Afdalen in het koninkrijk van de stilte

De Tour doet morgen Alpe d’Huez twee keer. Na de erehaag van fans volgt de afdaling door verstilde natuur. Daarna is het weer kermis.

Zo moet de Tour de France honderd jaar geleden hebben gevoeld, zoals op de Col de Sarenne: de volmaakte stilte van het maagdelijke hooggebergte, een wegschietende gems, een smal, hobbelig pad langs watervallen en peilloze afgronden. Tussen hier en de besneeuwde toppen van Les Deux Alpes, in de verte, is de natuur de baas.

Groter kan het contrast niet zijn met de ‘voorkant’ van deze berg, het uitgebeende toeristenoord Alpe d’Huez, waar al een week wordt gewerkt aan de erehaag van honderden campers voor het jaarlijkse wielercarnaval. Het witgekalkte asfalt met teksten als ‘Roda JC Kerkrade’ en ‘Hup Blaricum’ rijgt de 21 bochten aan elkaar tot één deinende camping, waar plezierfietsers urenlang omhoog zwoegen door barbecueluchten, langs de zuipende fans met hun kolossale vlaggen.

Als hommage aan ’s werelds beroemdste beklimming stopte de organisatie van de jubilerende etappekoers Alpe d’Huez dit jaar tweemaal in het parcours. Het cadeau aan de renners betekent ook dat zij voor het eerst naar beneden moeten – vanaf 1.999 meter hoogte door de ruige schoonheid van de Col de Sarenne.

Maar lang niet iedereen is daar blij mee. „De weg is oud, smal en er zijn geen vangrails”, zei de Duitser Tony Martin al voor de Tour. „Eén foutje en je gaat dertig meter recht naar beneden. Ons daar laten afdalen is onverantwoordelijk.”

Ook een aantal regionale milieugroeperingen probeerde Col de Sarenne uit het Tourschema te praten: de berg, met zijn hermelijnen, marmotten, steenarenden en korhoenders, is een te kwetsbaar natuurgebied om een hele Tourkaravaan, zijn helikopters en zijn tienduizenden volgers overheen te laten trekken. „Wij vinden dat de natuur en de bergen er niet zijn om geld aan te verdienen”, schreven de milieuactivisten, die zelfs dreigden de Col de Sarenne te blokkeren tijdens de etappe. „Dit is een gevecht tussen het koninkrijk van de stilte en een gebouwenpark met 923 sneeuwkanonnen. Welke col is de volgende? Waarom fietsen we straks niet naar de top van de Mont Blanc?”

Om aan de bezwaren tegemoet te komen, en om de veiligheid van de renners te waarborgen, sloot Tour- organisator ASO vorige week al de hele Col de Sarenne af voor gemotoriseerd verkeer. Campers zullen er dus niet staan tijdens de afdaling.

Maar ook zonder voertuigen blijft de weg een beproeving. Zeker met de weersverwachtingen voor morgen: de kans bestaat dat de renners onderweg te maken krijgen met regen- of hagelbuien. Wie de Col de Sarenne kent houdt zijn hart vast, want bescherming bij valpartijen is er nauwelijks. Halverwege de afdaling wordt een klein kapelletje pal aan de weg aan het oog onttrokken door een rood-wit geblokt stootkussen – voor als precies op die plek iemand onderuit gaat. Maar langs de afgronden moeten de renners het doen met, als het meezit, wat rotsblokken of prikkeldraad.

„Ik fiets al heel veel jaren mee tijdens de Tour, maar zo’n afdaling als deze heb ik nog nooit meegemaakt”, zegt de Duitse Tourtoerist Hermann Schiffer (54) uit Keulen, nadat hij onder aan de Col de Sarenne, in het gehuchtje Mizoën, in de remmen heeft geknepen. „Op sommige stukken kun je letterlijk honderden meters naar beneden vallen. Het doet denken aan de beginjaren van de Tour de France: toen moeten alle etappes over dit soort wegen zijn gegaan.”

Schiffer vindt het wel mooi dat de organisatie in zijn honderdste editie ook „de oude sporen van de Tour” wil volgen. „Deze afdaling is levensgevaarlijk, maar de Tour de France is altijd een spel van leven en dood geweest. De renners beslissen zelf hoeveel risico ze willen nemen op het parcours. ”

De lokale bevolking in Mizoën kan zich geen grote fietsongelukken voor de geest halen op de Col de Sarenne. „Er kwamen tot nu toe weinig fietsers naar beneden vanuit Alpe d’Huez naar hier”, zegt Pascal Severac (45), eigenaar van vakantiehuis l’Emparis. „Voor de meeste toeristen houdt de wereld op voorbij Alpe d’Huez.”

Maar de honderdste Tour zal dat gaan veranderen, verwacht Severac. „Als de Col de Sarenne eenmaal bekend is, zul je hier veel meer fietsers krijgen die de uitdaging willen aangaan. Maar ik hou wel een beetje mijn hart vast: dit is een pastorale weg, die normaal alleen gebruikt wordt door koeien en geiten.”

Toch is hij niet tegen de komst van de Tour door de serene wereld van Mizoën, waar het lijkt of de tijd honderd jaar stil heeft gestaan. Maar ze kunnen wel wat overloop uit Alpe d’Huez gebruiken. „Door de Tour zal de Vallée du Ferrand bekendheid krijgen en toeristen trekken. Zolang de Tourvolgers de natuur respecteren heb ik er geen bezwaar tegen.”