaar. De Britse geletruidrager Christopher Froome (Sky) en de Spanjaard Alberto Contador (Saxo), de nummer drie, kwamen nog even in de problemen door een stuurfout in de afdaling van de Col de Manse, op elf kilometer van de finish, maar ze leden geen tijdverlies.

Voor Laurens ten Dam (Belkin) was de etappe minder geslaagd. Hij verloor precies een minuut op de topvier en moest toezien hoe de Colombiaan Nairo Quintana (Movistar) hem passeerde in het algemeen klassement. Na gisteren staat Ten Dam zesde, op bijna zes minuten van Froome.

Na afloop van de etappe zei Ten Dam dat hij „een tikkie” had gehad. „Het is natuurlijk niet leuk om in een relatief makkelijke rit tijd te verliezen. Ik heb het een beetje onderschat, al was ik wel op mijn hoede. Het was alleen zo explosief, ze draaiden meteen m’n nekkie om. Ik zat op een gaatje en kreeg het niet dicht.”

2 Zijn de tijdrit van vandaag en de beklimming van de Alpe d’Huez van morgen bepalend voor het klassement?

Ja. De tijdrit van vandaag bedraagt slechts 32 kilometer, maar de renners moeten onderweg twee bergen van de tweede categorie bedwingen. Alle ogen zullen weer gericht zijn op Froome, die zowel de beste tijdrijder als de beste klimmer is in deze Tour. Maar zo’n bergachtige tijdrit ligt ook Bauke Mollema (Belkin), de nummer twee in het klassement, wel goed. Vorige maand werd hij in de Ronde van Zwitserland nog derde in een klimtijdrit. Het is vooral zaak dat Mollema zijn voorsprong van elf seconden op Contador handhaaft. Ook de Spanjaard beheerst de combinatie van klimmen en tijdrijden.

Morgen op de Alpe d’Huez zal de strijd om de podiumplaatsen naar verwachting voor een groot deel worden beslist. De renners rijden de beruchte berg twee keer op. Wie morgen niet meekomt, kan een goede klassering wel vergeten.

3 Waarom wordt de Alpe d’Huez ‘de Hollandse berg’ genoemd?

De mythe van de Alpe d’Huez als Hollandse berg stamt uit de jaren zeventig. In 1976 werd de berg voor de tweede keer in de geschiedenis beklommen in de Tour, 24 jaar na de legendarische overwinning van de Italiaan Fausto Coppi. Joop Zoetemelk won. Een jaar later won Hennie Kuiper, en een jaar later weer. In 1979, toen de berg twee keer op het programma stond, was Zoetemelk weer een van de winnaars. Van de zes keer dat de berg toen was beklommen, was een Nederlander vier keer als eerste boven gekomen.

Met de overwinningen van Peter Winnen (1981 en 1983), Steven Rooks (1988) en Gert-Jan Theunisse (1989) werd de mythe voortgezet. In de dertien keer daarna won er geen enkele Nederlander meer, maar Nederlandse wielerfans blijven massaal toestromen als de berg op het programma staat. Met hun campers en oranje vlaggen bezetten ze de flanken van de Alpe d’Huez. Ook in het buitenland wordt gesproken van ‘the Dutch mountain’ of ‘la montagne orange’.

4 Er is onweer en regen voorspeld voor morgen. Wie is er dan in het voordeel?

Bauke Mollema en Laurens ten Dam denken heel verschillend over het voorspelde slechte weer. Waar Mollema liet weten dat regen en onweer hem kansen bieden, bijvoorbeeld om aan te vallen in de afdalingen, is Ten Dam een renner die floreert bij felle zon. Beiden denken wel dat het slechte weer de kansen vergroot om de leiderspositie van Froome nog aan te vallen.

Redacteur Wielrennen