Ze schieten waar iedereen bijstaat

In een jaar zijn er meer dan tien Marokkanen neergeschoten. De daders zijn impulsief en extreem gewelddadig. „Ze zien zich als straatsoldaten.”

Weer één. Bij een schietpartij in Den Haag raakte zondagavond een 35-jarige man zwaargewond. En weer is het een man van Marokkaanse afkomst.

In een jaar tijd zijn meer dan tien Marokkanen neergeschoten, vaak geliquideerd. De meesten zijn jonger dan dertig en op zeer gewelddadige wijze omgebracht. In Amsterdam, in Waalre en bij het Friese Tjeukemeer. De slachtoffers werden in het hart gestoken, vastgebonden en in brand gestoken, of met een automatisch wapen door het hoofd geschoten. Midden op straat, in een volle coffeeshop of op een drukbezocht feest.

In de zaken waar verdachten konden worden aangehouden, waren die meestal ook van Marokkaanse komaf. Het geweld bezorgt de overheid hoofdbrekens, zegt voorzitter Martien Kuitenbrouwer van stadsdeel Amsterdam-West. Daar, in de Staatsliedenbuurt, werden in december twee Marokkaanse mannen met kalasjnikovs doodgeschoten.

Vier jaar geleden werd een Amsterdamse politiecommissaris wegens smaad aangeklaagd (maar niet vervolgd) omdat hij voorspelde dat drugscriminelen van Marokkaanse afkomst de „nieuwe Holleeders” zouden worden. Of ze zo goed georganiseerd zijn als de politiechef bedoelde, is de vraag. Dat ze diep in de criminaliteit zitten, staat vast.

Volgens een bron bij de politie accelereren de jonge Marokkanen heel snel. Ze maken niet een ‘gewone’ criminele carrière door: van een rolletje snoep stelen bij Jamin naar inbraak, naar beroving, drugshandel en levensdelicten. „Ze kunnen bij wijze van spreken vandaag hun eerste diefstal plegen en morgen iemand doodschieten.” Het geweld wordt niet doordacht gebruikt maar „impulsief. ‘Kijk mij eens’.”

Zo impulsief gaat ook het beramen van acties, zegt Ibrahim Wijbenga, veldwerker van Streetcornerwork in Amsterdam-West. „‘Zie je daar de Pakistaanse wasserij? Laten we die pakken, Pakistanen hebben meestal veel geld op zak’.”

Meestal gaat het bij deze jonge criminelen om overvallen en drugshandel, denkt de politie. Het rippen van partijen, het plunderen van wiethokken. Kenmerkend is dat de daders bereid zijn grote risico’s te nemen voor relatief kleine opbrengsten.

Vuurwapens horen bij de nieuwe stijl, zegt stadsdeelvoorzitter Kuitenbrouwer. „Vroeger had je een mes, nu een pistool.” In Amsterdam-West fouilleert de politie iedere zes weken preventief op drukke plekken als het Mercatorplein of in de Kinkerstraat. En vrijwel elke keer wordt daar wel een vuurwapen aangetroffen. Wijbenga: „De jongens gebruiken 9-mm-pistolen, maar ook kalasjnikovs.” De wapens komen uit Polen of Bulgarije. „Voor 500 euro heb je er een.”

‘Straatcultuur’ is volgens de onderzoekers en bestuurders doorslaggevend bij de houding van de Marokkaanse criminelen. In zijn proefschrift uit 2007 beschreef criminoloog Jan Dirk de Jong de gewelddadige straatcultuur waarbij jongens zich harden door elkaar te steken en te kijken wie dat het best verdraagt. ‘Toe dan, harder!’

Stadsdeelvoorzitter Kuitenbrouwer ziet al bij jonge kinderen de problemen ontstaan, schreef ze deze week op haar weblog. „Kinderen die al op vroege leeftijd voor niks en niemand bang lijken.”

Kuitenbrouwer zegt in een toelichting dat jongerenwerkers in haar buurt zien hoe kinderen elkaar stelselmatig pesten, slaan en uitschelden. „Zo erg als The Wire is het nog niet”, zegt ze. Maar ze laat haar ambtenaren verplicht naar die harde politieserie over de drugsscene in Baltimore kijken.

De jongeren laten zich ook inspireren door series, en door films en rappers, zegt Wijbenga. Ze luisteren naar Op een missie, van rapper Hef: „Ik ga vanavond op een missie. Morgen heb ik money, of zit ik vast. Als ik gepopt wordt, vertel ze hoe een nigga was.”

Politie en onderzoekers zien weinig hiërarchie of organisatie bij de nieuwe jongens, die ze met enig gevoel voor cynisme ‘flexwerkers’ noemen. Ze sluiten gelegenheidscoalities en bedreigen en bedriegen elkaar een dag later. Excessief geweld is een manier om naam te maken en om je vijanden te waarschuwen: probeer niks met mij uit te halen.

Wijbenga noemt Rida Bennajem, 21 jaar, met een reputatie als hitman. Hij stond op de nationale opsporingslijst, maar werd doodgeschoten in zijn eigen Amsterdam-Slotervaart. „Hij voelde zich kennelijk onaantastbaar.” Of de man die Souhail Laachir doodschoot tijdens een drukbezocht dancefeest in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. „Hij knalt iemand neer waar iedereen bij staat. En dan met zijn kaken op elkaar op het politiebureau: ‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht.’ Want anders ben je een snitch.” De jongens zien zichzelf als straatsoldaten, zegt Wijbenga. „Soldaten, ja. Maar zonder de militaire ethiek die daarbij hoort.”

In de moskeeën is het geweld het gesprek van de dag, zegt Driss el Boujoufi van de unie van Marokkaanse moskeeën. De Utrechtste Kadir-moskee liet een preek vertalen in het Nederlands – de jongeren voor wie de vermaning is bedoeld, spreken meestal geen Arabisch. In de preek werd gezegd dat criminaliteit misschien op korte termijn lijkt te lonen, maar: ‘Allah kan jou niet vergeven wat je de mensheid hebt aangedaan.’ Wijbenga probeerde een aantal voorgangers afgelopen vrijdag een oproep te laten doen tegen het geweld. Dat is niet gelukt. „Maar dit was ook de eerste vrijdag in de ramadan.”

Kuitenbrouwer merkt dat de moskeebesturen in West schroom hebben. „Ze willen die oproep wel doen, maar niet als enige. Ze willen niet dat het als een moslim-probleem wordt gezien.” Een van de moskeeën wees het verzoek af met het argument dat ze „niet met geweld geassocieerd willen worden”. Volgens Wijbenga weigerden verschillende voorgangers in Amsterdam te bidden voor de slachtoffers, omdat die vaak bij misdaden betrokken waren. „Het verkeerde gebaar op het verkeerde moment.”