Amsterdam: Joden krijgen erfpacht met rente terug

Amsterdam betaalt Joodse inwoners of hun erfgenamen de erfpacht plus de boetes terug die de gemeente hun na de Tweede Wereldoorlog oplegde. Ze konden hun erfpacht niet betalen omdat ze waren afgevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen. „Iedere cent die in onze zak zou branden omdat we daar kil geweest zouden zijn, of bureaucratisch, zullen we terugbetalen”, zei burgemeester Van der Laan gisteren in tv- programma Oog in oog.

Hij had in april een onderzoek aangekondigd dat „over meer dan alleen de erfpacht zal gaan”. Gisteren noemde hij ook de kosten voor gas en licht die Joodse inwoners tijdens de oorlog werden doorberekend .

De kwestie van de erfpacht kwam in het voorjaar aan het licht toen een student, betrokken bij de digitalisering van archieven van het Amsterdamse Grondbedrijf, correspondentie met Joodse overlevenden over de erfpacht aantrof.

Het Centraal Joods Overleg is Van der Laan erkentelijk, zegt voorzitter Jigal Markuszower. Hij hoopt dat zijn organisatie wordt betrokken bij het onderzoek.

De Amsterdamse erfpacht en vergelijkbare zaken zijn in de schaduw gesteld van de afwikkeling van banktegoeden en verzekeringskwesties. Gerard Aalders, voormalig onderzoeker van het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) publiceerde in 1999 over precies deze erfpachtkwestie. „Toen deed de erfpachtbetaling geen stof opwaaien, omdat men bezig was grote bedragen, miljoenen, terug te betalen”, zegt hij. „Vergeleken daarmee is de erfpachtkwestie piepklein”, zegt Aalders. De historicus wijst ook op complicaties bij het uitkeren van kleine bedragen aan nabestaanden. „Er duiken nu nog wel eens kleine zaken op die serieus worden genomen uit een principe. Begrijpelijk, maar het zal nu heel moeilijk worden nabestaanden op te sporen.” Rechtsfilosoof Wouter Veraart zegt dat de eventuele schadeloosstelling waarschijnlijk ook symbolisch bedoeld is.

In 2000 betaalde de Nederlandse staat 400 miljoen gulden (180 miljoen euro) aan de joodse gemeenschap. Dat bedrag was een compensatie voor belastingen die joodse overlevenden na de oorlog ten onrechte moesten betalen voor verzekeringsgelden, effecten en banktegoeden die hadden toebehoord aan vermoorde Joden.